Blits in Biarritz

Zomervakantie 2019

Route via Google-maps

De route is uitgestippeld, met tussenstops en bestemmingen tot aan de terugreis. Die laatste etappes ad hoc prikken zal ook zonder accidents de parcours wel lukken. Hopelijk. Wouter en Lennert zijn langs geweest, want in mijn hoofd moest en zou ik op papier zetten wat er in een worst-case-scenario te gebeuren staat. DNR-codes en wilsbeschikkingen worden toegelicht, LEIF-documenten ondertekend en uitgewisseld. Zo vertrekken we hopelijk onder een ander gesternte dan vorige zomer en het ‘afscheid’ van de framily valt me nu minder zwaar. Mocht er iets zijn, of wanneer ik me weer onnodig veel zorgen maak om iets, om hem, om mij, om ons, om wat dan ook; dan bel ik hem gewoon. De snotaap is gewaarschuwd, hij kent mijn hersenkronkels en zit er niet mee in de safetyline te zijn. Just in case. Geen ‘zorgverlof’ dit keer. Alles is geregeld.

Boys and their toys …

Komt allemaal goed, we kraken nog een fles! Een van de laatste magnums Saint-Estèphe wordt met plezier ontkurkt en dat moet ook wel. We hebben al een rendez-vous met ten minste één vigneron en omzeggens geen plaats meer in de kelder. De dozen Saint-Émilion van onze laatste trip staan nog altijd onder de keukentafel gestockeerd. De voorraad champagne werd sinds ons weekend in Aÿ met de jongens wel grotendeels weggewerkt. Was ook nodig want in het najaar zijn we ginder al weer terug met hen. De vintage Rieslings en de Grains Nobles die we tijdens de laatste herfstvakantie uit de Elzas mee naar huis hebben gesleurd, staan opgestapeld in het fietsenhok. Drink op dus, jongens, op het goede leven!

Mont de Marsan, passeerde al twee zomers op rij de revue van mogelijke bestemmingen, maar we geraakten er nooit. Biarritz spreekt al een tijdje tot mijn en onze verbeelding, de lokroep van le Grand Bleu en het land der Basken. Een reprise van Cris zijn verjaardagsdiner in Périgueux, de tafel bij Un Parfum de Gourmandise is alvast geboekt. Daarmee ligt de timing van onze roadtrip soidisant vast. Of we rijden gelijk door naar het uiterste zuiden en komen dan in etappes terug, of we zakken stelselmatig af tot het verste punt en komen in één of twee dagen terug naar huis. Cris en ik overwegen alle opties mikken voor een eerste overnachting op een France Passion-adres in Normandië.

Zondag 7 juli

Traject: Leuven – Le Sap, 469 km

Camping Bloesemlaan

Nog een laatste maaibeurt in Sint-Truiden, voor het ophalen van de camper en terwijl ik achter de jammerende grasmaaier loop, wandelt Cris naar de winkel om proviand. De bagage staat thuis al klaar om in te laden, maar eerst nog aan de mama’s gaan vertellen dat we een paar dagen weg zijn, weken eigenlijk, maar wat betekent tijd nog als je oud geworden bent. We laten wel iets weten wanneer we aangekomen zijn, ja bellen op de vaste lijn. De gsm lukt niet meer zo goed met al die kleine knopjes en SMS-berichten lijkt tegenwoordig helemaal een brug te ver. In de mobi op weg naar Leuven hebben we het er nog over, het gaat er allerminst op vooruit. Zo is het leven. We nemen het ginder hoe het komt en maken ons niet meer druk in hetgeen waaraan we niets kunnen veranderen. Hopelijk is daar ook alles geregeld, just in case. Alles hebben we gisteren nog ingepakt, het vriesgoed erin en de fietsen erop deze ochtend en dan zijn we ermee weg.

Cris geeft de coördinaten van Domaine De La Baudrière in. We plannen te overnachten in Verneusses, een gehucht pal op de A28-snelweg een eind onder Rouen. De cidrerie in de Eure oogt stemmig op de foto’s. De eerste rit is een stevige, Brussel, richting Parijs, Amiens, Rouen voorbij en ik verlies stilaan mijn concentratie achter het stuur. Cris merkt het aan mijn bruuskere rijden en neemt het met plezier over. Hij laveert met de Autoroller door Normandie Profonde. Het veilige asfalt van de péage autobaan hebben we ondertussen verlaten en volgen de navigatie over steeds smaller kronkelende wegeltjes tot we bij de ciderboerderij komen. Het bordje van France Passion wijst ons de weg, maar er is geen levende ziel te bespeuren om ons te vertellen waar we moeten parkeren. Geen idee. Het erf op en onverrichterzake terug. Een beetje verloren en moe van de lange rit, vlot het hier niet echt. Naar het dorp dan maar, misschien is dit niet de juiste plek? Jawel, het moet want het pijltje hangt er toch! Met wat gekrakeel gaat het naar de naburige gemeente, plan B, we overnachten zonder gefermenteerd appelsap wel op de camperplaats in Le Sap-en-Auge. Alles geraakt geregeld.

Le Sap en Auge

De aangegeven plek bij de brandweerkazerne en het netjes onderhouden parkje ziet er eerlijk gezegd aantrekkelijker uit dan de stoffige kiezels bij de inrit van de cidrerie. We hebben Hollandse buren en het dorp ligt er maar wat ingedommeld bij. Gratis overnachten en een serviceplaats, wie zou er klagen? We installeren ons voor een rustige avond, eerst apéro en dan een stuk vlees op de gril. Bij gebrek aan een cidre fermier vis ik de fles van juf Greet uit de koelkast. Terwijl wij met de jongens in Berlijn zaten, trok mijn collega met haar man naar de champagne en beproefde ginder enkele waardevolle tips van deze habitués. Als bedankje bracht ze ons een excellente rosé mee, of toch een ontdekking die zij op hun beurt met ons wilden delen. De wijn mousseert in onze glazen, terwijl de inboorlingen met een roedel uitgelaten kinderen een lijntje komen uitgooien in de vijver naast onze camper.

Hier zo in de ondergaande zon, na een lange rit, lijkt die fles van de juf met drie delen Pinot Noir en één deel Chardonnay inderdaad één van de betere rosé champagnes die wij al proefden. Een fotootje en een dikke merci via Instagram, misschien rijden we in het najaar zelf eens langs Veuve Maître-Geoffroy als we met de jongens ‘toevallig’ in de buurt van Cumières passeren. Greet en Jos kennen duidelijk hun wereld en behoren wellicht net als wij tot het genre Bourgondiërs dat op hun eigen wijze van het leven geniet, waar en wanneer het kan. Morgen gaat onze tocht naar het zuiden verder. Terwijl de afwas in het schemerdonker wordt gedaan, berekent Cris alvast een convenabele route naar de camperplaats in Niort. Een laatste tussenhalte vóór onze eerste echte reisbestemming en niet meer langs van die romantische Normandische wegen als het even kan.

Normandie profonde

Maandag 8 juli

Traject: Le Sap – Niort, 384 km

Le Sap en Auge

De zon priemt door het dakluik en de open ramen. Gewekt door de voorbij rijdende wagens van het personeel bij het achterliggende bedrijf, wippen we uit bed. Niet iedereen heeft vakantie, ook de plaatselijke middenstand gelukkig niet op maandagochtend. Met een paar flessen artisanale cider, pommeau en calvados onder de ene arm, twee stokbroden en een camembert onder de andere, stappen we terug naar huis. Dat heet terug naar onze rijdende villa. We hopen kort na de middag op de volgende tussenstop aan te komen. Zo hebben we straks nog wat van de dag en het meeste kans op een vrije plaats. Zonder al te veel ergernis en oponthoud vinden we de netjes aangelegde camperplaats, badend in een loden zon. Het is er broeierig warm tussen de witte zandstenen muurtjes, ideaal voor een siësta na de late lunch. Dat denken onze Franse buren er ook van en we snurken onder onze luifels tegen elkaar op tot het heetste deel van de namiddag loom voorbij geschoven is.

Niort et Sèvre Niortaise

Laat op de middag stappen we dan toch maar richting centrum, door het park langs het water tot bij de stoere donjon en de nieuwerwetse markthal. Langs bars en crèmerietjes richting winkelstraat, de plaatselijke bevolking komt net van kantoor of ontweek hier ook het heetste van de dag en rept zich nog snel naar de winkel. Galeries Lafayette lees ik luidop boven één van de majestueuze gevels, waarvan zegt me die naam iets? Een plensbui in Amiens. Dat én een paar halve liters Delirium Rouge in Rouen die eindigden met een oversized Diesel-uurwerk een koppel jaar geleden. Wegblijven denk ik, maar er is airco en Cris heeft te warm. Gelukkig niet meteen iets nodig, na onze strooptocht in The Mall of Berlin. De roltrappen doen me duizelen, hyrdatez vous waarschuwden de borden van VINCI vanmiddag op de autostrade en we zijn stilaan wel uitgedroogd dus zoeken we ergens in de lommer een terras op Place de la Brèche. Een plein met schaduwrijke platanen omzoomd en grasvelden in het midden waar joelende bengels verkoeling zoeken bij de fonteinen.

Onder de parasols van Le Grand Café mogen we tot zeven uur nog zitten drinken, dan worden de tafels opgedekt. Wij blijven wel zitten voor het avondmaal. Une grande bière, Seize en cinquante s.v.p. et encore un Perrier. Ik stuur een foto naar de jongens: kijk twee drankjes, dat hebben we van Lennert geleerd! Geestig. Nu we terug gehydrateerd zijn, mag de apéro komen. Pastis! En dan elk een salade om te beginnen en een galette au blé noir, vergezeld van de obligate karaf chloorwater en een fles rosé uit Mareuil. Mareuil, Mareuil, … ah het schiet me terug te binnen dat was de Fief Vendéen met die wijnaap vorig jaar. Helemaal voldaan en in de ondergaande zon maken we nog een ommetje langs de kerk bovenaan het plein waar de schaduwen van de bomen potsierlijk lang beginnen worden. Dan slenteren we langs de oude burcht terug in het avondlicht. Het koele park loopt nu stilaan leeg en wij wachten op de friste van de nacht vooraleer we zelf ook naar binnen gaan, zoals meestal ook hier veruit de laatsten van de camperplaats.

Grote dorst bij le Grand Café – R&eacuteflections

Dinsdag 9 juli

Traject: Niort – Mont de Marsan, 316 km

’s Ochtends stuurt de gemeentepolitie haar twee bevalligste agenten om het staangeld te ontvangen. Bij het krieken van de dag word ik doorgaans op zijn minst even wakker en afgezien daarvan ben ik erop gebrand om van mijn 10 euro af te geraken. Eigenlijk wil vooral niet verrast worden door gebonk op de deur om mijzelf dan hals over kop ergens in een broek te moeten wringen. De deur staat dus al open en de koffie dampt wanneer de goedlachse agente bij onze Franse buren aanklopt. Die moeten nog in hun kleren schieten blijkbaar. Uiteindelijk komt ze onze kant uit, haar ogen speurend in de nota’s van haar collega’s die gisteren alle kentekens kwamen noteren. Ze schrikt wanneer ze aanklopt in het open deurgat. Bonjour. We kramen op en rijden terug naar de A10 snelweg richting Bordeaux, het vertrouwde asfalt van l’Aquitaine.

En een geagiteerde stem op 107.7 FM waarschuwt voor files op onze route ter hoogte van de aansluiting met de rocade. De vakantiegangers uit het noorden zijn al tot hier geraakt en dat extra verkeer stokt in de normale middagspits bij Mérignac en richting Arcachon. Wij gaan vandaag de andere kant op en volgen de rocade est tot de afslag naar de A62 direction Agen, met de droge pruimen. Dan de A65 naar Pau, l’Autoroute de Gascogne tot bij Mont de Marsan. Lo Mont, in het Gascon. Het sappig taaltje dat in de Landes gesproken wordt lijkt meer op Catalaans dan op Frans of Spaans en behoort net als het Provençaals tot de talengroep van het Occitaans. Niet alleen een handvol eigenzinnigaards in Pays Basque houdt nog vast aan hun zuiderse lingo en dito cultuur. Ik hou er als flamingante flikker en tegendraadse regionalist wel van. Just because.

Het weer keert onderweg en grijze wolken klitten samen aan de blauwe hemel. Radio VINCI heeft plaats gemaakt voor een regionale variant op de snelwegfrequentie. Er wordt gewaarschuwd voor hevige onweders in de Midi-Pyrénées, door de stem op Radio Gascogne uitgesproken als iets wat het midden houdt tussen de taal van de Sorbonne en Miègjorn-Pirenèus in de langue d’oc. Het zwaar weer trekt onder onze reisbestemming door naar de kusten van de Pyrénées-Atlantique, hier is het grijs overtrokken en blijft het drukkend warm. Het begin van een stortbui krijgen we op de bijna verlaten snelweg over ons heen net voor we afslaan naar Mont de Marsan.

Lo Mont, quézako? – Berges de la Midouze

Goed voorbereid boekte ik vorige week via het internet al twee nachten vooruit, want op hoogdagen is er in de stad wel wat te doen. Maar wij ontlopen bewust de grote volkstoeloop en de Fête de la Madeleine. Die mensenmassa verwachten ze hier wel blijkbaar. Er worden nu al extra randparkings en gelegenheidscampings ingericht, nadarhekken op alle rotondes geplaatst om wildparkeerders te ontraden, op de pleinen in de stad en bij de arena is men druk doende tenten en podia op te trekken. We arriveren bij de slagboom van de aire de camping-car waar precies nog maar net een bui is uitgevallen. Onder het lover van de bomen blijft de vochtige warmte na een bui of een onweer altijd wat langer hangen want de straat was hier al weer droog.

Cris activeert mijn online reservatie aan de borne automatique en we zoeken een geschikte plek uit op de wat chaotische camperplaats. Iedereen heeft zich zomaar ergens neergepoot, gewoon kris kras waar het hen best uitkomt, niet goed voor een semi-autistische brein. Enige markering of richtlijn ware makkelijker geweest, als ik hier blijf staan kan die ander dan nog weg? Mijn hoofd slaat tilt. Tenslotte willen ook wij vrij zicht op het zuiden voor de satelliet, waterpas staan op vaste grond en als het even kan ook dicht genoeg bij een stroompaal, verder misschien nog wat schaduw van een boom om de hitte morgen uit de camper te houden. Er is plaats zat want voor de grote massa zijn we nog een week te vroeg. Echt moeilijk zijn we niet, ik parkeer me op een respectabele afstand naast een andere camper. Stroom aansluiten hoeft nog niet, indien nodig kunnen we dat aan de automaat gaan bijbetalen.

Bij het servicepunt heeft men een officieel bericht van de Mairie opgehangen: Météo France code orange – temps orageux, soyez vigilant… Zin in een nat pak op de fiets hebben we niet dus, eerst een hap eten en dan wandelen we al eens naar de stad. Eens kijken wat er morgen te doen valt en wat rust na drie stevige etappes op de autobaan. Marsan centre ligt er wat loom bij onder de zware luchten. Waar le Midou en la Douze samenvloeien om als la Midouze voort te stromen, kolken de rivieren bruin onder de grijze wolken. Onweders elders hebben modder meegevoerd met het water. We vleien onze krenten neer op het terras van Le Bearn Bar. De naam alleen al, maar die heeft niets met de spontane associaties in mijn rare hersenkronkels te maken. Béarn blijkt een teloor gegane heerlijkheid van de burggraaf hier wat zuidelijker in de Gascogne, vandaag leent het zijn naam nog aan een AOC zo leren we. Ik ben ‘een saapjen’ en gij zijt ‘een bear’, grap ik bij de tweede pint al naar mijn struise vent – Grimbergen blonde en pinte s’il vous plait. Er zitten geen andere ‘bearn’ in de bar.

Lo Mont, quézako? – Bier her, Bier her, quoi …

Die kijkt eens bedenkelijk. Het loopt tegen een uur of vijf, het licht is scherp en het blijft plakkerig warm onder de tarp van de Bearn Bar. Geen zuchtje wind hier ingesloten tussen de huizen aan de Place Saint-Roch. Misschien al eens kijken waar we donderdag naartoe rijden in Biarritz, de camperplaats bij Plage Milady of de camping een kilometer verderop? Als we ginder, voor het vuurwerk van le quatorze juillet, tot zondagavond willen blijven en van hieruit rechtstreeks doorrijden, zijn dat wel vier nachten. Dat is sowieso te lang voor een camperplaats, als daar al plaats is. Hij belt naar de camping om te reserveren. Alles is geregeld en de lucht klaart op. De aangekondigde orage blijft uit, het enige gedonder komt van de Mirages van Base Aérienne 118. Nog even langs de winkel om wat verse groenten en misschien wat vlees voor op de grill. Een fles 51 en rode wijn, want die hebben we van thuis niet meegebracht. De voorraad dranken beperkt zich tot bruisend water, Cola Zero en een overschot Bofferding – deftige Luxemburgse pils want Leuvense Stella moet ik niet.

Dag drie vandaag en nog geen echtelijk dispuut gehad, meestal is dat er al op dag één of zelfs nog vóór het vertrek. We tarten het lot en na het avondmaal is het eindelijk zo ver. Ik maak aanstalten om aan de vaat te beginnen en Cris zegt: ik zal water gaan opzetten. Euh ja. Wat zit je daar dan nog? Moet het nu direct? Nee, laat maar ik zal het dan zelf wel doen! De piloten van de bulderende Mirages hoog boven de wolken zitten al lang ergens in de kroeg wanneer het gedonder hier beneden losbarst. Mijn wederhelft begrijpt niet vanwaar het plots allemaal komt. Sinds het mij vorige zomer een keer allemaal te veel werd, spelen verdrongen ergernis en onderhuidse frustraties ons nog wel eens parten. Een paar venijnige opmerkingen later staan we gewoon weer samen aan de vaat. Niks aan de hand, of we doen gewoon alsof. Het is laat en ik kruip in bed. Alles wordt geregeld.

Flamant rose, allez danser!

Woensdag 10 juli

Zo broeierig de dag was, zo kil leek de nacht. De dag en het gezegde voor het inslapen nog overdenkend woog met de neut Kroatische Slivovitsj op mijn gemoed. Is het mij dat drama waard? Ligt het aan mij? En hoe zou het ondertussen met de snotaap zijn, hij zei geen slaapwel? Als het nu scheef zit, ligt het niet aan troebelen op het werk. Maar dat wierp ik mijn beer gisteren al eens voor de voeten. Best dat we een mat voor de deur van de camper hebben liggen om nu en dan één en ander onder te vegen. Snel een kop koffie, want ik ben nog wat knorrig bij het ontwaken. Als Cris straks ook is opgestaan lopen we terug naar de stad. Dat tweetal kilometer doen we te voet, daarvoor halen we de fietsen er niet meer af. Er is een dagelijkse versmarkt en de stieren-arena willen we ook wel eens gaan bekijken. Deze middag misschien ergens iets kleins eten daar op het plein bij de Info Touristique.

Mairie de Marsan – Marie Madeleine

De eerste Mirage scheurt al door de lucht, ze zijn er vroeg bij die Franse gevechtspiloten. Misschien oefenen ze voor het nationale défilé zondag in Parijs, op een half uur zijn ze daar waarschijnlijk wel. Het is al bakken en braden wanneer we terug in het centrum aankomen. De drukke winkelstraat door tot op de brug over de Midouze, hier ergens is er dus markt? Er worden inderdaad wat verse waren aangeboden in de hal op het plein, maar een markt met kraampjes en snuisterijen is er niet. Een gros oesters en een fles van de Béarn AOC spreekt ons niet direct aan op dit uur. En om een Pyreneeënkaas in onze rugzak mee te zeulen is het net iets te warm.

Om de hoek komen we bij de Madeleine-kerk, voluit l’Église Sainte-Marie-Madeleine patrones der feestelijkheden en hoofdrol in de processie volgende week. De zware deur staat open en binnen onder het stenen gewelf heeft de zon op de temperatuur geen vat. Het ruikt er muf naar wijwater en wierook of onverhoorde gebeden die tegen een travee zijn blijven hangen. Ergens ritselt er iets boven onze hoofden. Sssst. Luister. Loopt er een muis over het plafond? Het klinkt eerder als een dikke rat. Misschien is het een duif op zolder? Of god betert de heilige geest en mijn geweten. Kom de beer grolt en het is al bijna 12 uur. We reppen ons terug naar het profane, daar hebben ze stieren, mannen in strakke pakjes en pastis!

La Plongueuse de La Midouze – Toréador

Na de apéro en een lichte lunch lopen we nog wat doelloos rond te kuieren op het heetste van de dag. Ergens in een achterafstraatje, feitelijk met een détour onderweg naar een laatste bier in de Bearn Bar, komen we voorbij de Brûlerie Montoise. Een koffiebranderij met grote cafétières Italiennes in de etalage. Cris wil naar binnen voor een pak gemalen bonen, bien corsé. En nu Bialetti op de fles ging kunnen we van de concurrent eentje kopen waar meer dan drie en halve espresso’s mee te zetten zijn. Met de laatste aankopen in de winkeltas en onze design koffiepot in de hand wandelen we naar de motorhome terug. Pokkewarm binnen. We gooien alle ramen open en dan gaan we maar eens naar de dieren in het park kijken.

Zijn er ook apen? Ik zie graag apen. Nee, er zijn geen apen. Er wel zijn vogels, lama’s en geiten. Het is meer een kinderboerderij dan een diertuin, antwoordt Cris die na bijna 20 jaar perfect de dubbele bodems in mijn onnozelheid leest. We laten de camper luchten en stappen langs het voetpad naar de ingang van het Parc animalier de Nahuques. Of dat denken we alleszins toch, na een kilometer of wat in de blakende zon maakt de afrastering een hoek van 90 graden. We zijn aan het eind van het domein, maar een toegangspoort zagen we niet. Het zal langs boven zijn zeker? Er loopt een weg naar de parking, langs het Château de Nahuques en terug naar beneden tot bij de parking die aansluit bij onze camperplaats. Dààr is de ingang van het park en we hebben dòrst! Geen bier of zelfs water te krijgen aan het kraam met snacks, alleen suikerwafels en frisdrank.

Parc animalier de Nahuque: Zijn er aapjes?

De speeltuin met krijsende bengels laten we links liggen, de pauwen liggen er ook bij voor dood en er vliegt iets rond dat mij gedurig op de enkels steekt. Het zit hier vol met vlooien, steekvliegen en muggen, we worden letterlijk opgevreten door de vieze beesten. Eerst een Bofferding en een paar uur siësta in de lommerte naast de camper. En vanavond als de zon onder is, dan is misschien nog wat kaas met wijn of drinken we koffie uit de nieuwe pot. Cris zijn apps zeggen dat het 10 graden minder is in Biarritz vandaag en de komende dagen blijft dat ginder zo. We dromen met de voeten omhoog weg naar de strakke zeebries en het bruisen van de golven.

Donderdag 11 juli

Traject: Mont-de-Marsan – Biarritz, 118 km

We verlaten Marsan naar een départementale richting Dax om eindelijk de A63 te bereiken, l’Autoroute de la Côte Basque. De naam alleen al en pal op de grens tussen Landes en Pyrénées-Atlantiques doemen de grillige vormen van het hooggebergte in de verte aan de einder op. Biarritz, finalement! Miarritze eigenlijk. Bayonne voorbij, Bayona, dan Anglet, Angelu dus, en dan verlaten we de snelweg bij La Négresse. We zijn er geraakt, de meest mondaine badplaats van Aquitanië en het Europese Surfers Paradise bij uitstek. Langs de hotelschool in vakantiemodus waardoor ik onwillekeurig aan onze Wouter thuis moet denken, tot bij de ingang van Camping Biarritz. Cris meldt ons aan bij het kantoortje en we nemen onze gereserveerde plek in vlak bij de ingang. Na enig gemanoeuvreer staat de Autoroller zo recht mogelijk in het vak, een Deense surferpapa voor de Decathlon-tent aan de andere kant van het hegje toont ons waar de stroompaal staat. Het bordje camping-cars complet verschijnt aan de slagboom. Het was werkelijk de laatste kampeerautoplek voor vandaag.

Hotel plaine air – Cité de l’Oc&eacutean

Hoe en of we van hieruit in het centrum komen legt de goedlachse dame aan de receptie ons uit. Fietsen kan, maar het is onderweg wel een stevige klim. C’est au moin faisable, il faut pas traverser les Pyrénées? Non… Het voordeel is, dat het dan op de terugweg naar beneden gaat. Slim. Die tweeënhalve kilometer tot de centre ville kunnen we hier misschien ook gewoon te voet afleggen, want in een bergrit over een Pyreneeën-col heb ik precies geen zin. Ik herinner me een fietstocht langs de Moezel tijdens het tweede deel van onze paasvakantie. Mijn fysiek gaat er niet bepaald op vooruit en ons liederlijke bourgondische bestaan helpt er op dit moment ook niet aan. On ira à pied. De autobus stopt hier bij de ingang en brengt jullie eventueel ook tot in de stad, zegt de campingvrouw nog. We wagen het erop, maar zelfs met 10 graden minder dan in het binnenland ligt de kustweg er verzengend bij onder de middagzon. Rue de Harcet naar beneden volgen en bij Cité de l’Océan naar rechts, voorbij de camperplaats op Milady en Plage de Marbella, daar begint de ellenlange klim. Zelf met de elektrische fiets zou het een uithoudingsstrijd geweest zijn, zegt Cris, maar ik twijfel nog of het toch niet befietsbaar zou zijn.

Côte des Basques

Halverwege tussen de Côte des Basques en Biarritz-bad vinden we beschutting onder de rare boompjes van het parkje op Square Jean Baptiste Lasalle. Etxola Bibi. Etxola vertaalt zich als cabane. Bibi laat weinig aan de verbeelding over en we bestellen gelijk een karaf sangria. Het smaakt naar nog, maar we willen de stad al even gaan verkennen om de volgende dagen te kunnen plannen. En ik wil in zee. Het azuurblauw lonkt. Er is hier ook een busstop voor de slijterij. Dat gezegd zijnde lopen we verder langs de kliffen en dalen af naar de bruisende badplaats. Cris navigeert naar een centraal punt en de iphone leidt ons tot bij een park voor het centraal station, daar stopt ook de bus vanaf de camping. Handig. Het casino ligt vlak tegen de Grand Plage. Hier is het vuurwerk zondag, we flaneren met de andere toeristen langs de strandboulevard en klimmen langzaam terug omhoog voorbij het ommuurde haventje en de Plage du Vieux Port. Het aquarium en de Rocher de la Vièrge zijn voor later, de zon zakt stilaan weg naar de uitlopers van de Pyreneeën die aan de horizon in de oceaan duiken.

Etxola Bibi? – Udako!

Het is wàrm en we stoppen voor een Baskisch biertje, een ijskoude Eguzki bij Bibi voor we de rest van de wandeling terug afleggen. Straks een dagschotel, vandaag mosselen à volonté of gewoon een huisbereide pizza. Eerst een Salade Basquaise bij Udako, het campingrestaurant, met een fles droge Spaanse rosé. Geen idee of ze in Baskenland wijn maken, wij kennen voorlopig alleen hun sleedoornlikeur. Hebben ze hier in het winkeltje geen fles Patxaran? We lopen erom voor we de straat oversteken om onder de camperluifel te gaan zitten met een kop koffie uit de nieuwe espressomaker, wachtend op de koelte van de vallende nacht. De oceaanbries jaagt door de openstaande ramen en we haasten ons nog net voor het sluiten van het campingsanitair naar een verfrissende douche. Om de rust rond het badgebouw te bewaren, waar de jeunesse urenlang met de gsm aan de stekker hangt, kan je er vanaf half elf ’s avonds enkel nog naar het toilet. Beetje vervelend voor nachtraven die voor het slapen gaan nog even onder de weldadige waterstraal willen staan.

Vrijdag 12 juli

Het was een fikse wandeling gisteren, dus nemen we vandaag de bus. Je koopt een ticket dat opgeladen en ontwaard kan worden voor een dagtoegang tot het stadsnet. Handig. Bij de overdekte markthal krioelt het van de mensen die naar de wekelijkse markt komen, we schuiven bij één van de omliggende cafeetjes aan voor een petit déjeuner. Dan slenteren we door de straatjes en langs de kustboulevard tot bij het Musée de la Mer, om ons in het zeeaquarium te vergapen aan grote en kleine vissen die hier in de Golf van Biskaje leven. En zeehonden, grappige dikkerds die op een rotspartij liggen te pitten of gewoon drijvend in het bassin passioneel beginnen ronken. We gieren het uit wanneer Cris de onwezenlijke scene heeft gefilmd en doorstuurt naar de jongens: Stijn loopt al de ganse dag ambetant, blijkbaar heb ik weer liggen snurken. De pret reikt tot in Bertem en de Colruyt van Heverlee, met die kwinkslag naar mijn wisselende humeur in de paasvakantie.

Het zou fijn zijn om onze vakantiegenoegens hier en nu ook te kunnen delen, maar dat zat er dit jaar voor het groot verlof niet in. Uiteindelijk mogen we niet klagen, zegt mijn vent. We waren met de jongens in Berlijn en straks gaan die samen met de boys ook nog met ons mee voor een weekend naar de Champagne. Hij heeft gelijk, maar toch mis ik nu en dan hun gezelschap. Een mopje of een lief berichtje is nooit hetzelfde als een alleszeggende arm rond de schouders of één oprechte zoen op de wang. En hoe zou het zijn met onze campervrienden in Spanje? Nog geen honderd kilometer hiervandaan, volgens Marc die nu en dan iets laat weten. Brigitte is straks stikjaloers op mijn zeevruchtenschotel, want dàt is pas echt vakantie.

Plage du Vieux Port
Rocher de la Vièrge

We stappen het zeemuseum buiten en gaan beneden bij het haventje op zoek naar een late lunch. Fruits de Mer, Chez Albert het klinkt aanlokkelijk. Maar het is ver over de middag en we vissen achter het net. De keuken is er open van 12u30 tot 15u en het einde van de service is al in zicht. Beter ergens een snelle hap versieren en morgen tegen de noen terugkomen voor een uitgebreider middagmaal. We laten de kade voor wat ze is en klimmen terug naar één van de bovenliggende pleinen van de stad. Service continue, de horecaterrassen zitten afgeladen vol en zelfs zeevruchten staan hier op het menu, maar dat verandert niks aan het late uur. Als we straks op de camping nog willen grillen, hoeven we nu niet zwaar te tafelen. Etxeko, bistrot Basque. Er is plaats op het terras en de stoere Bask ontvangt ons hartelijk terwijl de Tour op de achtergrond door stamgasten wordt becommentarieerd. Doe maar een Patxaran om te beginnen en dan een slaatje met gerijpte Ibericoham en een plak Tomme uit de regio. Independentzia, binnen in de zaak hangt quasi argeloos een fotoframe met wat ETA-propaganda. You are not in France and not in Spain. Freedom for the Basque Country. Een koffie en Manzana, een helder groene appellikeurtje.

Ik reken af met de patron, het bedrag ruim naar boven afgerond. Pour la bonne cause, gebaar ik naar het onafhankelijkheidsstreven binnen. De man vraagt nog vanwaar wij rare snuiters precies zijn. Belgique, antwoord ik, la Flandre en effet. Ah si, je comprends. Met een knipoog nemen we afscheid. Miarritze etxeko, zoals thuis. Nog een korte strooptocht naar een fles Manzana die bij Cris helemaal in de smaak is gevallen en nog meer Patxaran, want de eerste fles is al half. Dan wandelen we een stuk terug tot bij Etxola Bibi om er na een verfrissing op de bus te stappen richting camping. We stappen af aan de Cité de l’Océan, want ik wil er nog naar het strand gaan kijken. De golven lonken, toch hou ik het vandaag op het zwembad van onze pleisterplaats. Morgen komt er weer een dag.

Etxeko, bistrot Basque

Zaterdag 13 juli

Het heeft vannacht zowaar geregend, drie druppels of iets daaromtrent, maar de ochtend begint nog grijs overtrokken. We nemen in de late voormiddag opnieuw de bus naar het centrum om fruits de mer te gaan eten. Dat heet, ik verorber een lading zeevruchten en Cris zoekt iets anders op de kaart. Het is nog wat te vroeg en het personeel van Chez Albert zit er zelf nog aan tafel, voor een drukke service. We maken nog een ommetje en ik gebruik de tijd die we nog moeten vullen om wat foto’s te schieten van de bootjes in de haven. Het fototoestel neem ik volgend jaar zelfs niet meer mee, zeg ik nog tegen mijn wederhelft terwijl ik op handen en voeten probeer om vanuit een speciaal perspectief die ene kunstige foto in te blikken. Tegenwoordig maakt een iPhone zo niet betere, dan toch op zijn minst even goede beelden, in vergelijking met mijn beterkope Nikon. Cris heeft een compactcamera, een iets duurder exemplaar waarmee je de kraters op de maan kan fotograferen, maar ook die wordt nauwelijks nog gebruikt. Dat gewicht kunnen we ons al besparen. Albert haalt de dikke scheepskoord weg voor het terras, een reservatie? Neen toch niet. We hebben geluk, zijn de eersten en er is nog een tafel vrij voor twee.

Grand Plage – Chez Albert

De volledige service zit er bijna op wanneer de laatste kreukel leeg gepeuterd is en dan komt er nog koffie en dessert! Met ronde buikjes stappen we naar Place Sainte-Eugénie om er eens in de kerk te gaan kijken en in de crypte die ingericht werd als gelegenheidsexpo voor Christelijk geïnspireerde kunst. Afgezien van het thema zijn er wel enkele werken bij die we zo zouden meenemen, mochten we er de plaats voor hebben. Het zijn niet toevallig telkens de schilderijen die een rood bolletje dragen: verkocht. Er zijn blijkbaar nog mensen met goede smaak. We lummelen nog wat rond in de winkelstraat en keren naar de camper terug voor een duik in het zwembad. Even proberen om wat baantjes te trekken voor de koters weer komen plonzen en dan languit op een van de ligzetels opdrogen in de avondzon. La piscine se ferme dans 15 minutes monsieur. Euh merci, ik schrik wakker wanneer de diepe stem van de campingredder zacht weerklinkt. In het blauwe bad joelen de tieners nog. Suf grabbel ik mijn handdoek en slippers bij elkaar om terug naar de camper te sloffen. Grillen of eten we iets bij Udako? De keuze is snel gemaakt.

Zondag 14 juli

Nationale wasdag. Deze avond om 23u is er een groots vuurwerk boven de Grand Plage. Daarvoor zijn we speciaal de vierde nacht op de camping gebleven, wat niet onmiddellijk onze gewoonte is. Een camper is geen caravan, dat moet rijden. Na een paar dagen hebben we het ook meestal wel op één plek gezien. Rust-vakanties gaan mij op de duur vervelen, Cris leest een boek of speelt een spelletje. Ik moet wat om handen hebben of ik val in slaap. Dus vermits we pas deze avond de bus naar de stad nemen vandaag, wordt er deze voormiddag gewassen. In het sanitair gebouw vinden we een wasruimte met twee machines en een droogtrommel. Het werkt allemaal met jetons, die koopt Cris bij de receptie terwijl ik al aan een handwas begin. De dekbedovertrekken gaan na een week zweten in de machine. Wanneer het wasprogramma afgelopen is, hangen de eerste spullen al op de draad. De lakens in de droogkast en een tweede jeton voor een machinale kleurwas. Tegen de middag hangt alles netje te drogen in de wind en is het bed al weer opgedekt.

Na de lunch, als de was droog is, lopen we even tot op de plage. Laatste kans om in de oceaan te gaan zwemmen, de golven zijn hier legendarisch. Cris houdt niet van zand en strand, maar gaat toch mee. Liefde is… tegen uw zin met uw vent naar zee gaan om zijn t-shirt en zijn sloefen bij te houden. Mer forte! De redders zijn streng, pootjebaden mag buiten de zwemzone slechts tot aan de enkels. En kinderen die door de branding lopen worden zelfs onmiddellijk teruggefloten. Het geweld van het opkomende tij is onvoorstelbaar, de golven wassen met kracht over het stijl oplopende strand. Deze stevige jongens kunnen zich maar ter nauwer nood staande houden wanneer de oceaan hen tegen de schenen slaat. We stappen over het strand naar de bewaakte badzone van Plage Milady, daar kan ik eindelijk echt het water in. Plonger! Metershoge golven en koude onderstromen spelen met de zwemmers, ik waad tussen proestende kinderen door en op enkele meters uit de branding heb ik al geen vaste grond meer onder de voeten. Met forse slagen werk ik me door de omslaande golven tot waar er alleen nog deining is. De redder bovenaan de uitkijkpost houdt me precies angstvallig in de gaten, links en rechts van me zie ik geen hoofdjes meer boven het water uitsteken dus zwem ik maar terug richting strand voor de rode vlag en de toeter erbij worden gehaald.

Mer forte, plonger!

Uitgelaten als een jonge zeehond laat ik me in de beukende branding meesleuren tot voor de voeten van mijn geduldige vent. Nog één keer? Cris staat te wachten in de felle zon, telkens wegzinkend in het natte zand. Ik heb mijn zin gehad en we stappen samen terug in de richting van Cité de l’Océan, onderweg poserend voor een foto terwijl een stevige golf tegen mijn billen breekt. Zo kunnen we het zand en de zonnecrème nog afspoelen voor we de bus naar het vuurwerk nemen. Benieuwd hoe die en vooral tot waar die zal rijden, want gisteren hingen er aan de haltes onderweg al bordjes om te melden dat alle verkeer door het centrum vanaf 16u afgesloten is. Een stel plaatselijke pubers sloft ons ter hoogte van de camping voorbij met hun bodyboards onder de arm terwijl wij het tijdsschema van de buslijn bestuderen. Eten we nog iets of zoeken we in de stad iets kleins? Misschien gewoon een stuk fruit of een homp stokbrood. We maken ons klaar en stappen op de volgende bus, er is geen haast.

Klokvast stopt de al overvolle bus bij de ingang van de camping, we wringen ons erbij. De kaart weer opladen hoeft niet, vandaag rijden we gratis zegt de chauffeur. Bovenaan het display staat Feu d’Artifice, 14 julliet. Speciale dienst, dat is aardig. Bij de cité keert de bus en rijdt in een grote boog terug van waar we komen. Ik twijfel: zitten we wel juist? Straks staan we in Bayonne! In het geroezemoes rondom merken we nog ongeruste mensen die onmiddellijk door omstaanders worden gesust. We nemen een alternatieve route, omwille van de grote drukte in de stad. Een halte of twee voorbij de camping zwaaien de surferkids die ons eerder voorbij waren gestoken. De oudste, met warrige lange haren golvend langs de groezelige snoet boven een gebronzeerde bast, spreekt Baskisch tegen zijn kameraad. Een blonde en nog melkwitte knaap die hen vergezelt, wordt amicaal in Hollywood-Engels getutoyeerd. De buschauffeur gebiedt de jongen een t-shirt aan te trekken. Yeah, yeah, nonchalant rommelt de snotneus wat in een rugzak, op zoek naar een busabonnement. Daar klettert pardoes een fles pastis tegen de vloer. Ondertussen dendert de bus verder. Eh toi, mets une chemise, gebaart de bestuurder streng. Oui, oui, tegen zijn zin hijst de balorige puber zich in een verfrommelde t-shirt terwijl hij zich net als wijzelf balancerend van het ene been op het andere staande houdt vooraan in de overvolle bus.

De surferkids moeten naar Bayonne, dus zitten op een foute bus en onze buschauffeur is niet van plan te stoppen aan één van de niet bediende haltes onderweg. Ze moeten mee tot aan de tijdelijke terminus bij Musée Asiatica helemaal aan de andere kant van het centrum. Daar kunnen de drie wel een bus terug nemen naar hun vertrekpunt om vooralsnog ter bestemming te geraken. De dienstregelingen lopen vandaag anders, verduidelijkt de verder vriendelijke autobusbestuurder. Daarmee wordt niet gesold. Wij zijn blij dat we eraf kunnen, geprangd als haringen in een ton. De mensenstroom verplaatst zich van de tientallen aanschuivende lijnbussen en het parkeerplaats zoekende autoverkeer naar de binnenstad. Eén straat door en we komen bij het centraal station en volgen mee richting casino en Grand Plage. De terrassen zijn er op dit uur gereserveerd voor klanten die willen eten en waar er gedronken kan worden zit het vol. Bij de sandwich en wafelkraampjes staat wel honderd man aan te schuiven, mensen zitten op bankjes en muurtjes, wachtend op het vuurwerk dat over een paar uur pas begint. Lopen we eens tot bij de Bistrot Basque? Wie weet, maar ook daar zitten alle terrassen afgeladen vol dus lopen we door de winkelstraat naar een achterliggend plein met wat cafés waar we gisteren na het shoppen ook wat hebben gedronken. Une pression en cinquante et un Perrier.

Grand Plage by night – Apérol Spritz

Cris kijkt verrast op: hij drinkt water dus scheelt er waarschijnlijk weer iets. Nee ik hoef niet zo nodig een bier, de drukte wordt me wat te veel. Het personeel loopt chaotisch het terras te verbouwen en de sigarettenrook van die luidruchtige gaminnen hierachter stoort me mateloos. Het tweede rondje een Apérol, dat helpt. De aangeschoten clochard die aan het tafeltje naast ons een sigaret komt schooien, flikkert een halve liter Karmeliet tegen de vlakte. Het glas in gruzelementen en het bier spat tot op mijn short, maar ik trek het me niet meer aan. Doe nog maar een Apérol. Daarna zakken we weer af naar de strandboulevard waar je ondertussen letter over de koppen lopen kan. Gelukkig zijn we groot. Jammer voor de mensen achter ons. Nuja, vuurwerk zit in de lucht, dus wie maalt erom. En wat voor een vuurwerk, ruim drie kwartier knalt het vanaf een rots bezij de Grand Plage tot hoog aan het firmament of tussen de belle epoque gebouwen. De onverbrande resten en vlokken asse dwarrelen door de lucht tot op onze hoofden en mijn witte hemd. Wow. Wat een finale!

Grand Feu d’Artifice

Liever dan bij Asiatica te gaan zoeken naar de juiste bus, laten we ons meevoeren door de massa die zich in beweging heeft gezet en slaan af naar de winkelstraat en de weg in haar verlengde die we volgen tot we bovenaan bij het Radisson Hotel komen met even verder bij de cabane met sangria. Die is helaas net dicht, want we hebben anders best wel dorst. Nog een dikke kilometer stappen door het donker en we zijn hier niet alleen, overal langs de baan staan wagens geparkeerd van mensen die speciaal voor het vuurwerk zijn gekomen. Bij de camping worden we door de nachtwaker begroet, die controleert alles wat er nog binnen of buiten gaat. Geen armbandje? Identiteitskaart voorleggen en je verblijf wordt in de computer gecheckt. Gelukkig zijn we voorbeeldige leerlingen. Een stel Franse jongeren moppert om de strenge controle. Een jeugdgroep vertrekt nog naar de stad met de laatste bus, die zien we vannacht niet meer terug. Biarritz leeft. We slaan het schouwspel van terugkomende gezinnen met kinderen en het aangeschoten wild van op de emplacements jeunesse nog een tijdje gade tot het stil wordt en kruipen dan ook maar in bed.

Maandag 15 juli

Traject: Biarritz – Layrac, 244 km

Na de ochtendkoffie beginnen we op te ruimen, sunblocker van de luifel, tafel ingepakt, tapijt opgeplooid. De laatste vaat gedaan voor ik het interieur van de camper onder handen neem. Het zweet parelt op mijn voorhoofd en loopt van mijn … euh rug. In zeven haasten loop ik nog even naar de douche om net voor de middag van de camping af te rijden, net op tijd. Eerste stop de vestiging van E. Leclerc bij Biarritz-Anglet. We leggen dezelfde route af als de autobus gisteren, ik herken het viaduct en de rotonde waar de weg naar het centrum afgesloten was. Hier slaan we rechtsaf de andere richting uit tot bij de luchthaven en het bedrijvenpark met ons geliefkoosde warenhuis. Inkopen doen voor de komende dagen en dan rijden we door naar de Cellier du Brulhois, een France Passion-adres in Layrac ergens op twee derde van de route naar Cahors, onze volgende echte bestemming.

Le cellier du Brulhois

In de late namiddag komen we aan bij het coöperatieve wijnbedrijf, na de milde temperaturen van Biarritz is het hier wààrm op het erf. We mogen ergens parkeren naar keuze, er staat nog een camper op de voorziene locatie. Cris spreekt er iemand aan, kwestie van beleefdheid en om te vragen wat de geplogenheden voor kampeergasten hier zijn. Om de hoek vinden we een toilet en indien nodig ook water, maar daarvoor komen we niet. De picknicktafels die ze er voor bezoekende groepen hebben geïnstalleerd mogen we gebruiken, met wat geluk is er schaduw onder de aangeplante bomen. Dans le magasin, il y a du clim… mochten we zin hebben in een proeverij? Dat komt helemaal goed. De vigneron legt ons uit wat zijn terroir speciaal maakt en dat er in de Brulhois onder de Romeinen al veredelde druiventeelt was. De typische ‘vin noir’ werd toen al verbouwd en recent door de verzamelde wijnmakers hier in deze kleine regio terug op de kaart gezet. Hij laat ons al zijn wijnen proeven en ook de betere flessen van andere boeren in de coöperatie. Zwarte wijn? Un vin embl ématique de notre terroir dans lequel puissance et fruit sont réunis. Helemaal overtuigd ben ik ook na het proeven niet.

Een reeks trendy verpakte flessen springt me in het oog, fel rose gewrapt met felle prints. C’est notre collecteur, cette année motif léopard. Een leuke souvenir voor de snotaap en het prinsesje, Cris zegt luidop wat ik denk. We laten een doos fancy flessen en één met normale op onze kar zetten. De inhoud bevalt mij minder, maar als de nood hoog is lust ik die vruchtzoete rosé van 100% Muscat de Hambourg ook wel. Cris houdt net als Wouter van Sauternes en nu en dan een zoetere rosé. En die naam alleen al, Grains d’Amour, dat moeten we voor onze framily wel meenemen. De droge Itinéraire is mijn ding, geassembleerd met ruim de helft Merlot, ongeveer een kwart Cabernet Franc en de rest kwart Malbec. Die gaat voor eigen gebruik onmiddellijk onze frigo in. De rode Itinéraire, waarin de zachtere Cabernet en Malbec vervangen zijn door een taninneuzere Tannat en Abouriou, verdwijnt in de koffer onder het bed om thuis in de kelder verder te rijpen. Schijnbaar versleuren we onze rode wijn al jaren verkeerd, nooit liggend, altijd rechtop in de auto. De luchtbel heeft dan minder contactvlak bij het schudden onderweg, thuis mogen de flessen liggen om te bewaren. Weer iets bijgeleerd! Au revoir et merci.

France Passion dans le Brulhois – Décadence sur l’herbe

Het blijft warm in de ondergaande zon en de picknicktafels staan net buiten de langer wordende schaduwen. De flessen cider uit Le Sap moeten uit de koelkast, om de net aangekochte rosé een plaats te geven. Breek open en drink op, want we hebben dòrst! Alle overtollige gewicht moet eruit, want we zijn met alle Baskische rommel en deze aankoop al redelijk zwaar beladen. Komende week op Oléron moeten wen nog langs Vignoble Vincent. Zin om te grillen hebben we na de uitgebreide degustatie en niet meer, maar we kochten deze middag vers brood en confiture d’Espelette voor bij de blauwe kaas. En dat restje Patxaran in die badschuimfles? Hoogtijd voor de apéro, weer een fles minder! Onderwijl bedisselen we of het morgen een camperplaats wordt, dan wel de camping in Cahors. Gouffre de Padirac is logistiek gesproken geen optie, afdalen in een gigantisch gat van 100 meter diep langs een trap of lift zien we precies niet meer zitten. Maar Rocamadour met Le Forêt des Singes wel en ik hou van aapjes.

Die reageert ondertussen op mijn Instagramstory: wow, het is daar wel mooi precies, geniet ervan! Komt in orde mijn graindamourke, we zullen een fles meebrengen voor u. Mijn aandacht verschuift van de reisplanning naar het thuisfront. Het is de opnieuw de derde dag en dus volgt er gegrommel wanneer aan de overkant van tafel enige feedback of inbreng gewenst wordt aangaande de keuze voor een camping dan wel het geluk te beproeven elders. De zon staat ondertussen laag genoeg en het wordt iets minder broeirig, maar toch komt er gedonder van. Figuurlijk. De vigneron had ons beloofd dat de nachten hier koel zouden zijn. En nu de zon weg is wordt het zelfs wat koud. Etenstijd. In de cave hier slijten ze ook een gamma produits du terroir, de bokaal foie gras entier de canard wordt geopend. Met de Crème de pruneaux d’Agen hapt dat uitstekend weg bij een La Régence uit Pauillac, de laatste van de drie betere flessen rood die we in Mont de Marsan nog kochten. Lekker decadent. En voor bij de koffie pruneaux enrobé de chocolat . Mijn beminnelijke is er niet zo gek van en ik vrees de werking van de pruimengelei nu al. We lachen en de rest van de verpakking droge pruimen houden we bij voor juf Margriet. Dat wordt ook nog lachen en binnen anderhalve week meteen ook de laatste kampplaats van ons verlof.

Cuve du Brulhois

Dinsdag 16 juli

Traject: Layrac – Cahors, 152 km

Na de ochtendkoffie rijden we van het erf af bij de vigneron met achter ons het zachte rinkelen van zijn flessen. We hopen tegen de middag aan te komen bij de camperplaats in Cahors. Gisteren beslisten we na wat over een weer gediscussieer om eerst te gaan kijken en afhankelijk van de beschikbaarheid daar door te rijden naar Camping Cabessut. Cris had al even telefonisch geïnformeerd en er zal sowieso nog plaats zijn morgen. De feitelijke aire met drie voorbehouden plaatsen en servicepunt ligt aan het water dicht bij de oude stad, beschaduwd onder de bomen. Als daar ééntje vrij moest zijn, wat erg onwaarschijnlijk is, overwegen we er één of twee nachten te blijven staan om de stad eens te gaan bekijken. De officiële uitwijkmogelijkheid enkele honderden meters verderop valt af, want daar sta je ongezellig op asfalt en bloedheet onbeschut. Zoals te voorzien staat de aire vol en misschien zouden we er sowieso niet zijn blijven staan. De aangegeven plek situeert zich direct bij de in- en uitrit van een drukke autoparking. Heel de gebuurte passeert er feitelijk onder uw luifel, als je die überhaupt al uitdraaien mag. We volgen de pijltjes naar de camping langs dezelfde kant van de rivier, niet de GPS die ons per sé een brug over wil laten rijden. Waarom toch? Dom ding. Net geen 4 km verder loopt mijn vent naar het kantoortje terwijl ik voor de slagboom aan de kant van de weg met loeiende motor wacht. Er is plaats, twee nachten zeker, mogelijk drie en twee baguettes voor morgenvroeg.

Camping du Cabessut – Capitelle de berger

Met een plattegrondje en de pocketversie van de Grand Larousse ménagère in de hand komt Cris terug aangewandeld. Ze gaan de bareel open doen, rij maar door. Hier aan de stenen torentje naar rechts, dan op het eind weer rechts, links bij de trekkersweide en dan zien we de motorhomes al staan. Speciaal verharde percelen en een serviceplaats op het eind van de rij. Ideaal. Ik stuur de Autoroller op aangeven van mijn wederhelft achterwaarts in de op het kaartje aangeduide plek en we installeren ons voor de lunch. Er is beeld op de satelliet en dus ook Vlaamse radio. De nieuwe Flybox en het doosje met draagbaar internet van Orange, waarvoor we speciaal naar Veurne zijn gereden toen we laatst een weekend aan zee waren, blijft voorlopig nog altijd onbenut. Het was een op het eerste zicht snood backupplan om tijdens de heetste dagen onder de bomen in de schaduw te kunnen staan en TV te streamen als er geen ontvangst zou zijn met de schotelantenne. Na de siësta gaan we op verkenning rond de familiecamping. Sanitair gebouw, point de tri, centraal de huuraccommodatie, grotere tenten- en caravanplaatsen, het zwembad ligt langs de rivier, de Lot, en daar is de receptie terug annex winkeltje, een wasplaats met jetons en daarnaast nog bar en restaurant. We stappen even binnen in het bureautje. Bonjour. Oui merci, nous sommes bien installés. Je viens juste te confirmer qu’on reste trois nuits en effet. Le règlement au veille du départ. OK ça marche.

Nouvelle recolte – Ratz, bière artisanale

Vooruitbetalen kan wel, maar is hier schijnbaar niet gebruikelijk. Bij de camping in Biarritz moesten we online de booking bevestigen met een vooruitbetaling, in één klap het ganse bedrag op de MasterCard. Die pocketversie van de Grand Larousse bevat het campingreglement en vertelt iets over de geschiedenis van de oude stad, de nabijgelegen hotspots en vooral het verhaal van de camping, gedetailleerd tot de Latijnse benamingen van de bomen, heggen en aanplantingen toe. Iemand heeft wel heel erg zijn best gedaan om het de gasten hier naar de zin te maken. Ik ga straks misschien nog even zwemmen en deze avond is er een marktje van lokale producenten bij de ingang. Cris koopt een nieuwe bokaal foie gras en twee flessen wijn van Cahors, de Larousse leerde ons dat deze AOC wijnbouwers verplicht om minstens 80% Malbec te verbouwen. Ik schuif aan bij de groentenboer om een Cavaillon meloen, hier gewoon melon geheten want ze kweken er hier om de hoek meer dan in dat onooglijk gat waar we ooit kwamen zonder een levende ziel of gelijknamige vrucht te bespeuren. En een pondje abricozen in een papieren zakje graag, ik heb geen tas bij. Non les tomates sont pas à moi, la dame avant les a oublié. Caravanvolk. We hoeven vandaag niet meer per sé naar de stad, morgenochtend is er een echte markt bij de kathedraal. Gaan we uit eten of halen we deze avond gewoon iets af? Afhalen.

Een Pizza Rocamadour voor Cris, dat blijkt een plaatselijke vierkazen; een Lotoise voor mij, met eendenlever en magret de canard. We kunnen binnen een half uur terugkomen of wachten aan de bar. Het wordt de toog, natuurlijk, en om dat wachten te veraangenamen bestellen we alvast een Ratz. Het plaatselijke biertje mag er wezen. Het smaakt en na de koffie is het is al behoorlijk laat en donker, maar nog veel te warm om te gaan slapen. We besluiten om langs het water een eindje te gaan wandelen, daar zal het koeler zijn. Eerder ongepland staan we dan plots toch nog in de stad, waar de laatste noten van een jazz-festival weerklinken. Even kijken waar we morgen de vroegmarkt gaan vinden en waar we onze fietsen kunnen stallen. De fascinerende projecties op de versterkte toren van de middeleeuwse kerk stonden niet vermeld in onze zakencyclopedie, maar het is wel een mooie afsluiter van de dag.

Cahors by night – Illuminati/ons

Woensdag 17 juli

We fietsen vandaag terug naar de kathedraal om tussen de toeristen en de habitués te kuieren langs de kraampjes op de markt. De ceintures du randonneur zijn er, sterker nog ze zijn er overal. Elke standwerker die geen meloenen en Malbec verkoopt, heeft de universele riemen in de aanbieding. Cris verzamelt ze sinds we vorig jaar in Saint-Georges-de-Didonne aan de Gironde op de markt waren met Mieke en Willem. Ze hebben er nog plezier in wanneer ik hen whatsapp. Dat viel te vrezen, stuurt juf Mieke terug. En dan zijn jullie nog niet in Saint-Georges geweest. Dat is voor volgend jaar, grap ik, als jullie er terug zijn. En tafelkleden, elke markt in Frankrijk verkoop tafelkleden anti-tâche en die zijn al een tijdlang een gespreksonderwerp. Er is namelijk geen enkel tafellaken in huis dat past op de niet conventionele Ikea-tafel thuis en daar moet dringend verandering in komen volgens mijn vent. Als hij maar gelukkig is, denk ik dan. Dus lopen we alle kramen langs op zoek naar de geschikte afmetingen, zonder succes. Op de markt in Biarritz was er ook al niets in de juiste maat, zelfs niet de dure kleden met Baskische motieven in de chique boutiques. Ik lig er allerminst van wakker.

Marché du terroir – aux puces

Rond het middaguur staan we terug bij het begin van de markt. Ergens iets gaan drinken of een kleinigheid eten? Het kan dus wandelen we wat straten door richting de winkelstraat met bars en restaurants waar we gisterenavond toevallig langs liepen. Nu hebben we geen zin om ergens te zitten tafelen, eerder een broodje, maar dat zien we niet onmiddellijk. Aan het plein met het standbeeld van Léon Gambetta is blijkbaar ook de Info Touristique, we lopen er even binnen. Wat te doen in Cahors? Met een kortingbon van de camping kunnen we één combiticket gratis krijgen bij een betalend kaartje voor een ritje met le petit train en een uurtje op de rondvaartboot. Bij nader inziens hoeven we niet zo nodig, dus lopen we maar tot bij de Pont Valentré, een van oorsprong middeleeuws bouwwerk dat door de UNESCO op de lijst werd geplaatst van het werelderfgoed. Best eens leuk om erover te stappen, nog steeds op zoek naar een versnapering. De klok tikte ondertussen een uurtje verder en nu zouden we best wel iets meer op kunnen dan een belegde sandwich.

We schuiven aan op het terras van Au Comptoir d’Olt voor een hartige salade en een fles rosé van Georges Vigoroux, droog en met stip aan te bevelen. De gésiers voor mij, want de magret de canard had ik gisteren al. Cris gruwelt van de gedachte kippenmaagjes op het bord te krijgen en speurt de kaart af naar iets zonder slachtafval. Wanneer de borden op tafel komen sleurt hij bijna de chef van achter zijn comptoir, want er liggen gésiers op zijn sla en dat stond zo niet op de kaart. Neem een slok wijn en spoel het door. De gruwel eindigt op mijn bord, ik lust het wel. De wijn ook. Na de koffie wandelen we terug naar het oude stadsdeel om er de middeleeuwse straatjes en wat kerken te bekijken. Morgen rijden we met de fiets terug tot bij de oude brug om er in de slijterijen Cahors-wijn te kopen die we mee naar huis kunnen nemen. De temperaturen in de vieille ville lopen hoog op we zoeken een caféterras in de schaduw en vragen naar een Ratz-bier. De herbergier verontschuldigt zich uitgebreid voor dat gebrek, de inboorlingen zijn te weinig chauvinistisch en drinken liever buitenlandse pilsbieren. Hij heeft wel Stella, Leffe en Hoegaarden op de tap. God nee, wij komen van Leuven en dàt gaan we hier nu echt niet drinken. Pelforth s’il vous plait. Tijd om terug te fietsen naar de Cabessut en nog wat rosé soldaat te maken vandaag, maar eerst neem ik een duik in het zwembad. Begin al maar te drinken, grap ik naar mijn luierende vent: voor elke fles die eruit gaat, kunnen we morgen een andere kopen. Geen probleem denkt de sluwe oenoloog, we kopen magnums dat is twee keer zoveel wijn en minder gewicht. Geen idee of het klopt.

Pont Valentré – Au comptoir d’Olt

Donderdag 18 juli

Eergisteren op de heenweg passeerden we een rist warenhuizen langs en vandaag ontbreken we een usb-kabeltje. Bol.com levert niet voor we hier terug vertrekken en ik zie maar één mogelijkheid om het te vinden: de Hyper Carrefour. Cris zoekt het op en 6 km fietsen is goed te doen. We hebben anders dan een bezoek aan Vins sur 20, de speciaalzaak van Laurent Zimmermann, en de cave van Château Lagrezette niets te doen. Ik meen me de weg te herinneren en we fietsen aan een stevig tempo naar de winkel, of dat is toch het plan. Zijt ge zeker vraagt mijn vent, voor de derde keer achter mij maar ik hoor hem niet tot hij luidkeels roept STOP! Het is de verkeerde baan, aan één van de rotondes namen we een afslag te vroeg. Het moet wel, want we reden ook niet onder de spoorwegbrug door. Rechtsomkeer met wat gemopper. Een toertje om de rotonde en dan onder de spoorlijn door naar de grote baan met alle winkels. Gevonden! De winkel en het kabeltje.

Nu we er toch zijn doen we nog wat extra inkopen. Een côte à l’os van een kleine kilo Limousin voor vanavond op de grill en een fles Casanis. Corsicaanse pastis die ik twee zomers terug ontdekte in een tapasbar aan de vissershaven van Les Sable d’Olonne nadat de snotaap me een klein uur bezig hield met een computervraag die hij tijdens mijn afwezigheid op het werk oplossen mocht omdat ze er zogezegd een tweede Stijn van zouden maken. Juist. Ik hoor het hem nog zeggen: dit is ni werken, dat is uwe vrientie helpen. Precies ja. Grains d’Amour. Enfin dié pastis dus, ik zoek er sindsdien al naar en nu staat die hier gewoon tussen de Ricard en de 51. Neem ineens twee flessen mee zegt Cris. Euh schattebol, wij zijn al overladen. Afrekenen bij de kassa en in zeven haasten naar de camper om alle etenswaren in de koelkast te stoppen voor ze van de hitte weten nu op het middaguur en dan magnums kopen. Kan ik straks nog gaan zwemmen voor de apéro.

Mag ni, mag wel, magnum Malbec

Met vijf rode en één anderhalve liter rosé los in de fietstassen rijden we al rammelend en rinkelend bij elk putje in het zinderende asfalt terug naar de camping. Ik bericht Wouter over onze nieuwe oogst: als je braaf bent, mag je eens proeven. Hij gaat heel braaf zijn, komt er als weerwoord. Ik twijfel er niet aan, Wouter is altijd lief. We puzzelen de magnumflessen in de koffer en onder het bed. Het nu petiterig lijkende flesje Cahors dat ond nog rest van le petit marché du camping, kraken we vanavond of we nemen het mee en drinken gewoon verder rosé. Cris gaat de rekening betalen, au veille de notre départ. Ik ga een uurtje afkoelen in het baantjesbad. Morgen gaan we naar het apenbos in Rocamadour. En ik zie graag aapjes.

Vrijdag 19 juli

Traject: Cahors – Rocamadour, 71 km

Nadat de volle tanks geleegd zijn en het water terug gevuld, want de volgende dagen staan we op parkings en camperplaatsen, zetten we koers naar Rocamadour. We navigeren naar één van de randparkings waar we denken te mogen staan voor de nacht. P1 – l’Hospitalet blijkt een aardappelveld met een slagboom en betaalautomaat buiten werking. Er staan rondom wat campers geparkeerd. Maar het verontrust me dat er hors service over de barrière is geplakt, wat als ze die straks komen maken en wij staan binnen zonder ticket? Bij nadere inspectie blijkt dat het systeem nog in opbouw is, maar nog verontrustender is de gelamineerde nota die stelt dat dagparkeren 10 euro kost en overnachten met de camper 40 euro. Ik ben er niet tuk op om er schots en scheef te blijven staan tussen de wagens van dagjesmensen die af en aanrijden en tot tegen je woonceldeur komen parkeren. Een beetje nukkig loop ik achter Cris aan om eens te gaan kijken naar Le Relais du Campeur, de camping waar we jaren geleden met onze Konings eens hebben gestaan.

Kijk daar kocht ik toen een zwembroek omdat een short niet toegelaten was in het campingzwembad. En daar op de hoek kocht gij een foie gras van bij de 30 euro of iets, we hebben daar toen een ganse week heel zuinig van gegeten. Tegenwoordig werken we dat iets in één keer naar binnen op een toast of een stuk briochebrood. De tijden veranderen. Cris kijkt eens scheef naar zijn plots verdacht opgewekte vent en stapt binnen in het kantoortje waar een Engelse dame de scepter zwaait. Die is wellicht blijven hangen aan de geneugten van de streek tijdens een pelgrimage. Ze tarifeert ons 22 euro voor een nacht. Le Relais is ondertussen opgewaardeerd tot Le Paradis. Een officiële bivak met stroom, sanitair en een plons in het koude water voor de helft van de prijs voor één nacht op die clandestiene parking verderop? Niet aan twijfelen, ik haal de auto terwijl mijn pelgrim verder keuvelt met de gezellige kwezel over het nieuwe circulatieplan en het camperwerende parkeerbeleid van de gemeente Rocamadour.

Wanneer ik terug bij de parking kom, valt het me op dat er op de nagelnieuwe P1-zuil langs de baan een pictogram ingewerkt is dat duidelijk maakt dat overnachten met de camper niet toegelaten is. Een aantal van de campers is er al weggereden in tussentijd. Ik rij de Autoroller van de keggen, gooi naar binnen en rep me naar het paradijs. We krijgen de eerste plek langs de weg, onder een hoge boom met laaghangende takken, maar met onze 2,80m kunnen we er net onder. Perfect. Nog een wandelingetje door l’Hospitalet om te kijken of we ook het restaurant nog herkennen waar we ooit op het tuinterras zaten. Dat blijkt moeilijker en Cris zoekt naar het reisverhaal omdat we er niet uitkomen waar het zou kunnen zijn geweest, laat staan hoelang dat geleden is. Negen jaar al ondertussen, we vonden toen recht tegenover de ingang van de camping een geschikte tafel bij restaurant Au Panorama, een herberg die ons blijkbaar beviel. De tijden veranderen, vandaag spoort de kaart precies niet meer zo direct met onze culinaire norm. Morgen bij Un Parfum de Gourmandise zal het wel anders zijn.

Le Forêt des Singes

We wandelen naar Le Forêt des Singes om met een hand vol popcorn een Berberaapje te gaan vangen. Ze lijken zo lief, maar het zijn allicht venijnige beestjes. De verzorgers geven kordate instructies en zien er nauwgezet op toe dat de koters de apen niet gaan strelen of het snoepje niet op de platte hand aanbieden. Le singe peut prendre un doigt et l’arracher! Een jongentje kijkt beteuterd bij die onheilstijding en vlucht naar de rokken van zijn moeder terwijl de jongeman met zijn groene Forêt-polo hem en de onoplettende mama berispt. Ik onderdruk een lach bij het maken van een selfie bij zo een aap. We dachten hier in het apenbos schaduw en koelte te vinden, maar dat valt een beetje tegen. De enige verkoeling komt van een vernevelaar onderweg en de apengrot, de paadjes ernaar toe liggen er verzengend bij onder de namiddagzon. De apen zijn loom, net als wij. Aan het eind van onze wandelsafari heb ik nog een halve hand vol popcorn over. Een van de aapjes bekijkt me met mistroostige ogen, hier pak maar. Het diertje weet niet welke van de gepofte maïskorrels het eerst moet pakken en zijn knoestige handjes zijn te klein om net als ik alle acht de popcorntjes gelijk vast te houden. Paniek. De aap grabbelt gulzig in mijn uitgestoken hand, pak hij er één bij, valt er een ander uit zijn pootje. Ik gier het uit, het arm (sch)aapje. Komaan we gaan pinten drinken op de camping, want ik krijg hier toch geen aap mee naar huis. Gij hebt thuis al een aap, zucht Cris.

Le Forêt des Singes

‘Le Petit Train’ van Biarritz en die in Cahors lieten we voor wat ze waren, dus hebben we nog recht op een toeristenval. Het treintje van Rocamadour heeft een Ciruit de Nuit! Elke dag om 21u pikt het kampeerders op voor de ingang van Le Paradis. Na een bescheiden avondmaal kleden we ons om, net genoeg om bij de rij medetoeristen aan te schuiven die zitten te wachten op de avondrit. Het treintje brengt ons naar het middeleeuwse stadje dat zich ontwikkelde aan de voet van de abdij die tegen de rotswand werd aangebouwd. Het tweede of derde bedevaartsoord van Frankrijk, al naargelang de geraadpleegde bron, na Lourdes en de Mont-Saint-Michel. Beneden houdt het treintje halt en krijgen we een half uur om foto’s te gaan maken of rond te lopen, de bedoeling is ons eigenlijk niet ze duidelijk. De chauffeur is ermee weg, die haalt nog een lading toeristen en komt dertig minuten later met een volle trein terug. Ik zag een tweede Petit Train door het dal rijden aan de overkant en traag langs een wegeltje naar omhoog klimmen. Ernaar wijzend zeg ik tegen mijn grote beer dat ik daar precies niet graag bij gaan zijn. We kunnen te voet terug, zegt Cris. Maar nee, we hebben ervoor betaald, ik val nog liever dood van de schrik. Ahum. Het scheelt niet veel, maar niks gekort, alles is toch geregeld.

Het impressionante zicht op dat werelderfgoed komt inderdaad pas echt tot zijn recht, als je durft kijken. De abdij steekt volledig verlicht fel af tegen de nachtelijke hemel, gezien vanaf de tegenoverliggende flank. Het treintje hobbelt terug naar beneden terwijl een cassettebandje de resterende geschiedenisles gezapig af dreunt in het Spaans en het Engels. Ik stopte na het Frans al met luisteren om me te concentreren op mijn vertigo die snoerhard toeslaat. Mijn vingers klemmen om een metalen handgreep aan het wagonnetje terwijl ik angstvallig de focus op een vast punt in het rijtuig, gewoon maar om niet plots in de diepte te turen waar mijn blikken onwillekeurig toch naartoe getrokken worden. Nu niet kijken zegt Cris. Te laat, ik heb gekeken en knijp nog wat harder in het metaal. Wanneer we eindelijk terug voor de camping stil staan, wringen we ons van het smalle bankje. De mensen in een tweede karretje schaterlachen bij die scene: twee beren van venten die uit een voor hun postuur veel te krap treintje kruipen en zich dan uitrekken om hun rug in de haak te krijgen en van het ene been op het andere alles weer in de plooi schudden. Die borrel heb ik nu echt wel verdiend.

Circuit de nuit – Singe de nuit

Zaterdag 20 juli

Traject: Rocamadour – Périgueux, 125 km

Bij het ochtendgloren worden we wakker met een aap in bed, het ding reist al een paar jaar met ons mee. Net als een pluche leeuw – de enige echte Vlaamse – , een flamingo uit de Provence – le flamant rose – , en een ooievaar uit de Elzas; het wordt een hele zoölogie. Alleen de aap heeft ondertussen een naam en Cris vraagt: Zijt ge nu weer tegen Lennert aan klappen? Euh ja, Ersatz. Ik kan ’s ochtends al vroeg behoorlijk druk doen en hij wordt heel traag wakker, dus ratel ik maar tegen mijn pluche Lennert en duw hem tegen de neus van mijn troetelbeer. Bwaaaaah, schreeuwt Cris en ik schrik me aap. Alleszins iedereen is nu wakker. We pakken hier in en zetten koers naar onze dinerdate in Périgueux, maar eerst gaan we nog even ontbijten bij Le Bistro du Relais, op de hoek bij de ingang van de camping.

Straks proberen we de camperplaats en mocht daar geen vrije plek zijn, wat niet erg waarschijnlijk lijkt, dan is er een France Passion-adres wat verder van het centrum maar wel op gelijke afstand van ons gevierde restaurant. Kort over de middag rijden we van de snelweg af in de buurt van onze bestemming, maar ik herken de omgeving niet meteen. Ergens op een enkelvoudige rotonde schiet een belachelijk klein autootje met Nederlandse kentekens ons voorbij wanneer we met ons gevaarte traag het rond punt oprijden. We schrikken van het onvoorzichtige Hollandse manoeuvre. En dat met twee kinderen op de achterbank. Maak eens een foto van die stomme kloot zijn nummerplaat, gebied ik mijn copiloot. Geërgerd geef ik met het groot licht van de auto een teken dat ’s mans onverantwoorde stuurmanskunsten me wat kunnen. Het eindigt ei zo na in een exploot van verkeersagressie wanneer die arrogante kloothommel met opzet voluit in de remmen gaat als tegenreactie. De wijnkratten onder tafel schuiven en achteraan flikkert één en ander naar voor. Godverdomme, de adrenaline stijgt en het bloed klopt achter de ogen in mijn slaap. Kalm. Hij is het niet waard. Gelukkig slaat het stuk onbenul aan de volgende rotonde af richting McDo, wij volgen rechtdoor naar Périgueux, quartier Saint-Georges.

Joyeux Périgueux

Nog altijd wat geagiteerd komen we aan bij de aire op de Rue des Prés. Cris kent het betaalsysteem en wipt uit de cabine, er is plaats en we parkeren voor de nacht. Aanvankelijk een beetje doelloos wandelen we naar het centrum, de hagelwitte Cathédrale de Saint-Front steekt in het vale middaglicht af tegen de grauwe lucht. Het lijkt wel of het hier altijd drukkend en betrokken is. Het was altijd zo, op al die keren dat we hier al kwamen, bedenk ik me luidop. Weet je nog met Albert en Brigitte, toen kregen we zelfs een stortbui over ons heen. We lopen de smalle straten door en blijkbaar zijn het solden, dus gaan we maar wat windowshoppen. United Colors of Benetton, ik wist zelfs niet dat het merk nog bestond. Mijn robuuste teddybeer vindt er niets, dat is goedkoop. Maar wat zijn hier feitelijk de kledingmaten… Puis-je vous renseigner? Euh ja, ik kan me maar net in een 52 hijsen, OK misschien ben ik wat aangekomen, maar thuis geraakte ik nog in een 36 jeans en een 34 als het moest! Italiaanse maten, Franse maten, het juffertje beweert stellig dat het de normale aanduiding is. Cris lacht met zijn onthutste vent: dikke! Welaan, maar ik flaneer naar buiten met een bermuda en een pantalon in een blitse papieren tas. Très chique.

Gaan we ergens iets drinken? Het is weer drukkend warm tussen de gevels van de stad. Oh Kijk daar aan de overkant, tot 70 procent afprijzing. Ik wijs naar een vitrine vol kleurige polo’s. Troisième démarque! Slecht idee, als ik snel ergens aan een pastis had willen zitten. Cris duikt de winkel in en tussen de rekken van Armand Thierry. Zijn normale 3XL wordt hier waarschijnlijk een vier denk ik, met die rare maten. Hun collectie heeft ook de hele grote maten, tot groot jolijt van dikke vriend. Gelukkig zijn de meeste stukken stevig afgeprijsd, maar toch druk ik hem op het hart: voor élke nieuwe polo, moet er thuis een versleten polo weg. Dezelfde regels gelden als voor onze rijdende wijnkelder, één fles eruit, dan pas een andere erin. Met onze soldes in de hand gaan we vooralsnog op zoek naar een café in afwachting dat we ons straks in een lange broek en een hemd steken voor het gereserveerde verjaardagsdinertje in het betere restaurant.

Un Parfum Étoilé

Het is rond half acht nauwelijks wat afgekoeld wanneer we te voet, all dressed up and somewhere to go, bij de camper vertrekken. Onze linnen broeken en de katoenen hemden zijn al klam bezweet wanneer we op de Cours Saint-Georges voor de deur staan van Sébastien Riou en Catell Kergadallan. De naam van onze gastvrouw laat vermoeden dat ze eerder uit Bretagne komt dan hier in de Périgord geboren en getogen is. Als we hier ooit nog eens een tafel boeken, informeer ik er eens naar. Drie maal is scheepsrecht. Bij het boeken van de tafel was het me niet opgevallen, maar terwijl we in de vestibule wachten op de maître om aan tafel gezeten te worden, merken we een rood schildje in een vitrinekast: Guide Michelin 2019. Sinds wij er vorig jaar waren, zijn ze terecht opgewaardeerd van gastronomisch restaurant naar sterrenzaak. De eerste ster staat er te blinken, meer dan verdiend volgens onze eerste ervaring.

Catell en haar tienerzoon ontvangen ons hartelijk. het is nog uit te kiezen waar we gaan zitten. Doe maar in de hoek, onder de airco waar we hopelijk wat van zullen voelen, want het zweet breekt me nu echt wel uit. Een glaasje bubbels om te beginnen, geen crémant, alleen het echte spul. Net zoals vorige keer mag ze het menu de découverte noteren, met aangepaste wijnen, echte glazen geen proevertjes, als dat kan. Natuurlijk kan dat, we moeten niet meer rijden en er is wat te vieren. Bij de booking vermelde ik dat het voor Cris zijn verjaardag was en speciaal naar hier terug komen omdat het een jaar geleden zo bevallen was. Achtereenvolgens worden we verrast met amuses, op rozemarijn gerookte verse makreel, een schuim van kikkererwten met citroen en een mousse van parmesan met eetbare bloempjes; gerechten met zeekraal en frisse tarama, Bretoense kreeft met rabarber, eendeborst met rode biet en bosbes; om te eindigen met desserten, koffie en digestif. Gewoon af! Bij het tweede nagerecht verschijnt plots onze aller hartelijkste gastvrouw aan tafel met een brandend kaarsje in de hand: Désolé messieurs, j’ avais oublié la bougie! C’est pour… Lui… naar mijn wederhelft wijzend en een schaterlach niet eens meer onderdrukkend. We proesten het uit, hartelijk dankend voor die fijne attentie en zijn de laatsten om van tafel te gaan.

Menu de découverte – Joyeux Anniversaire

Le règlement. En carte s’il vous plait. Terwijl de betaalterminal voor mijn creditcard op de comptoir verschijnt, stop ik discreet een eurobiljet in het lederen omslagje met de rekening. Na een paar glazen wij gaat alles wat trager en in het oog van de tiener verschijnt spontaan een glinstering. En òf het goed is geweest, madamme. We komen speciaal hierheen omdat we weten dat het hier zo goed is nadat we jullie vorige zomer toevallig ontdekten. Maar ik weet niet of we volgend jaar al weer terug zullen komen, het is toch wel een eind rijden. Catell reageert verrast: Et vous venez d’où? Belgique, la Flandre, Louvain pres de Bruxelles. De dame ging ervan uit dat we hier ergens uit de buurt waren, omdat we niet meer moesten rijden. Nee, toch niet. Nous sommes ici en camping car, rue des Prés là-bas. We komen nu van Biarritz en zijn onderweg naar Île d’Oléron, onze zomervakantie is speciaal zo gepland om hier vandaag te kunnen komen dineren voor zijn 38ste verjaardag, leg ik uit in mijn beste doch nu en dan haperende Frans. De verbazing en appreciatie bij mevrouw Riou worden enkel groter. We nemen afscheid van hen, haar man en chef is ook uit de keuken gekomen. Merci messieurs et une bonne soirée! Un grand merci à vous. En wie weet, misschien tot volgend jaar…

Zondag 21 juli

Traject: Périgueux – Saint-Denis d’Oléron, 277 km

De voorbije dagen ging het nog even tussen een détour langs Domaine de la Gauche in Sauternes waar we een keer stonden, of toch maar in één trek naar Oléron te rijden. Ik stelde maar iets voor, omdat we de laatste week van onze vakantie niet echt vooruit hebben gepland. Het enige wat min of meer vast lag was een bezoek aan Vignoble Vincent, waar Albert en Brigitte samen met ons een paar nachten tussen de druivenranken hebben gestaan zo een jaar of zes geleden. Françoise en ik cultiveren sinds enige tijd een goede verstandhouding op Instagram. Ik volg met interesse de ontwikkelingen van het wijnbedrijf en zij vindt mijn vakantiekiekjes nu en dan eens leuk, voor wat hoort wat op de trendy media. Alleszins het echtpaar zet tegenwoordig voluit in op marketing via de sociale netwerken en daar ben ik beroepshalve nogal gevoelig aan. Zo lanceerde Françoise een invitatie voor een visite guidée et dégustation, onderwijl wij bij de Cellier du Brulhois aan de apéro zaten.

Elke maandag organiseren ze een incentive voor het oenotoerisme en geven ze aan hun omzetcijfers wellicht een boost. Een rondleiding met wat uitleg, daar houden we wel van. Zo leren we nog iets en de proeverij met apéro is ook aardig meegenomen. Ik reageerde op de het bericht van Françoise dat we graag zouden komen, maar dan wel een week later wanneer we op het eiland aangekomen zijn. Super c’est noté mais pas pour le 22, mais le mardi 23/7, à bientôt! In één keer naar Oléron, de kogel is door de kerk. De omweg langs Bommes, een heel eind onder Bordeaux vindt Cris maar niks, wetende dat hij alleen maar een nieuwe fles mag kopen voor elke andere die er uitgezopen is. Dus zochten we naar een camping voor de eerste dagen en nog één nacht naar Vincent. Wat te denken van Camping Cap Soleil vroeg Cris me daar in ‘het brulhuis’ tussen het aperitief en het avondmaal door? Een zwembad, gelegen op 300m van het strand en zicht op Fort Boyard. Ideaal. Maar ik zat met mijn gedachten elders door een bericht op Instagram en te keuvelen met mijn aap. Zodoende haalde ik de dagen door elkaar, drie nachten reserverend. Nu we klaar staan om te vertrekken, dringt het tot ons door: mardi is niet mercredi en we worden dus niet woensdag, maar op dinsdag al voor het geleide bezoek verwacht. Oeps.

Niets aan te doen, we rijden naar onze booking in Saint-Denis d’Oléron net op de grens met La Brée. Ooit fietsen we daar al eens naartoe vanaf een camping aan de andere kant van het eiland. Ik herinner me de parelwitte paden, verblindend in de felle zon. Hoog tijd om hier de plaat te poetsen op de camperplaats van Périgueux want nu gaat het met de Autoroller nog over het grauwe afsfalt en 107.7 fm waarschuwde gisteren voor files op de ring van Bordeaux en op de A10 in beide richtingen. Of dat meen ik toch te hebben gehoord en met één blik op de landkaart en ellenlange rijen aanschuivende vakantiegangers op de snelweg in gedachten, wil ik liever via Angoulème en Cognac naar Saintes rijden dan stil te staan op de snelweg. Maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan als je een GPS wil laten navigeren naar een steenweg ergens aan de andere kant van de stad. Dan toch de péage, maar voor Libourne slaan we af om de drukte te vermijden. Een zinloze beweging, want terwijl we binnendoor naar de A10 worden geleid verkondigt de stem op 107.7 fm dat er tegen alle verwachting nauwelijks verkeer op de snelwegen is. Foeterend op de navigatie komen we na kilometers kronkelwegen eindelijk weer op de tolweg naar het noorden. Even voor Saintes nemen we de afslag naar Le Pays de Marennes met de oesterbanken en de lange brug over de engte van de oceaan tot op Île d’Oléron.

Saint-Denis d’Oléron

De GPS sputtert nog wat tegen, per sé wil die door de dorpskernen en langs gehuchtjes ter bestemming terwijl er van bij de brug dwars over het verdomde eiland een drievaksbaan vertrekt tot in het uiterste punt van de zandplaat. Mopperend om alle technologische en mathematische idiotie botsen we in La Brée tot overmaat van ramp ook nog op de kramen van dagelijkse markt. Na die laatste hindernis komen we heetgeblakerd bij Cap Soleil aan. Cris loopt naar de bureaucontainer bij de ingang terwijl ik voor de slagboom wacht waar de gedateerde Citroën C4 van een ontroostbare Algerijnse Fransman wordt getakeld, zijn topoccosie heeft de reis en de zomerse warmte niet overleefd. Uit het motorblok lekt iets en er loopt een spoor over het stoffige asfalt. Je zal hier maar staan met een scheur in uw joint de culasse. Uitgelaten campinggasten verdringen zich rond het drukke zwembad en kinderen plonzen proestend uit de waterglijbanen. Niets voor mij, denk ik net wanneer mijn jarige man met het armbandje voor de piscine terug aangelopen komt. Eéntje maar vroeg de dame? Ja, want hij gaat niet in het water. Ik hier ook niet, maar wie maalt erom.

We volgen de aanwijzingen naar onze stek voor de komende dagen, het zwembad en de bar-resto voorbij, naar rechts en dan links daar komen we bij de tourplaatsen. Ik laveer de Autroller tussen half op het weggetje geparkeerde wagens en lage bomen door tot bij de laatste vrije plek. In zeven haasten komt een potige Fransman van achter de haag gesprongen, om zijn Amerikaanse bak te verplaatsen die met de koffer open op ons perceel geparkeerd staat. Een vrouw en zeven dochters proberen een Decathlon-tent op te zetten, de man en een tweede vent vertrekken met de auto. We zitten laat aan de lunch wanneer de oudste meisjes om een hamer komen vragen, met in hun kielzog de moeder zich verexcuserend voor de storing en hun waardeloze kampeersetje dat ze samen kochten met de tent. Eén steen bij het indrijven van een haring en de steel van hun hamertje was gebroken. Gniffel. Geen kampeerervaring, dat wordt hier nog lachen. De scheerlijnen staan aangepannen en bedankt voor het lenen van de hamer. Het rumoerige vrouwvolk is druk doende met het inrichten van de tent, wanneer de luidkeels boerende macho’s terug arriveren met een andere hamer. Schijnbaar moet alles worden over gedaan met hoogoplopende discussies, want wat kennen vrouwen en kinderen nu van een tent? Elk woord van het gesprek kracht bijzettend met een vetklinkende putain. De plaatselijke familie Flodder is hier neergestreken.

Wij gaan de rest van het gebuurte inspecteren, terwijl het gepol en lawijt in de verte verstomd, wandelen we misschien nog even tot aan het strand. Hier de zee in gaan is zonder waterschoenen niet echt een optie en het oceaanwier ligt hier bijna een halve meter hoog te drogen op het beige zand. Als ik nu ga zwemmen ruik ik gelijk een plateau de fruits de mer, lacht mijn verjarende vent. Het is nog altijd tropisch warm een eind in de namiddag en de zon brandt ongenadig aan de staalblauwe hemel. De strakke bries zorgt gelukkig voor wat verkoeling en straks een frisse pint in de Port de Saint-Denis. De zilte wind jaagt over de camping en houdt de avonden en de nachten nog redelijk koel. Precies zoals ik het mij herinner. Morgen gaan we naar de markt en fietsen we naar Boyardville.

Saint-Denis d’Oléron

Maandag 22 juli

Halverwege de ochtend stappen we op de fiets en rijden naar La Brée-les-Bains om te kuieren over de markt, snuisteren tussen prullaria en altijd weer die tafelkleden. Een standwerker doet zijn best om ons een vernuftige BBQ-tang te slijten, nooit nog worsten draaien en terug oprapen van de grond. Geestig, die pakken we mee voor Steve, de man van juf Margriet. Oh kijk. Hier hebben ze wel de juist maat, zeg ik tegen Cris. Waarom zet ik eigenlijk de spreekwoordelijke kat altijd weer bij de melk? Dat wordt een financiële kater aan meters kleurrijk anti-vlekken-textiel, vrees ik terwijl hij enthousiast tussen de rekken duikt. De aderlating valt mee en de twee minst schreeuwerige kleden in de fietstassen zoeken we de weg naar Boyardville. Met het fietskaartje van de camping in de ene hand en de GPS op de iPhone in de andere rijden we zeven keer verkeerd. De temperatuur stijgt weer rond het middaguur, letterlijk en figuurlijk, tot we toevallig bij het toeristisch infokantoortje komen. We stappen af en Cris nog snel naar binnen voor de onderbreking. Het duurt wat tot hij terug buiten komt, voor hem stond blijkbaar nog een stel Vlaamse jongens. Ze spraken Engels en dan nog niet al te best, moesten alles weten en de man achter de comptoir zei dat er in Boyardville niets te zien is anders dan een haventje en wat restaurantjes. Perfect, maar hoe geraken we daar?

Die info-touristique-man vroeg naar mijn département, vertelt Cris nog met enige fierheid, want zijn Frans klonk beter dan het Engels van die jonge gasten. La Belgique en die mens keek nogal verbaasd. De pistes cyclables zijn hier niet zo duidelijk of nauwelijks aangegeven, gaf de Oléronais grif toe. Of je zoekt je weg door de wijken van La Brée, om aan te sluiten op het fietspad naar Boyardville; of je volgt de pijltjes naar het dichtstbijzijnde knooppunt op de route tussen Saint-Denis en Saint-Georges. Na wat gemopper omdat ik toch aan de ingeslagen richting begin te twijfelen, wanneer ik langs de weg een windmolen herken van een vorige reis. Dat gaat hier naar Chassiron! Ik heb nog een foto van u met die molen in de achtergrond. Maar Cris houdt voet bij stuk en uiteindelijk bereiken we de witte fietspaden zoals ik ze mij herinner. Door de marais salant richting Le Douhet en vandaar onder het dichte lover van het Forêt Domaniale des Saumonards tot in de vissershaven van Boyardville.

Saint-Georges d’Oléron

De man in het kantoortje had gelijk, voor jongens op zoek naar avontuur en vertier is er hier niets te vinden. Maar oude venten op zoek naar een terras met zeevruchten en een fles rosé komen nog net aan hun trekken. De fietsen aan de kant en op zoek naar een geschikt restaurant, het loopt al ver over de middag dus stappen we op een drafje rond het dok en weer terug naar het eerste terras met fruits de mers op de ardoise. De kok ziet eruit als een piraat, de dienster als het meisje dat thuis op hem wacht. Er is schaduw onder de luifel en eten kan nog net. Dorst! Een halve liter Leffe, au pression. De bonkige piraat laat de sloep verse zeevruchten al aanrukken terwijl de grote pinten bier nog op de tafel staan. Mijn lieftallige vent poogt voor de maaltijd een plaatselijke rosé te bestellen, droog. Maar de onwillige piratenmeid beveelt ons een Côte de Provence aan. Je comprends que vous demandez un vin locale mais ils ne sont pas vraiement sec. Le plus claire un rosé, le moins qu’il est moilleux. Ze wijst naar de foto’s op de kaart. Omdat mierzoete wijnen niet mijn meug zijn, vraag ik of de twee rosé-varrianten van de Vignerons d’Oléron dan eerder sucré dan wel fruité zijn. Ze weet het niet en roept er een collega bij. Fruitig, met de Cabernet Franc is de ‘Perles Grises d’Oléron’ de minst zoete wijn van de twee. De oudere piratesse kent ten minste al de druivensoort. Doe die dan, zegt Cris, en hij riskeert het maar.

Boyardville

Al jaren wordt er op het eiland wijn verbouwd, cognac gestookt en pineau gemaakt. Sinds 1992 werken de meeste boeren van het eiland samen binnen één coöperatieve onder het geografisch beschermde merk ‘Vins de Pays Charentais’. Slechts een vijftal zijn vandaag nog Vigneron Indépendant en boksen op tegen de commerciële expediteurs van Charentewijnen. De 23 wijngaarden de Vignerons d’Oléron beslaan ruim 320 hectare van het eiland dat voor een goed deel uit zilte moerassen bestaat. De gekozen rosé is overigens best wel droog, past perfect bij de mosseltjes van Cris en het overdadige arsenaal oesters, kreukels, palourdes, wulken, roze garnalen, langoustines die met een halve krab naar mij liggen te lonken. Bij het afrekenen vermeld ik het toch even. Les Perles Grises sont très bon d’ailleur, pour nous le vin était bien sec. De piratenjuffrouw toont zich blij verrast dat de fles ons heeft bevallen. Ze nipt op het einde van de service aan een glas met de flets getinte provencewijn die ze aan ons dacht te slijten. Parels voor de zwijnen. We fietsen langs het Chenal de la Perrotine, de havengeul van de vroegere vissershaven die in de 19de eeuw een belangrijke toegang was tot de zoutwinning hier. Een dame op de fiets corrigeert mij wanneer ik over de kaaimuur leun en in de richting wijs van een schim aan de einder. Excusez de vous déranger, ça c’est Île Madame. Het bolwerk wat ik vermoed te zien, ligt uit de richting. We moeten voorbij het bos en te voet over het zand van de Pointe de Saumonards om hét fort te kunnen zien. Merci madame. Ooit werd de scheepvaart streng bewaakt vanuit het illustere Fort Boyard dat we op het drukke strand aangekomen inderdaad levensgroot en met het blote oog kunnen zien.

Boyardville

Het is bloedheet en het goudgele zand brandt genadeloos onder onze voeten. Bij de bosrand waar we de fietsen hebben gestald bestellen we gulzig een Fort Boyard, bière artisanale. Gebrouwen in Dolus, hier op het eiland, behoorlijk hoppig, bitter, een beetje te veel koriander in het beslag, troebel door de hergisting op de fles en in andere omstandigheden eigenlijk niet te zuipen. Nog een fles water voor onderweg en dan vatten we de rest van onze fietstocht naar de camping aan. Door de 600 hectare loofbos die het fietspad van de plages scheidt, langs de zoutwinning en dan rechtsaf naar Le Douhet. We kiezen nu de andere kant, om via de kust naar La Brée te fietsen waar we opnieuw de weg zoeken richting Saint-Denis. Wat een dag! Voor de apéro en het avondeten nog snel wat kleren in de was. Thuis vraagt een aap of we het hier goed hebben en aan het genieten zijn. Hij heeft vakantie en nu even niets om handen, dus wel een beetje jaloers op onze avonturen. Een beetje tè goed, als we thuis komen ben ik zeker 100 kilo. Hij lacht. En dat we al die leuke dingen graag met hem en Wouter zouden delen. De snotaap vertelt over zijn eigen escapades. En hij zegt dat ik mij beter moet insmeren tegen de zon. Mijn schouders zijn tegen de naad van mijn marcel rood verbrand. In gezelschap van dierbare vrienden is vakantie zoveel mooier, nu zitten we hier alleen met z’n twee en met een fles wijn in de ondergaande zon. Misschien een van de volgende zomers een keertje met de jongens. Dat zou wel fijn zijn, stuurt Lennert nog. Wie weet of het er ooit van komt. Het getier over de culotte van de Franse Flodders haalt me uit mijn wensdromen en liefdevol overpeinzen.De onze hangen op de wasdraad en drogen met de laatste t-shirts en polo’s in de wind. Gedaan met de rust, onze buren zijn terug: beurp et putain!

Saint-Denis d’Oléron

Dinsdag 23 juli

Saint-Denis d’Oléron

Geen verdere plannen vandaag dan straks te fietsen naar Vignoble Vincent. De hittegolf die het zuiden en het binnenland al een paar dagen in zijn greep houdt, heeft nu ook de eilanden voor de kust bereikt en dus houden we ons voorlopig uit de zon. De zoektocht van gisteren indachtig bestudeert Cris de fietskaart en de veiligste route naar Saint-Pierre. Ik zou eens kunnen gaan zwemmen, naar het strand of toch maar niet. Het is drukkend warm en we luieren de ochtend en een stuk van de middag weg tot we moeten vertrekken om tegen 17 uur present te zijn voor de visite guidée. Mijn elektrische cyclist schat dat het ongeveer 15 kilometer is, dat wordt dus een uurtje fietsen in volle zon. Zonder veel hindernissen en zelfs iets vroeger dan voorzien, staan we uit te puffen in de schaduw tegen de gevel van de cave. Een laatste slok water, warm geworden in de fles en ik trek snel nog iets netter aan dan het vormeloze sporthemdje uit de Decathlon.

Cris gebaart me naar binnen: leg het nu maar uit, gij hebt het hier geregeld via Instagram. Zoekend naar de juiste vervoegingen en de Franse woorden struikel ik bijna over mijn uitgedroogde tong. Françoise is al snel mee. Ze herkent ons trouwens ook van de vakantiefoto’s die zij de voorbije weken nu en dan vrolijk becommentarieerde. Het zweet breekt me uit en ik sta voor haar alsof ik net van onder een douche stapte. Vous êtes bien courageux de venir en vélo. La visite sera à l’intérieur par cause de la canicule qui se produit. De rest van de ingeschrevenen voor het geleide bezoek aan de wijngaard komt stilaan binnen. De uitleg volgt in de hangar met citernes van wisselende grootte in beton, glasvezel en inox. Weer wat bijgeleerd over de viticulture raisonée en de teelt van Ugni Blanc druiven die elders louter dienen voor cognac en pineau. Hier worden ze ook als een extra droge witte wijn aangeboden, die ‘Spécial Huîtres’ wil ik alvast.

Vignoble Vincent – Saint Pierre d’Oléron

Het wijnbedrijf noemt zichzelf bewust niet bio, want sommige aspecten van de biologische landbouw houden voor een rendabele wijngaard van om en bij de 50 hectare geen steek. Ziektes moet je slim bestrijden, met chemicaliën waar nodig, met alternatieve methoden waar het kan. Een man naar mijn hart, Christophe Vincent is geboren en getogen in de wijngaarden van Cognac. Hij brengt zijn verhaal met overtuiging en soms een kwinkslag, met stip aan te bevelen voor wie van oenotoerisme houdt en even in de buurt vertoeft. We zijn geen onervaren wijntoeristen en kennen het antwoord op de meeste vragen in Christophe’s onderwijsleergesprek. Cris komt sneller dan ik op de juiste termen, maar de rest van het Franstalige gezelschap is rad van tong en gokt soms gewoon wat. De wijnboer knikt goedkeurend wanneer mijn hobby-oenoloog als eerste het juiste antwoord geeft. Na een bezoek aan de chai de vieillissement met eiken vaten en wat uitleg over het distilleren bij de roodkoperen alambic troont hij ons mee voor de proeverij.

Als laatsten staan we nog een praatje te maken met onze gastvrouw en gastheer, de drie dozen met onze bestelling halen we morgen met de camper wel op. De andere deelnemers aan het gegidste bezoek zijn al vertrokken met een karigere buit. Le magasin sera ouvert dès 15 heures demain, installez vous et n’hésitez pas de partager vos photos! Christophe en Françoise zoeken straks nog wat verkoeling op het strand bij La Cotinière en gaan er even surfen. Wij de fiets op en in één trek naar ons rijdende huis. Het is nog ver boven de 35 graden wanneer de avond stilaan valt over de marais en wij hebben grote dorst!

Woensdag 24 juli

Traject: Saint-Denis d’Oléron – Saint-Pierre d’Oléron, 13 km

Ondanks de canicule waar iedereen ondertussen de mond vol van heeft, koelen de nachten hier nog behoorlijk af dankzij de zilte zeebries die over de camping waait. Na het ontbijt of toch de ochtendkoffie en een stuk fruit, beginnen we stilaan in te pakken. Want vóór het bureautje op het middaguur even sluit, moeten we hier uitchecken. De camper moet nog wat gepoetst en de gasgrill nog schoongemaakt. Cris haalt een emmertje water in het saniblok: vandaag is rood! Hij staat daar, voor mij, te kijken als een klein jongetje dat naar het strand vertrekt. Rood. En groen. De gratis Brico-emmer is net hetzelfde rood als zijn Decathlon-short en het groene hengsel heeft de kleur van zijn polo. Vandaag is rood, als in de schlager van Marco Borsato, het thema van de dag. En groen. We lachen er beiden om. Ik met Cris, hij met zijn emmertje. Wacht, een foto voor de jongens! Wouter is gaan werken, maar Lennert moet er ook hartelijk om lachen. Geestig.

Thème du jour …

Alles opgeruimd. Enkel nog lozen en vers water inslaan bij de Flot Bleu vooraan de camping, dan rijden we naar de E. Leclerc van Oléron om de laatste inkopen te doen van ons verlof. Eten voor de komende dagen en wat rommel voor thuis. We zijn niet echt gehaast, onze wijn en pineau kunnen we pas rond drieën afhalen bij Vincent. Er is nog altijd een hittegolf en het warenhuis is geklimatiseerd, dus we snuisteren er op ons dooie gemak rond. Rood is het thema van de dag. En groen. De kleuren van Cris zijn toevallige zomertenue zijn hip. Plots zien we de combinatie overal. Echt overal. Hier kijk die vazen. Hou die eens vast voor de foto. Allez toe. Om in het thema te blijven stuur ik nog eens naar de snotaap. Maar mijn wederhelft voelt zich al opgelaten alsof gans het magazijn naar hem kijkt terwijl hij ongemakkelijk met de snuisterijen poseert. En de Fransen kennen ook wat van mopjes maken, de Hollandse Heineken zetten ze bij de softdrinks. Zelfs de brikken soupe froide die we kopen, met munt en watermeloen, doen met ons mopje mee. Altijd weer dat rood en hetzelfde groen. Geestig, maar ondertussen ook wel een beetje afgezaagd.

We hebben ons tussen de wijnranken van Vincent geïnstalleerd en waren nog redelijk op tijd. Later op de middag staan de zes voorbehouden kampeerautoplaatsen netjes vol. Fransen die traditioneel laat arriveren, vissen straks achter het net. Stipt om 15u zijn we op de afspraak, onze dozen staan al klaar op de comptoir. Neen, een karretje is niet nodig. Et pour ce soir des fruits de mer, wil Françoise nog weten? Jazeker, maar die ‘Spéciale Huîtres’ nemen we mee voor thuis. Deze avond heeft Cris al een tafel besteld op het terras bij La Chaloupe, waar we zes jaar geleden met Brigitte en Albert ook al eens hebben gegeten. Straks fietsen we erheen, maar eerst al het extra gewicht inladen. Merci, et à la prochaine! We checken in op Facebook en ik deel voor onze aimabele gastvrouw nog wel eens een foto met de hashtag France Passion op Instagram.

Vignoble Vincent – France Passion

Het is in de late namiddag opnieuw drukkend warm op het erf en tussen de druivenranken ligt de zanderige grond er poederdroog bij. De wijngaarden snakken naar het voor vrijdag aangekondigde onweer of liever naar een malse bui. De oogst heeft water nodig, net als wij. Maar voor we aan de pastis beginnen halen we de fietsen van de drager, want onderweg hierheen kwamen we lang een camperdealer gereden en daar willen wel even heen. Er valt altijd wel iets te rapen, al was het maar een nieuwe wasdraad of wc-product. Ze hebben er nagenoeg het ganse onderdelengamma van Trigano in de rekken hangen, en laat ik nu net op zoek zijn naar een stel afdekkapjes voor de schroeven in de camperrok. Beschikbaar in wit of donkergrijs. De kunststof onderkant van de Autoroller is lichtgrijs, maar alles is beter dan niets dus gooien we ze in de kar. Nog wat kleine hebbedingen en we rekenen af. Het wordt stilaan tijd voor de apéro en ik wil per sé die lelijke schroeven nog vervangen in de rok. Het haventje bij La Cotinière is op een paar minuten fietsen, dus hebben we nog tijd voor een wijntje of een pastis.

Naast ons zijn een stel landgenoten komen staan, een jong Vlaams koppel met een oude camper en een hond. Daar is waarschijnlijk ook nog wel wat werk aan, aan het koppel en aan hun oude camper. Het koppel Nederlanders met een busje komt teruggelopen met een fles pineau en een fles rosé in de hand. Onze vooroordelen worden weer maar eens bevestigd en de Engelsman achter ons overweegt een fles cognac. Het erf staat vol wanneer we er vertrekken, Françoise wuift ons uit. Bonne soirée! Dat zal niet mankeren. We stallen de fietsen bij de haven en stappen de dokken even rond, want ik hoop de vuurtoren van wat dichterbij te kunnen fotograferen. In het souvenirwinkeltje kopen we nog een aandenken voor de turnjuf en de aap. En een paar sneeuwbollen voor een kleine kameraad, of hoe heet dat zo een ding waarmee je schudt tot er witte vlokken drijven rond de Phare de Chassiron of het Fort Boyard? En een fles Extra Vieux Pineau van onze vriend Vincent, die waren er in hun eigen winkeltje niet ofschoon ik me dat wel herinnerde. Kopen dus en een foto voor op Instagram!

La Cotinière – La Chalouppe

Onze tafel wacht op het terras van La Chaloupe. Een pastis om te beginnen en voor mij de plateau de fruits de mer. Cris verlekkert zich op een farandole de moules of een trio van buchot-mosseltjes in verschillende bereidingen. Er staat helaas geen Vincent, maar wel een Perles Grises op de kaart. Wellicht was dat de reden waarom onze vriendin gisteren elders de keuken adviseerde. Maar we zitten goed. De zeevruchten zijn kraakvers en exuberant overdadig, aan het tafeltje naast ons informeert een gezinsvader bij de vrouwelijke garçon of mijn schotel wel voor één man is. Het meisje monstert onze tafel en bevestigt, oui en effet c’est le plateau normal. Gelukkig nam ik niet de plateau royal met een ganse kreeft erop, want ik zit daar al te sneuvelen bij het peuzelen aan een ganse reuzenkrab. Brigitte is stikjaloers. Het water loopt haar naar eigen zeggen weeral in de mond. Nog net niet aan het ontploffen hijsen we ons op het zadel en rijden in het aardedonker naar de wijngaard terug. Morgen beginnen we aan de eerste etappe onderweg naar huis.

La Cotinière

Donderdag 25 juli

Traject: Saint-Pierre d’Oléron – Bouchemaine, 256 km

De hittegolf werd vannacht abrupt weggevaagd en er vielen zowaar enkele regendruppels uit de zwaar overtrokken lucht. Niet genoeg om de dorstige wijnranken te laven, maar er is een Atlantische storing en daarmee beterschap voor de veel te droge aarde op komst. De druiven hebben water nodig wil de oogst nog wat worden dit jaar en de voorhoede van de onweders morgen heeft Oléron vervroegd bereikt. We vertrekken voor het gedonder begint want de route naar Wijgmaal is helemaal uitgestippeld. Het eiland af via de brug en dan via Rochefort naar La Rochelle, we volgen de péage naar Angers en slaan af bij Bouchemaine. Een paar jaar eerder stonden we onderweg naar huis, samen met onze Beverse camperma en -pa, ook al eens een nacht op Camping d’Angers bij Lac de Maine. Toen volgden we de rivieren helemaal tot in La Possonniere om er naar de antieke platbodems op de Loire te gaan kijken en fietsten langs de aire de camping-cars even voor de monding van de Maine. Dit keer willen we het omgekeerde doen en naar de feodale burcht in Angers gaan kijken of naar het schoon volk in de universiteitswijk met de studentikoze cafeetjes.

Zoals altijd komen we kort na de middag ter bestemming aan. Plan B, de ons dus bekende camping, mag samen met Plan C, de ons nog niet bekende camperplaats van Angers, annex busparking, kunnen alvast weer opgeborgen worden. Er is plaats zat want de meeste toeristen zijn gevlucht voor de 44,5 graden in de schaduw. De fietskaart en de brochures gratis op te rapen bij het sanitairgebouw hoeven ook wij niet. Het wordt een namiddag puffen en zoveel mogelijk activiteit vermijden. Ik waag me toch eens tot aan het water. Zwemmen in de rivier mag niet, weet Cris want hij heeft het net voor me opgezocht. Alleen in de Lac en daar zit blauwalg op het moment. Brute pech. We wandelen samen eens tot bij de brug waar we daarstraks met de camper zijn overgereden om er naar de houten bootjes en in het dorp te gaan kijken. Kayakende pubers duwen elkaar met hun peddels in het water. Er zit behoorlijk wat stroming op en de reddingsvesten schuiven over hun oren, ze raken met hun trappelende voeten duidelijk geen grond en hebben de grootste moeite om weer aan boord te klimmen. Best dat ik niet stiekem ben gaan zwemmen.

Bouchemaine

Cris zoekt verkoeling bij de mini-airco in de mobi. Ik slenter nog wat de andere richting uit, naar La Pointe waar de Maine in de Loire vloeit. Net voorbij de kayakclub pakken de hoge wolken samen en plenst er een stortbui naar beneden. Net genoeg om drijfnat te worden, maar niet genoeg om de hitte te verjagen. Luttele minuten later is mijn hemd al lang weer opgedroogd. Een drietal twintigers springt met een aanloop van de kaaimuur in het koele water. Zelf hou ik het maar op veilig pootje baden bij de aanlegsteiger van de base nautique. Het wordt tijd voor de apéro en nog eens grillen voor het avondeten. Daarna op tijd naar bed want morgen ligt er een stevig traject voor de boeg. De laatste etappe van onze reis gaat via Rouen en Calais in één trek door naar Sint-Winoksbergen, Bienvenue chez les Ch’tis. Daags nadien worden we verwacht bij juf Margriet, Jour-X staat al van voor ons vertrek met rood in de schoolagenda’s gemarkeerd.

Vrijdag 26 juli

Traject: Bouchemaine – Bergues, 566 km

Hauts de Flandre, de Frans-Vlaamse uithoek in een godvergeten uithoek van het land. Dans Le Nord, ça drâche! Zo klinkt het in de film van Danny Boon over een postmeester die vanuit het diepe zuiden bij de Ch’timi wordt gedropt. ’s Ochtends regent het aan de Maine en het giet op de snelwegen naar het noorden, maar in de late namiddag komen we aan in Bergues en daar schijnt onverwacht toch weer de zon. Het is er zelfs behoorlijk warm, Biloute zit bij een grote pint te zweten. Hier is Vlaanderen nooit ver weg, de plaatselijke tongval wisselt tussen het echte Ch’ti en het oeroude Westvlaamse dialect. De fiere leeuwen dansen aan de gevels en de eerste noten van de Marseillaise galmen uit de bronzen klokken van het carillon in de belforttoren. Hier drinken ze geen pastis of wijn, maar peket en schuimend bier. Hier wordt op zondag geen foie gras gegeten en ook geen fruits de mer, wel bruine boterhammen met Maroilles uit de oven en konijn verwerkt tot potjevleesch. Cris regelt met de patron van Le Bruegel ons laatste avondmaal in zijn estaminet.

Bouchemaine

Zaterdag 27 juli

Traject: Bergues – Leuven, 195 km

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *