Euskal Herria

Zomer 2026

Al jaren kriebelde het om nog eens terug te keren naar Biarritz, de mondaine parel van het Franse deel van Euskal Herria. Gewoon omdat het ons tijdens de zomer van 2019 danig heeft bevallen. Sinds midden juni rollen de hittegolven over Zuid-Europa. Droogte en natuurbranden kleuren haast dagelijks het nieuws, een ongemakkelijke herinnering dat zelfs vakantiegebieden niet ontsnappen aan de klimaatverstoring. Daardoor hebben we net te lang gewacht om vooruit te boeken en onze gedroomde bestemming is net als de alternatieven in de buurt volzet. We wijken noodgedwongen uit naar Saint-Jean-de-Luz, nog dichter tegen de Spaanse grens. Achteraf blijken de beste reisverhalen vaak te beginnen met een plan dat mislukt. Zo komen we ook eens ergens anders en een dikke week vooraf zit de reservatiebevestiging van Chibau Berria in onze mailbox.

De laatste weken voor het groot verlof spenderen we liefst niet aan koffers pakken, maar aan vrienden zien. Want sinds lang zijn we nog eens drie weken alleen op weg. Wouters tweelingroer Klaas en zijn echtgenoot Joeri komen langs. Frietjes met Toon, een barbecue bij Wesley en Stefanie in Boutersem en plots blijkt onze sociale agenda voller dan de koffer van onze Autoroller. We vertrekken met een dag vertraging op congé, maar die winnen we uit door in drie etappes 1200 km te rijden. Ik mik op Chartres als eerste stop, dan zijn we op de 14de in Niort voor het vuurwerk van de quatorze juillet om woensdag ons reisdoel te bereiken. Dan misschien eens naar Espelette hoog in de bergen, we plannen onze roadtrip door Baskenland gaandeweg.

Hittegolf (Bertem)

Hindernissenparcours

Terwijl ik vrijdag na een laatste dag op school snel nog een paar zaken in orde maak voor ons vertrek, rinkelt mijn telefoon. De sociale dienst van het woonzorgcentrum meldt me dat er onvoorzien een plaats is vrijgekomen. Of de opnamevraag nog steeds dringend is? Ik neem aan dat er aan de situatie in Sint-Truiden niets veranderd is waarvoor we een paar weken eerder zijn langs gekomen. En of ik naar de kamer wil komen kijken en dan beslissen of we ingaan op het aanbod voor mijn moeder? Een uur later sta ik bij Home Elisabeth voor de deur.

Na een telefoontje met mijn jongste tante, onderweg van Leuven tot voorbij Tienen, ben ik overtuigd dat er geen andere uitwegen meer zijn. “Ik denk dat ge nu moet doorzetten Stijn. We hebben daar met de tantes al over gesproken. Het is tijd. De familie staat achter de beslissing.” Eerder kregen we vanuit dat woonzorgcentrum de boodschap dat het twee tot zelfs zes maanden duren kon vooraleer een opname mogelijk zou zijn. Nu worden we in snelheid gepakt. De voorbereiding van die ingrijpende stap dreigt samen met onze vakantieplannen in het water te vallen. Terwijl de route naar Baskenland vastligt, wordt alles wat echt belangrijk is plots onzeker.

 

Route via Google: deel 1

 

Maandag 13 juli

Bertem – Chartres, 411 km

’s Ochtends probeer ik opnieuw telefonisch contact te nemen met de opnameverantwoordelijke. Het is bijna 10u wanneer ik haar te pakken krijg, nog één vruchteloze poging om – zelfs op dwingend advies van de huisarts – wat respijt te krijgen. De overeenkomst moet wel nog worden opgemaakt, eens de bewonersadministratie in orde is en ook de borgstelling opgesteld, zullen ze mij mailen. Zo begrijp ik dat de verhuis binnen één à twee weken zal zijn. Ondertussen heb ik mijn Chromebook ingepakt en al uitgetest hoe ik documenten digitaal kan ondertekenen. Het medicatieplan en insulineschema van mijn mama zullen ze morgen dan met Elke bespreken – haar nicht, tijdens onze kinderjaren mijn zo goed als oudere zus.

Waarschijnlijk moeten we wat eerder dan het einde van onze congé payé al terug naar huis komen. Maar dat staat onze goesting om te vertrekken niet in de weg. Soms is op reis gaan geen vlucht vooruit, maar gewoon even ademhalen voor wat nog komen moet. Alleen nog dag zeggen tegen Wouter en Billy – ik tegen het baasje en Cris tegen zijn hond. We zullen hen missen. Met een aai en een zoen nemen we afscheid om richting Camping de Chartres te vertrekken. Zonder reservatie, voor één nacht wijken we desnoods uit naar een camperplaats of parking. On verra.

Feux de forêts

Sinds gisteren brandt het bezuiden Parijs in het 25.000 hectare loofbos van het Forêt de Fontainebleau. De voorbije dagen raasden natuurbranden door het zuiden van Frankrijk. In Le Diois staat het Massif de Justin al dagenlang genadeloos in de fik. En rond de Middellandse Zee werden al verschillende campings geëvacueerd. Bezorgde vrienden vragen ons: “Rijden jullie toch naar Frankrijk met die bosbranden?” In de duinen tussen Wenduine en Blankenberge woedt net vandaag ook een brand. Bijna 7.000 vierkante meter aan helmgras en duindoornstruiken gaat er in vlammen op. Blijft iedereen daarom thuis van zee in deze ongeziene hitte? Ik denk het niet.

Waarom zouden we thuis blijven? Al dagen volg ik alle informatie over de branden op de voet. We komen nergens dicht in de buurt van die infernale rampspoed. De weerkaarten voor de Baskische kust voorspellen geen extreem weer. Straks en ook morgen zal het in midden-Frankrijk wel nog verzengend warm zijn, maar daar brandt het gelukkig niet. Normaal gezien probeer ik de drukke ringweg rond de hoofdstad te vermijden, maar nu volgen we Garmin toch naar Parijs en de périphérique extérieure waar het in de tunnels maar liefst 45 graden is.

Canicule (Camping de Chartres)

Canicule Générale

Door wegafsluitingen op de A6 en elders, als gevolg van de bosbrand bij Fontainebleau, lijkt de alternatieve Francilienne dit keer niet de betere route. Zonder al te groot oponthoud arriveren we iets over half vijf ’s op onze eerste etappe in Chartres. De airco loeit ononderbroken onder de motorkap en de zomerse hitte trilt boven het stoffige dolomiet van de camping. “Aangekomen”, stuur ik naar de jongens thuis. “42,7 graden in volle zon, ça va nog.” Cris sleurt zich door een hitte waarbij zelfs de krekels lijken te puffen naar het kantoortje om ons aan te melden voor één nacht. Plaats is er genoeg, behalve passanten zijn er hier nauwelijks toeristen tijdens de canicule.

Canicule 1 (Chartres) Canicule 2 (Chartres) Le long de l'Eure (Chartres) La Petit Venise (Chartres)

Pas wanneer de zon vanuit het zenit langzaam naar de einder zakt, wagen we ons aan een wandeling. De receptionist toonde mijn wederhelft het pad langs de rivier en de makkelijkste weg naar de hoger gelegen stad. De temperaturen beginnen dragelijker te worden. Dat zijn vaak de beste avonden: zonder plan, zonder reservatie en zonder verwachtingen. Reizen wordt pas interessant wanneer het toeval de regie in handen krijgt.

La Petite Venise

In de schaduw van het hoge lover langs de Eure stappen we tot bij een guingette, die oogt uitnodigend op de andere oever van de rivier. Maar het terras bij de bootjes en pedalo-verhuur zit rond apéro-tijd afgeladen vol. We klimmen langs het Marceau lyceum naar Place de la porte Saint-Michel. Daar zullen we volgens de campingmeneer een kwartier met feeërieke straatjes en levendige horeca vinden. Levendig is het daar op dit uur nog niet en de menukaarten ogen me wat te exotisch dus lopen we maar door in de richting van de Notre Dame-kathedraal.

Doordeweeks gonst het daar met een mengelmoes van puffende toeristen en doodgewone Chartrains die na hun werk verkoeling zoeken op de terrassen. Ik herken de buurt, ongepland eindigen we opnieuw bij L’Annexe, waar we tijdens de eerste coronazomer met Marc en Mieke zaten – brasserie de cœur, on partage plus qu’un repas.

L'Annexe (Chartres)

De grootste dorst wordt gelest met een IPA van maître-brasseur Laurent Tribouillet, la Bière de Chartres. Tegenwoordig gebrouwen bij Brasserie de Chandres, in de zomer van 2018 nog een France Passion-adres. Bij de carpaccio de pastèque van het weekmenu, overgoten met een fles josé – zoals Wouter enkele zomers terug placht te zeggen – breng ik verslag uit aan onze compagnon-de-route. Wanneer het geroezemoes aanzwelt in de zwoele straten wandelen wij langs de oude gevels in de ondergaande zon voldaan terug naar de camping. Nog even buiten zitten in de traag wegglijdende hitte van de dag en hopen dat het vannacht geen 30 graden blijft in de camper. Dan zetten we morgenochtend fris, of toch zo fris als een camperaar bij 30 graden kan zijn, onze Baskische beeweg verder.

 

Dinsdag 14 juli

Chartres – Magné, 359 km

Halverwege Euskal Herria ligt de camperplaats van Niort dicht bij het centrum, zo herinner ik mij van een vroegere passage. Ik heb er afgelopen week op gegokt dat die ter gelegenheid van de Franse nationale feestdag vol zal staan. Dus boekte ik een kilometer of zes buiten de stad voor alle zekerheid bij Camping Le Martin Pêcheur. Tijdens een hittegolf staan we sowieso beter in het groen dan op een benepen aire campingcar tussen de muren van de stad. De aanhoudende droogte en de dreigende natuurbranden leiden her en der tot verboden, op het traditionele vuurwerk hopen we dus niet meer.

Onderweg laat mijn gsm zich een paar keer horen met een onheilspellende ping. Mocht ik verwachten dat het een bericht van Wouter is, zou ik er sneller naar kijken. Maar die is nog druk in de weer voor ze zelf een paar dagen naar zee vertrekken. Ergens in de file en kijk ik toch maar even naar het kleine scherm. Het was Elke, die stuurde een bericht:  “Ze heeft gezegd dat ik alles maar moet beslissen en het zelf regelen.” Heeft ze moeke dan toch ingelicht? Is ze akkoord met de verhuis? Ik kan er geen touw aan vastknopen en stuur terug: “Ik begrijp het niet zo goed.”

Boem paukeslag

Eens aangekomen op onze tussenbestemming en zij haar werkdag beëindigt, bellen we even. In het woonzorgcentrum hebben ze haar vanmorgen gezegd dat zij mijn moeder overmorgen om 9 uur moet brengen. “Wat?? Kon die mij dat gisterenmorgen niet zeggen? Dan hadden waren we niet vertrokken! Nu geraken we zelfs niet meer op tijd terug thuis. Dit gaat toch zomaar niet!” Het is 17u voorbij wanneer ik uitgeraasd ben. Dat opnamecontract en mijn borgstelling zitten al een paar uur in mijn e-postbus. Sint-Truiden lijkt hier tussen beide Sèvres plots minder ver weg dan Baskenland.

Elke heeft noodgedwongen en in allerijl een Plan B uitgewerkt. Als ze in het rusthuis van geen wijken willen weten, is er een oplossing voor handen. Of ik toch zelf nog eens wil bellen? Ja, tuurlijk ik ga mijn verantwoordelijkheid niet zomaar afschuiven op een ander. Zoals besproken onderteken ik alle documenten en zorg voor de online betaling. Het afschrift van de rekening, als bewijs van de betaling stuur ik samen met het contract netjes terug, weliswaar met een duidelijke boodschap erbij dat hun aanpak behoorlijk te wensen overlaat. Best dat ze ginder na vijven hun telefoon niet meer op hebben genomen.

Gevloek en getier

Ik laat geenszins na uitdrukkelijk in mijn e-mail te vermelden: “Je mag mij uitnodigen voor de eerstvolgende bewonersadvies- of familieraad, dan zal ik hen met plezier feedback geven over hoe mijn moeder en de familie haar opname hebben ervaren.” Geen idee of ze daar een participatief beleid voeren. Met de persoonsgerichte zorgvisie van huizen als De Wingerd, pionier in dementiezorg en vaak als voorbeeld aangehaald, denk ik toch een stok achter de deur te hebben.

Camping Le Martin Pêcheur (Magné)

Het is al zeven uur geworden wanneer ik nog een telefoontje pleeg met mijn al even ontredderde nicht om te melden dat alles in orde is gebracht en dat ik de sociale dienst morgenochtend opnieuw persoonlijk zal contacteren om de verhuis ten minste tot volgende week uit te stellen. Zij heeft ondertussen met de huisarts gebeld en die gaat ook langs om uitstel te bepleiten. Na alle gehannes houden we het voor bekeken en proberen met een paar stevige pastissen de Franse colère uit ons lijf te spoelen.

Feu d’artifice

We zouden bijna vergeten om onze lieverd te laten weten dat we veilig op onze volgende etappe aangekomen zijn. “De josé is op en Cris drinkt zelfs water van miserie. Het is hier weer zo warm dat mijn Pinot Noir vanzelf Glühwein wordt. En de fles verdampt hier rapper dan ik kan drinken!” De jongens lachen er hartelijk om en meester Joeri is bezorgd om een foto op mijn socials van een blik 1664 bier 0,0. Die belt onverwijld terwijl hij en Klaas thuis aan de zomerse hitte proberen te ontsnappen met een fles champagne.

Terwijl in de verte het vuurwerk van de Franse nationale feestdag ondanks code rouge de hemel kleurt, leggen wij iets op de grill. Mijn problemen zijn niet opgelost en Baskenland ligt nog honderden kilometers verderop. Het is voor vandaag meer dan welletjes geweest.

José-armoede (Magné) Heilzaam water (Magné) Glühwein (Magné) Verdampte wijn (Magné)

 

Woensdag 15 juli

Magné – Saint-Jean-de-Luz, 394 km

’s Morgens wachten we met vertrekken tot ik die sociaal verpleegkundige weer aan de lijn heb gehad. Met een thermos koffie op en door alle heisa wat geërgerd krijg ik haar eindelijk aan de lijn. Mijn e-mail heeft ze goed ontvangen en dokter Wim is ook al langs geweest. Intern gaan ze toch de planning nog eens herbekijken om het volgende week woensdag te laten gebeuren. Het welwillende kind gaat mij iets laten weten. Ik slaak een zucht van verlichting en tijdens de laatste kilometers naar camping municipal Chibau Berria begin ik in gedachten onze terugrit al uit te stippelen, hopend dat haar verlossende telefoontje snel komt.

De nevelige silhouetten van de Pyreneeën doemen voor ons op. Na drie dagen autosnelweg lijken ze minder op bergen dan op een gebroken belofte. De hemel is grauw en we halen die 30 graden net niet meer. “Allez jong 25 is al warm genoeg.”, zucht Cris die de voorbije dagen een paar keer bijna door de hitte is gestorven. Terwijl de toeristische promo’s ons stralende zomerluchten voorhouden, ziet het er toch allemaal wat bedrukter uit. Hoog boven Plage d’Erromardie zal de bries van de Atlantische Oceaan ons de komende nachten verkoeling brengen. Gemoedsrust hangt af van het nieuws dat uit Sint-Truiden komt.

Donibane-Lohitzun

Tussen camping en strand voert de Sentier du Littoral naar de Pointe Sainte-Barbe, met panoramische uitzichten over de baai van “Sint-Jan-van-het-Licht”. Onderweg zagen we die tweetalige richtingaanwijzers met behalve de Franse ook de Baskische naam van de heilige die over de vissershaven waakt. De al tijdens de middeleeuwen gebruikte inham in de luwte van de kliffenkust op de “Bizkaiko Golkoa” heet in mijn aardrijkskundeboek gewoon de Golf van Biskaje vernoemd naar Bizkaia – de Baskische provincie in Spanje. Chauvinistisch als de Fransen zijn noemen zij het “Golfe de Gascogne”. Behalve wat etymologie ontrafelen en onze plaats op de camping innemen, ondernemen we vandaag niets meer. Na 1.200 kilometer voelt zelfs stilzitten als een inspannende activiteit.

Het telefoontje komt niet, wel een e-mail dus bel ik zelf nog maar eens naar Elke. Morgen hopelijk eens geen gedoe, want dan nemen we de fiets naar het centrum van Saint-Jean-de-Luz. Cris hoopt zelf op moules de bouchot: “Hier gaan ze voor u wel ergens chipirons op hun kaart hebben, Stijn.” Die Baskische specialiteit met pijlinktvisjes heb ik in Biarritz leren kennen. In het andere geval kopen we ergens seiches op een markt. En als dat ook niet lukt, gooien we gewoon lomo en chorizo op de grill. Na drie dagen autosnelweg en een halve opnameprocedure klinkt de vraag, “wat eten we vandaag?”, plots als een luxeprobleem.

Chibau Berria (St-Jean-de-Luz)

 

Donderdag 16 juli

Ondanks de wat lagere temperaturen bleef het vannacht broeierig. Eerst koffie. De bestelde baguettes worden opgehaald en de fietsen van de drager. “Het levendige plein van Louis IV vol terrasjes geeft uit op de oude haven waar de typische kleurrijke visserboten liggen.”, las ik ergens en daar willen we vandaag naartoe. Alleen al terug omhoog rijden over het campingwegeltje is een col van eerste categorie! De steile afdaling naar de Sentier du Littoral kost ons ter nauwer nood nieuwe remblokjes. Fietsen in de uitlopers van de Pyreneeën zonder elektriciteit is niet meer aan deze jongens besteed.

Zelfs mét die ondersteuning trap ik voor we goed en wel vertrokken zijn al op mijn adem – Wouter zijn “candareldaddy” is niet meer in topvorm. Cris heeft er minder last van op zijn zwaardere Kettler fiets. Nog één laatste rechte lijn langs de kliffen van Pointe Sainte-Barbe en dan mogen onze aluminium rossen eindelijk op stal. De heilige Barbara – patrones van de schare brandweerlieden die op dit eigenste moment en met de moed der wanhoop een paar departementen verder natuurbranden bestrijden – gaf haar naam aan de landtong die hoog uitsteekt in de baai. Zelfs al blijft het overtrokken, het vergezicht met bergen die tussen Frankrijk en Spanje de oceaan induiken is een foto waard.

Jatorri Deitura Babestua

Plage d'Erromardie (Saint-Jean-de-Luz) Promenade de la Plage (Saint-Jean-de-Luz) La Grande Plage (Saint-Jean-de-Luz) Grand Hôtel Spa & Thalasso (Saint-Jean-de-Luz)

De zonnestralen worden door de grauwe wolken gefilterd, maar minder warm dan de gemiddelde Oostduinkerkse zomer uit mijn jeugd is het hier niet. Het loopt tegen de middag en het witte strand ligt vol vacanciers, in de kalme baai plonzen uitgelaten kinderen en er wordt door dappere tieners zelfs van een drijvend platform gedoken. De fietsen gaan op slot in een stalling bij het fel roze casino daterend uit de Belle Époque. We wandelen over de boulevard verder op zoek naar een terras met een frisse pint en chipirons of iets anders om te eten. De fietstocht heeft ons dorstig en ook een beetje hongerig gemaakt.

Voor we naar het Maison Louis XIV en Maison de l’Infante gaan kijken, zoeken we een plekje onder de donkerblauwe parasols van La Terrasse Rouge – een kleurenblinde patron of gewoon de tegendraadse humor van een rasechte Bask mét chipirons! Of we buiten willen zitten of liever binnen? Goh, gaat het regenen? De baas kijkt meewarig naar de donkere lucht en haalt lachend zijn schouders op. Hij gebiedt ons naar een bistrotafeltje en duwt ons meteen zijn menukaart in de hand. Mosseltjes voor Cris en een fles gekoelde Txacolina, een kurkdroge, licht parelende witte wijn uit Gipuzkoa, net over de grens.

Txacolina (Saint-Jean-de-Luz) Chipirons (Saint-Jean-de-Luz) Sjieke jongens (Saint-Jean-de-Luz) Gâteau Basque (Saint-Jean-de-Luz)

De zon breekt kortstondig door de wolken zodat er zelfs wat blauw in de lucht verschijnt. Nog een kop koffie bij de Gâteau Basque en dan op zoek naar het culturele erfgoed en leuke winkeltjes in de autovrije binnenstad van Sint-Jan.

Roi-Soleil

Promenade Jacques Thibaud (Saint-Jean-de-Luz) Promenade Jacques Thibaud (Saint-Jean-de-Luz) Phare de (Saint-Jean-de-Luz) Port de (Saint-Jean-de-Luz)

In de 17de eeuw betrok de latere Zonnekoning hier aan de kade tijdelijk het Maison Lohobiague. Lodewijk XIV verbleef er tijdens de onderhandelingen die moesten leiden tot zijn huwelijk met de Spaanse infante Maria Theresia. Hun huwelijk in de Johannes-de-Doperkerk bezegelde niet alleen een verbintenis tussen twee mensen, maar vooral de vrede tussen twee rivaliserende koninkrijken. In 1660 speelde er bij adelijke huwelijken minder romantiek dan politiek. Getuige daarvan de Grand Trianon in de tuinen van Versailles waar eerst Madame de Montespan en nadien de maîtresses van de latere Louis huisden.

Tussen twee terrasjes en een koninklijk liefdesverhaal door trekt de werkelijkheid aan onze mouw. Snel een paar berichten en een paar telefoontjes met Elke en juf Margriet om duidelijk te maken dat wij straks weldegelijk rechtsomkeer maken om woensdag in Sint-Truiden te kunnen zijn. Wouter zit tegen dan met mijn Berlingo bij ons aan zee. Al snel komen Cris en ik tot de conclusie dat er een bestelwagen moet worden gehuurd. Gelukkig zijn er smartphones en kredietkaarten bij de vleet.

De schilderachtige zonsondergang en een fles sleedoornlikeur beneden in de guinguette overtuigen ons voor een avondwandeling. Het tafeltje van de zomerbar is perfect voor oude venten met een kruk. De plaatselijke jeugd troept zorgeloos samen of gaat onder de donkere avondlucht nog het water in op het ruige strand. Morgen wacht de markt op het plein van Louis. Vandaag hebben we alvast bewezen dat vakantie en crisisbeheer perfect samengaan, zolang er maar wijn en 4- of 5G beschikbaar is.

Guingette Erromardie (Saint-Jean-de-Luz)

 

Vrijdag 17 juli

Op de kampeerplaatsen rond ons komt het leven al vroeg op gang, dus ben ik er zelf ook snel uit. Koffie zetten op het gaspitje buiten en wat kijken naar wat er hier naast ons en in de rest van de wereld beweegt. Een uurtje later stapt ook Cris de camper uit: “Bon, ik ben gereed. Gaan we naar de markt?” “Geef mij 5 minuten.” We stappen op de fiets en volgen dezelfde route als gisteren, maar toch niet zonder navigatie want oriëntatie was in mijn tijd geen vak op school. Als hij straks sneller over berg en dal fietst ben ik verloren want als Cris straks sneller bergop fietst dan ik, ben ik hem kwijt voor Google Maps “rechtdoor” heeft gezegd.

Dit keer lopen we binnendoor naar Place Louis IV daar staan de kraampjes met god weet wat. Door de winkelstraat met slijterijen en de overdekte markt. Na wat snuisteren staan we plots bij het begin- en eindstation van Le Petit Train. “Gaan we echt de toerist uithangen?” “Ja natuurlijk, wat had je gedacht!” Het treintje tuft het ganse centrum door en het ingesproken bandje ratelt tussen stemmige volksmuziekjes door afwisselend in het Frans, Engels en Euskara allerlei wetenswaardigheden af.

Piment d'Espelette (Saint-Jean-de-Luz) Marché hebdomadaire (Saint-Jean-de-Luz) Le Petit Train (Saint-Jean-de-Luz) Maison Louis XIV (Saint-Jean-de-Luz)

Jondoni Joanes Batista

Zo leren we dat “Luz” van Saint-Jean-de-Luz  een samentrekking is van Lohizun, wat moeras betekent in het Baskisch. Ergens in de jaren 1100 bouwden middeleeuwers hier een romaanse kerk en huizen tussen duinen rond de baai en het lager gelegen drasland. Aan de overkant van de havengeul ligt zusterstad Ciboure en vanaf het imposante Fort de Socoa – een vesting van Vauban – kan je de oceaangolven zien breken op keermuren die de baai tegen noordwesterstormen beschermen. In de jaren 1700 werd de oude stad grotendeels weggespoeld door de golven. Een eeuw later pas bouwden ze stormkeringen en werden kustdijken opgehoogd om de deels onder de zeespiegel gelegen stad te vrijwaren. Weer wat bijgeleerd.

Misschien is dat huis van de Spaanse Infante met een gids wel een bezoekje waard. Maar online gaan de recensies alle kanten uit dus lopen wij liever naar de kerk waar Louis Le Grand en Marie-Thérèse d’Autriche elkaar pro forma het ja-woord gaven. Met indrukwekkende houten galerijen en het vergulde altaar dat een ganse binnenmuur beslaat, is de Église Saint-Jean-Baptiste een bevoorrechte getuige van dat hoofdstuk in de Europese geschiedenis. Genoeg petite histoire, tijd om Paxteran te kopen en Piment d’Espelette uit het Pyreneeëndorp met de rode pepers, waar we deze keer niet zullen geraken.

Baionako festak

Voor we de fiets nemen kruipen we nog onder de pergola van de ArthaBar voor tapa’s en Oldarki. En ik wil net als de pubers gisterenavond ook eens gaan zwemmen op het strand van Erromardi. Maar oude mannenvoeten blijken niet opgewassen tegen Baskische keien. Onze oceaanervaring beperkt zich bijgevolg tot een natte broekspijp en gekrenkte trots. Op de camping troost ik me met een fles Baskische cider van de foodtruck met plaatselijke interpretatie van Bretoense galettes de sarrasin. Fier bakt de madame ons een paar boekweitkoeken met Bayonne ham en Tomme uit de Pyreneeën: “Et voilà, deux galettes Euskadi. C’est ma spécialité avec des produits locaux!

Église Saint-Jean-Baptiste (Saint-Jean-de-Luz) Place Louis XIV (Saint-Jean-de-Luz) ArthaBar (Saint-Jean-de-Luz) Galette Euskadi (Saint-Jean-de-Luz)

We prikken resoluut de volgende bestemming, die opties had ik vanmorgen bij de koffie al bekeken. Morgen naar Saint-Emilion waar Cris terstond een tafel bij Le Tertre gereserveerd, zondag rijden we naar Amboise. Maandag rijden we in één ruk langs Parijs naar Péronne. Dan zijn we dinsdag op de verjaardag van mijn halve trouwboek eigenlijk al thuis. Wat ongepland de mogelijkheid schept om met Kristof en Marianne voor zijn 45ste verjaardag iets te doen. Want onze vrienden vertrekken een paar dagen later zelf op roadtrip naar het hoge noorden.

Grote drommen kampeerders lopen in het wit gekleed met rode sjaaltjes over de camping. Ze maken zich op om naar de Fêtes de Bayonne te vertrekken. Basken en liefhebbers van cultuur vieren er sinds 1932 met honderdduizenden het feest van San Fermín. Voor veel Basken zijn de Fêtes de Bayonne meer dan folklore. Achter de rode sjaaltjes en de witte kleren schuilt ook trots op een cultuur die eeuwenlang tussen twee staten haar eigenheid probeerde te bewaren. Wij sluiten ons verblijf in Euskal Herria af met fris getapte Eguzki en een stevige Paxteran bij Guingette Erromardi.

Plage Erromardi (Saint-Jean-de-Luz) Plage Erromardi (Saint-Jean-de-Luz) Plage Erromardi (Saint-Jean-de-Luz)

 

Zaterdag 18 juli

Saint-Jean-de-Luz – Saint-Pey-d’Armens, 249 km

De laatste feestneuzen komen waarschijnlijk met de eerste trein terug van Bayonne terwijl ik buiten nog een pot koffie zet. De terugtocht naar Bertem verloopt minder gehaast: dezelfde afstand leggen we nu niet in drie, maar in vier dagen af. Deze ochtend gewoon inpakken en dan terug omhoog door de Landes en langs Bordeaux naar de wijngaard van Gerbaud. Maar eerst nog naar het servicepunt op het laagste deel van de camping, waar de eerste motorhomes al aanschuiven om net als wij te lozen of water in te nemen.

Al voor 11 uur rijden we van de camping af en weer de A63 op die langs Biarritz en Bayonne kronkelt van San Sebastian – of liever Donostia – naar Bordeaux. Geen dag te vroeg trouwens, want een dag later zullen natuur- en bosbranden delen van de regio lamleggen. Après nous, le déluge

Château Gerbaud (Saint-Pey-d'Armens)

Vignoble d’exception

We komen ergens tussen twee en drie aan bij Château Gerbaud. De wijngaarden worden er al een paar generaties door de familie Charbol bewerkt en met passie voor het métier produceren ze er Grand Cru Saint-Émilion. Cris gaat ons aanmelden omdat we met de camper op hun erf willen blijven staan. Alexandre Forgeat, viticulteur en kleinzoon van Jean Charbol, zal ons straks ontvangen voor een bezoek aan de wijnmakerij en een proeverij. Het is broeierig heet en de Autoroller parkeren we in de schaduw van een bosje achteraan het erf te midden van de wijnranken. De laatste keer waren we hier met Wouter en voor hem nemen we ook een paar flessen mee.

Bonjour, non c’est pas la première visite. C’était bien en 2024 notre dernier passage.” De man vertelt honderd uit over zijn wijnen die nu nog in grote inox vaten staan te rijpen. De vorige lading, waarvan er nog een paar flessen wachten op een gelegenheid om ontkurkt te worden, was oogstjaar 2020. Vandaag laat hij ons de jaargang 2024 proeven. Die is op het punt gekomen om gedronken te worden. Die kan makkelijk nog een paar jaar liggen in de kelder, voegt hij eraan toe. We babbelen over het vorige bezoek, de hartelijke ontvangst door zijn ondertussen 92-jarige grootvader, de moeilijkere druivenoogsten van de voorbije zomers en de huidige droogte. De natuur neemt altijd iets af om het elders iets terug te geven. Daarvoor zullen we nog een keer terug moeten komen…

Savoir-faire ancestral

Als we willen kan hij ons nog enkele uitstekende adressen aanbevelen in en rond Saint-Émilion. Wanneer Cris vertelt dat we bij Le Tertre reserveerden, bij wijze van vervroegde verjaardagsdiner, verschijnt er een fonkeling in zijn donkere ogen. Hij kent het restaurant en herkent meteen twee bescheiden levensgenieters. “Ah, oui, c’est toujours excellent là.” Met nog enkele culinaire tips voor een volgende reis en een paar kratten uit de bottelarij op een steekwagentje vergezelt Alexandre ons terug naar de camper.  “Merci à vous et bon voyage!” Een paar tellen later komt zijn kranige grootvader voorbij gefietst en ons begroeten. Er heeft blijkbaar nog een kandidaat kampeerder getelefoneerd, maar die zien we niet verschijnen. Het was hier nog nooit zo rustig op het erf.

En route (Saint-Émilion)

Ruim op tijd voor het diner fietsen we een beetje netter gekleed naar het sactum van de Bordeauxwijn. Eerst een wijntje proeven op het terras van Le Bouchon en dan klimmen we het steile voetgangersstraatje op naar het restaurant waar chef Julien, in de zaal bijgestaan ​​door zijn vrouw Catherine, onze smaakpapillen prikkelt met smaken en puur culinair genot. “Bonjour, non c’est pas la première fois. Nous connaissons la formule. Pas d’allergies et pas d’abats s.v.p.” Zoals verwacht wordt het opnieuw een hoogtepunt van de reis. Zelfs onze compagnon-de-route lijkt zich te herinneren dat we hier drie zomers geleden met ons drieën in de wijnkelder mochten tafelen.

Qualité et Simplicité

Aan het einde van de avond betaalt Cris het gelag en complimenteert de chef met het fantastische menu. Zijn vrouw geeft ons meteen nog een tip mee, want ze kent Alexandre van domein Gerbaud en dat is toch wel een eind fietsen. “Château Arnaud de Jacquemeau, plus près de Saint-Emilion, reçoit des camping-caristes France Passion. Ce sont des amis à nous.” Ze toont ons het adres op het scherm van haar computerkassa en zegt dat ik er maar een foto van moet maken voor een volgend bezoek. De weg terug naar Saint-Pey-d’Armens is altijd bergaf, dat valt mee en zo keren we vrolijk en met blije buikjes naar onze rijdende wijnkelder terug.

Château la Fleur (Saint-Émilion) Le Tertre (Saint-Émilion) Le Tertre (Saint-Émilion) Nuit close (Saint-Émilion)

 

Zondag 19 juli

Saint-Pey-d’Armens – Amboise, 398 km

Klokslag 6:30 word ik gewekt door de eerste vale zonnestralen op mijn gezicht. Ze priemen van achter de wijnranken door het openstaande camperraam. Blijven liggen is geen optie want ik ben erop gebrand al vroeg richting Amboise te vertrekken. Cris heeft gisteren voor alle zekerheid nog een plek op Camping municipal de l’Ile d’Or gereserveerd. Het wordt een langere rit en we willen ginder ook nog wat genieten van onze afgebroken roadtrip. Eerst is er koffie met een vurig ochtendgloren boven de wijngaard. De zon staat al hoog aan de hemel wanneer ook de bijna jarige buiten verschijnt. “Stijn, doet u aan dan kunnen we vertrekken!”

l'heure magique (Château Gerbaud) l'heure du café (Château Gerbaud)

Ik wil absoluut de ring van Bordeaux vermijden, ook al staat daar op zondagmorgen waarschijnlijk geen kilometerslange file. We navigeren via Libourne terug naar de A10 richting Saintes en Niort, dezelfde route die we gekomen zijn. Het alternatief over de N10 via Angoulème mag dan wel 40 km korter zijn, het is ruim drie kwartier langer rijden. De verkeersdrukte onderweg valt vandaag beter mee dan verwacht en rond 15 uur staan we voor de poort van de camping. Cris wipt gezwind uit de cabine en meldt ons aan bij de receptie. Een kampeerplaats mogen we zelf uitkiezen op het grote open veld.

Château Royal

We parkeren op de eerste vrije plek. Stroom hoeft niet voor één nacht, maar die is blijkbaar altijd inbegrepen dus pluggen we toch maar in. De zon brandt nochtans en er staat een strakke wind. Daardoor lijkt het net iets minder warm dan gisteren in de wijngaarden van Saint-Émilion. Eerst een boterham met een ijskoud pintje. Daarna wandelen we tot in de stad en gaan misschien dit keer eens kijken naar Clos Lucé, de manoir waar Leonardo da Vinci onder het mecenaat van François Premier heeft gewerkt. Zijn graf hebben we bijna 20 jaar geleden al bezocht in de Sint-Hubertuskapel op het binnenplein bij het Kasteel van Amboise.

l'ïle d'Or (Amboise)

De camping ligt, zoals de naam verraadt, op een eiland in de Loire. We stappen langs de oevers naar de brug die over beide rivierarmen gaat. Liever dan meteen naar het verblijf van de Italiaanse renaissance man te gaan kijken, speuren we het plein beneden aan de hoge vestingmuren af naar een bistro voor een eventueel avondmaal. De lange rit en de aantrekkende wind zijn onze motivatie om straks niet buiten te zitten kokkerellen. Als het gasvuur al in gang zou blijven, want de luifel van de camper werd tijdens het uitdraaien al door een windvlaag opgetild. Die laatste ging dan ook meteen weer dicht.

Amboiseries

Na wat speuren naar iets van onze meug – bij voorkeur geen toeristenval met een service continu – op menukaarten her en der, staan we voor een laatste gevel naar de kaart te kijken. Ik zou zweren dat we hier bij La Terrasse al ooit hebben gezeten, maar kan de herinnering aan de hand van oude foto’s niet reproduceren. In 2006 maakten we foto’s van kastelen met een goedkope FinePix camera. Tegenwoordig fotograferen we met een dure iPhone eerder wat er op ons bord ligt. Als mijn reisnotities destijds klopten, heette het hier toen “L’Amboiserie”. Het maakt geen donder uit, maar de transactie op onze rekening bevestigt het. De vennootschap heet nog steeds Amboiserie en meester Stijn heeft in tegenstelling tot zijn moeder nog geen al te grote dementie.

Bij het aperitief boeken we de vertrouwde camping in Péronne waar we al een paar keer stonden. Dan zijn we ’s anderendaags op Cris zijn 45ste verjaardag weer thuis. Hij heeft alvast een tafel bij Bistro Jerome in Diest besteld, want dichterbij was alles op de nationale feestdag gesloten of volzet. Kristof en Marianne gaan mee om het moment wat feestelijker te maken. Vandaag houden we het bescheiden op een Touraine, méthode traditionnelle, met gepersilleerde kikkerbillen en ganzenlever met oesterzwam. Gevolgd door tajine d’agneau en de vegetarisch gevulde courgette, met een verwenkoffie achteraf. In de avondschemering weerspiegelt het kasteel op de rimpelloze Loire. Twintig jaar geleden stonden we hier als jonge gasten op weg naar het avontuur, vandaag is het slechts een mijmerend fotomoment.

Château Royal (Amboise)

 

Maandag 20 juli

Amboise – Péronne, 359 km

7:00. De motor van een camper slaat aan. Onze Duitse buren vertrekken al en ik wip uit bed. We hebben vandaag ook een aardige rit voor de boeg, naar Parijs en verder naar het noorden. Dan is het morgen maar een paar uur rijden kort over de middag thuis aan te komen. Ik ben benieuwd hoe Garmin ons zal leiden en stel alvast de navigatie in terwijl het water de fluitketel op het gasvuur zachtjes begint te zingen. Eerst koffie en dan inpakken want de gps stuurt ons opnieuw door de tunnels van de Franse hoofdstad rond het middaguur en dat wordt gehaaid stilstaan in de file.

Camping de l'Île d'Or (Amboise)

De felle ochtendzon verraadt dat het hier vandaag weer boven de 30 graden gaat en werpt een gouden glans over het eiland in het midden van de Loire. Hopelijk is het straks iets minder warm wanneer we aan de grote verhuis beginnen. Maar daar heeft het in Sint-Truiden niet de schijn van, de zwoele dagen blijven hangen in het midden en het oosten van het land. We houden onze compagnon-de-route graag op de hoogte van onze belevenissen. Wouter of zijn nieuwe vent sturen dan meestal ook wel iets, want onze gecoöpteerde vent weet dat ik hem altijd een beetje mis. Nu is mijn “Unheimlichkeit” weliswaar door andere besognes wat naar de achtergrond verdrongen.

Les bon plans de Coxide

Sinds het weekend logeren de jongens bij ons aan de Vlaamse kust. De temperaturen van een normale “Belgische” zomer lijken een verademing na de opeenvolgende hittegolven in het binnenland. De teddybeer heeft in alle opzichten geluk: met het weer tijdens zijn congé payé en dat hij ginder een eigen sleutel en altijd voorrang heeft. We hebben Wouter niet verteld over de gehuurde bestelwagen voor mijn moeder haar verhuis. Dan was hij waarschijnlijk nooit met de Berlingo naar Oostduinkerke vertrokken. Tegen dat we hem en “onze Billy” terug zien, zal ons verlof erop zitten. Hun foto’s zorgen voor gedeelde smart, ik mankeer het baasje en Cris zijn hond.

Garnaalvissers te paard (Oostduinkerke) op weg naar Ldswzn (Nieuwpoort) "onze Wouter" & Cris zijn hond (Oostduinkerke) Billy-muis (Oostduinkerke)

In mijn hoofd stappen we woensdag, na die verdomde verhuis, gewoon terug in de camper en zijn weer weg voor de rest van onze congé. Alsof onze vakantie gewoon op pauze stond, maar zo ver hebben Cris noch ik nog niet vooruitgedacht. Die is ondertussen ook opgestaan en klaar om te vertrekken. “Passeren we hier nog langs het loospunt?” “Waarom, er is er toch ook één in Péronne?” De ene mens plant kastelenbezoeken, de andere denkt aan het grijs water. Gefocust op de komende dagen thuis, volgen we de kortste route naar de A10 richting Parijs. De tolbadge van Bip&Go heeft dikwijls gepiept de voorbije zeven dagen – dat factuurtje volgt later. De dieselrekening tikt ook stevig aan bedenk ik terwijl we vóór de snelweg nog ergens stoppen om te tanken.

Port de Plaisance

Na de verwachte files komen we in de late namiddag aan bij de jachthaven op het kanaal van de Picardische Somme. We weten ondertussen hoe het hier werkt: zoek je naam op het krijtbord, onthoud het nummer en kijk op de kaart van de camping waar de toegewezen plaats zich situeert. Tegen apérotijd gaat het bureautje weer open en zien we kans om ons daar aan te melden. “Hier ontbijten morgenvroeg zal niet nodig zijn zeker?” proclameert Cris terwijl hij mij voorop stuurt om een tafel te zoeken op het terras van de kantine en hij wacht om af te rekenen voor de nacht.

Dernière étappe (Péronne) Port de Plaissance (Péronne)

Ik bestel alvast twee regionale bieren van La Bête – ambrée, en cinquante. Want vorig jaar bezorgde hun rouge variant mij een gulzige wesp en een pijnlijke tong. De grote beer komt aangestapt en heeft wat papieren en brochures in de hand. “Die foodtruck staat er nog en ze bakken hier nog altijd burgers met Maroilles”, zegt mijn hongerige wederhelft vastberaden. Zelf eten maken hoeft ook vandaag niet meer. “We leven uw erfenis op!” sturen we in het groepje naar Wouter, die lacht. Hij is vandaag met zijn broer en schoonzus op het strand naar de garnaalvissers gaan kijken.

l’Heure Magique

Na ons voorlopig laatste avondmaal is het nog veel te vroeg om al naar bed te gaan en in het kleine zwembad naast het terras wordt het te rumoerig om hier gezellig te blijven hangen. “Wandelen we nog eens naar de stad?” Beter wat beweging dan een ganse dag achter het stuur en op een stoel te hebben gezeten. Ik haal een windstopper en mijn Nikon-camera uit de camper, want golden hour komt eraan. Net voor de zon achter de horizon verdwijnt, maakt Kristof in Schotland of het hoge noorden ook altijd de beste foto’s. Ik probeer de meester-landschapsfotograaf te evenaren. Meestal leveren die vruchteloze pogingen nog meer bewondering voor zijn foto’s op.

Coucher du soleil sur La Somme (Péronne)

 

Dinsdag 21 juli

Péronne – Bertem, 197 km

Gisteren, toen we onze overnachtingsplaats naderden, schoot me te binnen dat mijn vandaag jarige echtgenoot hier tijdens onze twee vorige passages telkens nieuwe kleren ging shoppen. Net voorbij het centrum van Péronne aan Avenue de l’Europe liggen heel wat winkels rond een grote InterMarché. Dat hebben we voor deze ochtend gehouden. Als we nu richting Bertem vertrekken, staan we voor de middag al terug thuis op de hof. Dus rijden we nog even met de camper naar de zoning commercial. Eerst naar het Kiabi-filiaal waar ze grote maten aan kleine prijzen verkopen, bij Chaussea kijken naar een nieuw paar beste sloffen en misschien wat hemden of bermuda’s bij Gemo.

Sport 2000 ernaast vist bij ons duidelijk in de verkeerde vijver. Met een koelkast en diepvries vol eten dat we nog niet hebben opgewerkt, lijken boodschappen ons overbodig. Na een laatste tankbeurt bij het Station Service van het warenhuis rijden we uiteindelijk toch via de Rue d’Albert naar Cléry-sur-Somme en de A1 snelweg op. Klokslag één uur staat de Autoroller weer bovenaan de oprit, naast Wouter zijn hagelwitte Cupra, terwijl binnen de eerste wasmachine al draait. Straks rijden Kristof en Marianne met ons in de Cupra mee naar Diest en morgenochtend rijdt juf Margriet met mij in de bestelwagen mee naar Sint-Truiden.

Entre'acte (Bertem) Kristof & Marianne (Bistro Jerome)

 

Route via Google: deel 2

 

Donderdag 23 juli

Bertem – Osmoy-Saint-Valery, 356 km

Onmiddellijk weer met de camper vertrekken zat er gisteren niet meer in. De gedwongen verhuis naar het woonzorgcentrum liep zoals verwacht niet van een leien dakje. Hoog oplopende emoties bij mijn al jaren door (jong)dementie geplaagde moeder: “Verwa kan ich hei ni taas blijve? En as dzje mich eweg steekt, doen ich meneige iet oan.” Het onvermogen haar met heldere argumenten te overreden woog eens zo hard op mijn opgetrommelde tantes. De nuchtere opmerking dat ze hét dan maar in het rusthuis moest doen en niet hier in mijn ouderlijke huis – waar wij voor haar verantwoordelijkheid dragen – hielp evenmin. Onmogelijk te redeneren met een moeder die haar volle besef en de regie al jarenlang kwijt is. Het was de hoogste tijd.

Die ervaring heeft iedereen behoorlijk aangegrepen. Zelfs de turnjuf zat gisteravond nog te piekeren. Dementie is een lelijk aftakelingsproces en voor mijzelf is de drempel nagenoeg overschreden. “Als het zo moet gaan, dan hoeft het mij niet meer”, antwoord ik Wouter die oprecht wil weten hoe het in Sint-Truiden is verlopen. “Schattebol, ge weet wat ge moet doen als het zover is. Mijn papieren liggen klaar, trek de prise maar uit.” Doorgaans blijft hij stoïcijns doof en ontwijkt dat ver-van-zijn-bedonderwerp met een mopje. Deze keer blijft het piëteitsvol stil, want de moeilijkste beslissingen komen soms veel vroeger dan verwacht – straks is het misschien aan hem.

La Côte Fleurie

Een nacht slapen doet wonderen. Ik ben bekomen van mijn persoonlijke hellevaart. Cris had een godganse dag tijd om alle mogelijke scenario’s te bekijken: “We gaan niet nog eens 2.400 kilometer rijden hé Stijn. Ik was eens aan het zien naar de Elzas, maar daar wordt het te warm. Bourgondië daar zijn we met Pasen pas geweest en Brest of die kant van Bretagne is net zo ver als Bordeaux. Wat denkt ge van Normandië? Dat hebben we in de zomer nog nooit gedaan. Warm overdag en ’s nachts koelt het daar nog af.”

Landingsstranden, oesters en cider hebben weinig extra argumenten nodig. “Het is ook niet te ver”, vult hij nog aan. “We moeten hoe dan ook nog naar Ferme de Billy, want ik heb mijn jonge vent een fles beloofd.” Een eerste halte kiezen ergens onder Amiens, verder wil ik vandaag niet rijden en gewoon iets voor één nacht. Een camperplaats of France Passion en zo kom ik bij Les vergers de la Gentilhommière – een cidrerie tussen Dieppe en Rouen. Plaats voor vijf motorhomes en een breed bio-gamma: jus de pommes, cidre, apéritif des amis, calvados, miel et neufchâtel. Bellen vooraleer te arriveren, lezen we in de FP-app.

Les vergers de la Gentilhommière (Osmoy) France Passion (Osmoy) Les vergers de la Gentilhommière (Osmoy)

Exploitation cidricole

Terwijl Cris in de rapte nog naar de winkel gaat, telefoneer ik met Xavier Battement – gérant van “GAEC du Manoir de Follemprise”. Zijn cidrerie is onderdeel van een familiale landbouwcoöperatie. “Groupement Agricole d’Exploitation en Commun”, een hele mond vol wanneer Xavier de telefoon opneemt. Ik begroet de man in mijn beste Frans en leg uit dat we zijn adres gevonden hebben via France Passion. Of we vandaag nog kunnen langskomen en blijven voor de nacht? “Et vous venez d’où? Belgique. Okay à 15h ce sera pas moi, mais mon salarié qui vous reçoit. Soyez les bienvenus!

Tegen het afgesproken uur rijden we het erf op waar al een Franse camping-car en een Hollandse kèmper neergestreken zijn. Cris dirigeert mij met de logge Transit achterwaarts tussen de nieuw aangeplante appelbomen in een hoek van het terrein. Tante Denise reageert op een foto van de bordeauxrode appelen, zelfs nonkel Marcel – zijn hele leven fruitboer in Haspengouw – kent die rare soort niet. Later vanavond pluk ik er stiekem eentje voor wetenschappelijke analyse. Zoals ik dacht, zijn ze alleen voor rosé cider goed en helemaal niet te vreten.

Apéro (Osmoy-Saint-Valery) Vieux Calvados (Osmoy-Saint-Valery) Pomme cheval (Osmoy-Saint-Valery) Pomme cheval 2 (Osmoy-Saint-Valery)

Fidèle au terroir

Samen met andere kampeerders kloppen we rond 16 uur aan bij de boutique waar Xavier zijn jonge werknemer ons vriendelijk ontvangt voor wat meer uitleg over hun Bio-teelt, de zuivere producten en natuurlijk een proeverij. Ik onthoud van de bebrilde knaap zijn uitleg dat er in hun boomgaarden één appelsoort ontbreekt waardoor ze officieel geen Pommeau de Normandie op het etiket mogen drukken. Apéritif des Amis is dus gewoon hetzelfde, maar met een appel minder. Die ontbrekende variëteit doet allerminst afbreuk aan de kwaliteit van hun Très vieille Réserve: de regels voor Calvados AOC zijn blijkbaar minder strikt.

Cris maakt er weinig woorden aan vuil: “Donc le Fermier Tradition et le Cru du Pays de Bray…” Ik heb ondertussen al een Hors d’Age en een Très vieille Réserve op de jongen zijn comptoir gezet. “Alors, une bouteille de…” herhaalt de jongen onderwijl hij van elke soort cider een fles opdiept. “Non, non, un carton de chaque”, herneemt mijn boekhouder terstond. De boerenjongen is duidelijk niet gewend dat campingcarristen hier een pallet buiten dragen. Hij rekent af en geeft mij de zware dozen aan, om ze op te bergen in camper. Terwijl hij zijn winkeltje afsluit wandelen wij een blokje om voor we aan apéro en grillade beginnen.

Notre-Dame-de-Pitié

Osmoy-Saint-Valery telt meer letters in de naam dan huizen. Behalve de kerk en het stoffige gemeentehuis is er niets. Een oude spoorbedding brengt ons als “Avenue Verte” helemaal naar Neufchatel of Saint-Vaast en zelfs tot in Dieppe – itinéraire cyclable de Londres à Paris. Het dorp lijkt vooral te bestaan als vertrekpunt naar ergens anders. Zelfs een dorpskroeg voor de 310 levende zielen of een bakker is er niet dus keren we onverrichter zaken terug naar onze ciderboerderij.

Les cheveaux du Manoir de Follemprise (Osmoy-Saint-Valery)

Tussen het erf en die spoorberm grazen ondertussen merries en hengsten van Manoir de Follemprise, het paardenpension gerund door Loïc en Marie – broer en schoonzus van Xavier. Enkele kampeerders hebben zich met drukke kinderen naast onze rijdende ciderschuur geïnstalleerd. Maar zelfs het gekibbel en ravatton van die bengels deert ons na een neut calvados niet. De voorbije dagen plaatsen elke kleine ergernis voorlopig nog in perspectief. Het persoonlijke gemis wordt er wel door uitvergroot, dus stuur ik mijn teddybeer nog eens een bericht – l’amour est la seule chose qu’on emporte dans l’éternité.

 

Vrijdag 24 juli

Osmoy-Saint-Valery – Touques, 133 km

Ochtendkoffie met de laatste berichten van thuis en het wereldnieuws. Geen nieuws uit Home Elisabeth is goed nieuws. Sinds woensdag meten we onze dagen aan het uitblijven van berichten, anders dan voorheen. Tussen wandeling en apéro, prikten we gisteren de volgende bestemming: Deauville en Trouville-sur-mer, Knokke en Heist van de Côte Fleurie. Er leek voor één nacht niet meteen iets anders in de buurt dan Domain du pressoir Marie-Claire in Touques. Cris wil eerst verifiëren of er plaats is. Zeven meter hoor ik hem aan de telefoon zeggen. Als we nu vertrekken zijn we er tegen de middag en het voorbehouden plaatsnummer stuurt de man zo door per sms.

Dat bericht is er nog altijd niet wanneer we er aangekomen zijn. Dit keer beantwoordt een dame de telefoon en verwijst ons naar een plaats bovenaan het terrein dat in verschillende niveaus werd aangelegd. Ik zie onze niet eens zo lange motorhome daar onmogelijk inpassen. Met wat manoeuvreren en de fietsen van de drager steekt de neus van onze Transit ten minste niet meer helemaal over de weg. Cris maalt er niet om en ik doe alsof. Met een snelle sandwich achter de kiezen nemen we de fiets naar hèt station balnéaire van Seine Maritime.

Domain du pressoir (Touques) Âneries (Touques) Marie Claire (Touques)

Inspiration Corbuséenne

Net als in Saint-Jean-de-Luz ben ik weer vergeten dat alleen onze Vlaamse en de Nederlandse kustlijnen een biljartlaken zijn. Met piepende remmen dalen we door kronkelende straten met nette villa’s en vakantiehuizen naar zeeniveau af. Straks moeten we dat hele stuk omhoog, ik hou mijn hart al vast. Bij de havengeul tussen beide badplaatsen laten we de fietsen achter. De namiddag is zwoel en de zon brandt ongenadig op ons hoofd onder het nieuwsgierige flaneren langs de Belle-Époque villa’s en statige Art Déco gevels. Bijna een eeuw geleden al door Eugène Boudin op doek gezet en lyrisch door Gustave Flaubert in zijn boeken beschreven.

Charles-Édouard Jeanneret heeft hier omzeggens geen enkele steen verzet, nochtans lijkt La Piscine Blue zo van zijn tekentafel te komen. Het opmerkelijke strandbad is wel het werk van Raymond Puthomme en Marc Brillaud de Laujardière. Zij beleven hier hun hoogtepunt tijdens het interbellum, maar balanceren tussen academisch rationalisme en de school van mijn eerste gedacht “Le Corbusier”. Esthetica voor beginners of parels voor de zwijnen, niemand anders dan meester Stijn leest hier waarschijnlijk de bordjes die her en der langs de promenade staan.

Détente et convivialité

Aan het einde van de strandboulevard klimt de kustlijn tussen de monding van de Seine en Honfleur, langs de overkant het witte strand van Le Havre en de havenindustrie tot aan de Pont de Normandie. Wij krijgen dorst, maar behalve een baraque met crème à la glace is er nergens een terras. Door een achterliggende winkelwandelstraat met dure boetiekjes, links een prijzige crêperie en rechts een fancy koffiezaak lopen we richting haven. Geen bcbg-gedoe voor ons. Geef ons maar een Pelforth van het vat en een terrasstoel die niet ontworpen werd door een interieurarchitect.

La Touques (Trouville-sur-mer) Plage de (Trouville-sur-mer) Promenade des Planches (Trouville-sur-mer)

Als we hier nu eens ergens moules de bouchot vinden, dan hebben we deze avond al eten. Rue des Bains geeft toevallig uit op de vismijn waar we daarstraks langs gelopen zijn dus schuimen we daar alle marktkramen af. De mosselen bij de eerste zijn schandalig duur, bij de tweede niet om aan te zien, maar bij het derde kraam wil Cris er misschien wel kopen. “Komen we straks niet gewoon effe terug? Anders zitten daar sebiet mee op een terras!” Met enige weerwil gaat hij zonder mosselen mee op zoek naar een café, PMU of bar tabac.

“Waar zitten onze vriendjes ondertussen?”, vraag ik voor de gein met een foto van “Bar des Amis”. De jongens dweilen de Westhoek af op zoek naar een nieuwe ventilator want die in Oostduinkerke gaf de geest. “Kate zegt dat ge stout zijt geweest.” antwoordt Wouter. Geen haar op mijn hoofd dat hem die aankoop laat betalen. En ook nog een verjaardagscadeau voor Cris, want hij hengelt al dagen om een tip. Gisteren zat de grote beer urenlang met zijn iPad te klooien, bestelde zich direct een e-reader online… mocht dat niet dé cadeautip voor onze teddybeer zijn.

Halle aux Poissons

Zij gaan in Nieuwpoort al vroeg uit eten, vis bij LDSWZN en Billy mag mee – “Hij wordt frank”, lacht Wouter “Billy heeft juist de zeeduivel van Thierry zijn bord gepikt!” Wij lachen er smakelijk om: “Flinke Billy!” Over eten gesproken, dat doet er Cris aan denken: “Hebben wij nog ajuin?” “Alleen rode en sjalot.” “Dan moeten we nog zoete witte of gele ajuin gaan zoeken, want zonder kunnen we geen mosselen maken.” “Euh…”

“En een baguette.” Google kent 350 meter verderop de Carrefour Express. We rekenen af en gaan naar die verdomde uien, stokbrood en een fles droge wijn op zoek. Komen we weer uit de superette, staan we ongeweten bij onze fietsen aan de overkant van Boulevard Moureaux. “Gaan we dan niet beter ineens met de fiets die mosselen halen?” Cris schuift aan in de Marché aux Poissons en ik sta bij de fietsen op wacht wanneer er nieuws uit Home Elisabeth komt.

“Het gaat toch weer wat minder met uw mama, ze is onrustig en heeft het een beetje moeilijk met alle veranderingen.” Of ze haar iets mogen geven? “Hoe meer sedatief hoe beter!” Elke vraagt of we toch nog wat van onze congé kunnen genieten? “Zeker, we staan net mosselen te kopen en fietsen dan terug naar boven. Het is hier niet plat gelijk in Oostduinkerke, dat is hier juist de Mont Ventoux.” Ze lacht met mijn geveinsde zorgeloosheid, want in Sint-Truiden wacht er nog een groter avontuur.

Moules de Bouchot (Touques) Moules au Cidre (Touques) Cidre au Moules (Touques) Fraicheur de Billy (Touques)

 

Zaterdag 25 juli

Touques – La Cambe – Grandcamp-Maissy, 117 km

Kristof en Marianne zijn naar het hoge noorden onderweg en hoorden dat wij in Normandië zitten. Mochten we langs het Cimetière Allemand de La Cambe passeren, zouden we bij Vergers de Romilly een doos roze cider kunnen halen. Die lust de mama van Lewis wel en wij hebben niets beters om handen dus wordt onze volgende halte een locatie van Camping-car Park in Grandcamp-Maisy. Handig want daarvan kan je de bezetting online controleren.

Rond het middaguur parkeren we de motorhome bij het Duitse militaire kerkhof voor een bezoek. Tussen de identieke kruisen blijft weinig heroïek over. Alleen jonge mannen die nooit zijn thuisgekomen. Liever dan heraldische oorlogsmonumenten van overwinnaars, struinen we wat tussen ingetogen graven rond. Niet langer dan nodig om een paar stemmige foto’s te maken, want mijn navigator heeft al opgezocht dat Benjamin Renaud zijn keet ook over de noen openhoudt. “C’est joli, votre t-shirt.”, glimlacht de derde generatie boerenzoon die meteen inschat dat wij vandaag niet de zoveelste toerist zijn die gewoon even komt degusteren en dan met een enkele fles vertrekt.

Joli t-shirt (En Normandie...) Cimetière Allemand (La Cambe)

Jour-J

Hij laat ons met plezier zijn ganse arsenaal proeven en verkoopt ons een paar kartons en nog wat calvados erbij. Wanneer we vertellen dat we met de camper wat verderop aan de kust gaan staan, krijgen we er gratis ook zijn toeristisch advies bij. “La Frégate est très bon pour y aller manger, vibrant les soirs et la Batterie de Maisy vaut bien une visite.” De reclamepanelen van de Duitse kustbatterij hadden onderweg mijn aandacht al getrokken. Om een obscuur stukje Atlantikwall zit meester Stijn zelden of nooit verlegen.

Ik bedenk mij dat ik mij jaren geleden eens voor heb genomen deze regio met Hans en Joren te komen verkennen – die laatste verzamelt krijgsartefacten en doet ook aan re-enactment. Een paar maanden eerder was hij hier trouwens nog om de herinnering aan D-Day te verlevendigen. Sommige toekomstdromen blijven jarenlang hangen tot je beseft dat de toekomst stilaan het verleden wordt. Morgen bezoeken we dus zelf maar die opgegraven bunkers van Maisy.

Plage artificielle (Grandcamp-Maisy) La Frégate (Grandcamp-Maisy) Cidricchus (Grandcamp-Maisy) Huîtres d'Isigny (Grandcamp-Maisy)

Na de bevrijding raakte de site onder herwonnen landbouwgronden bedolven tot Gary Sterne, een Brit, de site in 2004 herontdekte. In een Amerikaans veteranenuniform dat hij op een rommelmarkt kocht, vond hij een oude stafkaart. Daarop stond de locatie aangeduid als “area of great resistance”. Dat is voor morgen, vandaag installeren we ons voor een paar dagen op de hooggelegen camperplaats en gaan beneden langs het strand op zoek naar een late lunch bij La Frégate.

Gros intestin

De potige Benjamin weet waarom hij die bar heeft aanbevolen, ze serveren er verse oesters van Isigny bij zijn Pommeau de Normandie. Hij kweekt blijkbaar wel de juiste appelen en wat verderop print Simon Lemarié sinds 2015 zijn eigen gestileerde hoofd de etiketten van zijn Cidricchus. Hij slijt op hippe wijze het voortreffelijke gefermenteerde sap van de “Fréquin rouge” uit de boomgaarden van zijn grootouders. Misschien is dat wel die afschuwelijk wrange bordeaux appel die zelfs nonkel Marcel eergisteren niet kende…

Na de oesters waag ik me aan Andouille de Vire, een Normandische delicatesse – voor wie avontuurlijk is aangelegd. Wouter lijkt dat Franse slachtafval te kennen en antwoordt tot mijn grote verbazing: “lekker he!” Sommige mensen herkennen wijnstreken, anderen culinaire rariteiten. Het weer is prachtig dus wandelen we tot het einde van de dijk en langs de haven naar een warenhuis om wat inkopen te doen. Morgen is er ’s ochtends markt én daarna ook nog avondmarkt dus hoeven we vandaag niets meer te doen dan kijken hoe andere mensen met hun campers arriveren.

Fromage d'Isigny (Grandcamp-Maisy) Camping-car Park (Grandcamp-Maisy)

Widerstandsnest 83

Die batterij gaan we morgenmiddag met de fiets bekijken, dan hebben die ook nog tot iets gediend. Ondertussen speuren we de kustlijn van de Cotentin af naar een interessante voorlaatste etappe vooraleer rechtsomkeer te maken, want vrijdag worden we al in Wichelen bij Wouter en zijn oudste broer verwacht. Dan zit de vakantie van de jongens aan zee erop en helpen ze daar met schilderen. Cris kijkt naar campings, ik naar France Passion en camperplaatsen. Saint-Vaast-la-Hougue kwam al eens eerder bij me op omdat een zeilende kameraad er al eens vaker naartoe is gevaren. Die zagen we thuis nog net toen we voor de tweede keer van onze oprit reden om terug op congé te vertrekken.

Gaetan vertelt steevast met het spreekwoordelijke water in de mond over de beste zeevruchten in een oude taverne van Saint-Vaast ergens aan de havenkant. Er is daar zo op het eerste zicht geen reserveerbare overnachtingsplek, maar een stuk hoger op het Normandische schiereiland kan mijn reisleider een camping boeken in Barfleur. Daar rijden we maandag naartoe. En als het ons bevalt, blijven we nog een tweede nacht.

 

Zondag 26 juli

De geschiedenis wil dat het US 2nd Ranger bataljon een aanval lanceerde op de kliffenkust midden tussen Omaha Beach en Utah Beach. Pointe du Hoc is daarmee een tot introspectie stemmend memoriaal van complete zinloosheid, een paar kilometer oostelijk van Maisy. Dat bezochten we 20 jaar geleden vóór we met een motorhome begonnen te toeren. De positie van de Duitsers hoog op de 30 meter hoge rotsen werd er zwaar belegerd, hoewel de stelling maanden eerder na een bombardement al grotendeels verlaten en het zware geschut anderhalve kilometer verder in een holle weg op het plateau getrokken was.

Er zouden tijdens die operatie 77 Amerikanen het leven laten en meer dan 150 gewonden vallen tegenover een 50-tal Duitse soldaten, eigenlijk allemaal voor niets. Want de geallieerde vloot en de belangrijkste landingsstranden lagen ook binnen schutsbereik van de kustbatterij in Maisy. Die werd tot bij de start van Operatie Overlord nooit in kaart gebracht middels geallieerde verkenningsvluchten. Pas een dag na de aanval op Pointe du Hoc, werden de versterkingen in de velden bij Maisy ontdekt en pas dan vanop zee door oorlogsbodems beschoten.

Cou cou (Batterie de Maisy) Houwitzer (Batterie de Maisy) Halt oder ich schiesse! (Batterie de Maisy) Openluchtmuseum (Batterie de Maisy)

Stützpunkt 75

Terwijl we al vroeg naar de wekelijkse markt bij de vishal wandelen, betrekt de hemel en onder het fietsen waait er nattigheid door de lucht. Toch blijft het warm en onze t-shirts zijn telkens weer droog voor de volgende motregen overtrekt. Ideaal weer om bunkers te bezoeken, een paar kilometer zuidwestelijk van onze bivakplaats. De volledige site is nog altijd niet ontgraven, want het ging indertijd om drie zogenaamde “Widerstandsnesten” die door gangen en tunnels met elkaar verbonden waren.

WN83 aan de Route des Perruques, waar nu het openluchtmuseum is, WN84 bij La Martinière en WN85 ter hoogte van de toenmalige Ferme Foucher. Beneden op het strand waar de oesterbanken zijn liggen nog twee oorlogsrelicten WN87 en WN82, maar zover fietsen we niet. Na een paar uur rond te hebben gelopen tussen metershoge bramen, roestige kanonnen en vaal beton hebben we onze portie Atlantikwall wel gehad.

Oorlogsmonumenten bezitten het vreemde vermogen tegelijk heldhaftigheid uit te stralen en absolute absurditeit te tonen. Hoe langer je er rondwandelt, hoe moeilijker het wordt om die twee van elkaar te scheiden. Deze wijze les in krijgsgeschiedenis sluiten we af op het terras van Le Boukané. Daar valt de regen plots met bakken naar beneden. De vriendelijke gastheer wenkt ons snel naar binnen om Cris zijn Festin Boukané en mijn Découverte Mer et Créole verder te zetten.

Le Boukané (Grandcamp-Maisy) Découverte Mer & Boukané (Grandcamp-Maisy)

Cuisine authentique

Als afwisseling met de Franse streekgerechten en sporadisch wat haute cuisine bevalt de créoolse keuken ons danig, net als de Rhums Arrangés die de chef ons tot aan de volgende opklaring laat degusteren. Dan stappen we op de fietsen en keren naar de camperplaats terug. Die mogen weer achterop de Autoroller want morgen rijden we eerst nog langs dat warenhuis, waar we meteen ook Diesel tanken, en verder naar Camping Indiana in Barfleur.

Het is al een flink stuk in de namiddag en veel van onze medekampeerders zijn al weer weg. Camperplaatsen zijn de kruispunten in het vrije bestaan. Mensen komen en gaan, ze verdwijnen zonder dat iemand weet waarheen. Wij hebben à l’improviste niets beters en blijven gewoon staan. Straks zoeken we aan de overkant van de havengeul nog een galette bij Crèperie du Joncal. Wanneer we terug buiten stappen hebben de grauwe wolken plaats gemaakt voor de volgende zonsondergang. Terwijl we even halt houden en omkijken naar het avondrood, redden opmerkzame omstaanders een onbesuisde windsurfer uit de sterke onderstroom van La Manche…

Le Port (Grandcamp-Maisy) La Plage (Grandcamp-Maisy)

 

Maandag 27 juli

Grandcamp-Maissy –  Barfleur, 72 km

Na de ochtendkoffie schuiven we mee aan bij het servicepunt. Wij hebben geen haast, want voor 15u kunnen we in Barfleur nog niet terecht. Ons parkeerticket loopt nog tot ruim over de middag, dat van een ouder stel Italianen niet en de vrouw van het koppel probeert dat met handen en voeten uit te leggen. We laten hen met plezier voorgaan, zij stonden sowieso uit de andere richting al voor ons bij de loosplek en het tappunt in de rij.

Parkeren bij de Carrefour Contact lukt nog net, het is er na het weekend onverwacht druk op de middag. Met wat dagelijkse benodigdheden en vlees voor op de grill zetten we koers naar de volgende bestemming, volgens de gps straks zijn we daar veel te vroeg dus improviseren we een tussenstop bij het vernieuwde Airborne museum in Sainte-Mère-Église. Daar hebben wij 15 jaar geleden, met onze Konings motorhome, een keer voor de nacht pal onder de iconische klokkentoren gestaan waaraan bij de landing in Normandië een parachutist bleef hangen. Feitelijk twee, maar die andere liet “de eer” om te blijven hangen in het collectieve geheugen liever aan zijn kompaan.

John Steele

Ondertussen hebben ze die parachutist door een pop vervangen en sinds wij er de vorige keer naar kwamen kijken tussen dorp en snelweg ook een riante camperparking aangelegd. Daar pauzeren wij nu even om iets te eten en wat tijd te winnen. De veel groter geworden expohal bezoeken, althans dat is onze indruk, is vandaag voor geen van beiden een absolute must. Ik ken die gewijde geschiedenis en Cris hoeft nooit de honderden pancarten met alle details te lezen. Ik meestal in drie talen, om zeker te zijn dat ik het allemaal begrepen heb en dat duurt lang, té lang volgens mijn wandelende encyclopedie.

Het is drukkend warm terwijl we onze sandwiches in de schaduw van het omzomende groen binnenspelen. Komt er plots een camper nogal bruusk de kant op gereden en zonder verpinken ook nog achterwaarts onze richting uit. “Allez, wat doet die zot nu?”, moppert mijn alerte vent terwijl hij een paar meter opschuift. De deur zwaait open en die Italiaanse madam stapt eruit. Zijn humeur klaart onmiddellijk op wanneer we haar herkennen. Blijkbaar hebben ze twee hondjes bij en zij gaan hier wel het museum bezoeken. De camper in de felle zon parkeren is dan geen goed idee en voor Italiaanse viervoeters heeft de grote beer altijd meer begrip.

Lendemain de Darragh

Camping Indiana (Barfleur) Le phare de la Bretonne (Barfleur) Port d'Échouage (Barfleur) Plage de la Sambière (Barfleur)

Uiteindelijk hebben we toch een klein uurtje pauze gehad dus vertrekken wij naar Camping Indiana, waar ze ons graag zien komen voor één nacht. Eventueel een tweede dag blijven staan liever niet, want ze zijn de komende dagen helemaal volgeboekt. Echt jammer is dat niet. Barfleur is charmant, maar na er een namiddag en een ochtend rond te lopen kennen we elke scheve gevelsteen. Naast ons arriveren twee jonge mannen met tentjes, vanuit Parijs zijn ze eerst met de trein naar Caen gekomen en vandaar met de fiets langs alle Plages de Débarquement – niet eens elektrisch, il faut le faire

Hoewel we net zijn gaan winkelen, gaan we in het stadje toch eens kijken of er ergens fruits de mer te vinden zijn, want Barfleur was Cris zijn alternatief voor de haven van Gaetan. Meer dan een Picon bière op het terras van PMU Le Goéland hoef ik hier niet, want zeevruchtenschotels hebben de restaurants in de buurt tegen onze verwachtingen in niet. Matig teleurgesteld wandelen we, met wat extra vakantiefoto’s onder een azurblauwe lucht, naar de camping terug. De grill aansteken en dan de route naar huis verder plannen.

Etape Camping Car

Het wordt een ware zoektocht om nog iets interessants te vinden: mijn reisleider wil liefst van al een camping in de buurt van een interessant museum, een mondaine stad en vooral de schotel zeevruchten die zijn nukkige vent hier heeft gemist. Om een of andere reden vindt hij dat ik dringend Pegasus Bridge in Ouistreham eens moet bezoeken. Geen idee waarom, want ik weet wat het is – een brug over het kanaal dat Caen met de zee en Bénouville met Ranville verbindt. Britse parachutisten moesten dat bruggenhoofd innemen om na het ontschepen op de stranden een snelle opmars van geallieerde troepen mogelijk te maken richting Parijs.

Kampeerplaatsen tussen Caen en Ouistreham bij de vleet, maar geen enkele waar we voor de paar nachten die ons deze week resten nog online kunnen boeken. Een eind voorbij die fameuze brug en het bijhorende museum kan hij telefonisch wel reserveren op Camping de la mer in het niemandsland tussen Merville-Franceville en de grotere stad Cabourg. De voorlaatste etappe ligt vast. Rest enkel nog een laatste tussenstop ergens aan de Somme. Daarna maken campings, mosselen en cider weer plaats voor het doordeweekse leven van elke werkende mens.

Marée Haute (Barfleur)

 

Dinsdag 28 juli

Barfleur – Merville-Franceville-Plage, 142 km

’s Morgens zit ik in mijn badjas buiten om koffie te zetten, wanneer één van die jonge mannen plots door het haagje stapt dat onze percelen scheidt. Of ik eventueel zijn pannetje water op zou willen warmen, want hij heeft geen busje gas voor het kampeerstelletje bij. “Ah oui, bien sûr”, wat maakt mij een paar gram gas uit. Zijn familie woont in het zuiden, waar de natuurbranden woeden. Hij fietste samen met een collega langs Sword, Juno, Gold, Omaha en Utah Beach met de immense Amerikaanse kerkhoven. Ze zijn vrijdagavond vertrokken en zaten ongeveer 150 km op de fiets, Barfleur was hun laatste stop. Ons gekeuvel heeft Cris gewekt en die komt nieuwsgierig kijken wat er buiten gaande is.

Ze fietsen vandaag een paar uur tot Cherbourg om daar terug op de trein te stappen naar Parijs. Het water in zijn pannetje kookt. “Un grand merci, monsieur, et pour vous aussi le bon voyage!”, zegt de fransman nog. Zijn compagnon kruipt stram in de kuiten uit het tweede tentje zet zich weinig uitgerust neer op de grond met een mok en een pot oploskoffie in de hand. Ik zou er precies niet aan beginnen en schenk me nog een kop echte koffie uit vooraleer iets meer verhullend aan te trekken. “Zat gij gewoon in uw blote kloten met die gast te babbelen?”, vraagt Cris. “Euh, ja, ik was gaan douchen…”

Cœur du Val de Saire

Quai du Port (Barfleur) Marché hebdomadaire (Barfleur) Plage de la Sambière (Barfleur)

Wij lopen aan de havenkant nog eens over de wekelijkse markt op zoek naar iets en niets. Dat laatste vinden we, het eerste niet maar zo hebben we toch een beetje beweging gehad. Nog nooit gezien dat men in een kippenkraam het gevogelte op een open houtvuur bakt, de confectiemode erlangs is waarschijnlijk doordrongen van de rook. Groenten en fruit of rieten manden hoeven we niet dus lopen we met lege handen terug om in te pakken. De tenten naast ons zijn al weg.

Vandaag stoppen we eerst nog bij Ferme de Billy, van hieruit ongeveer 115 km of anderhalf uur rijden, dan nog een dik half uur naar Camping de la Mer in Merville. Als we onderweg geen oponthoud tegenkomen of files op de ring van Caen. De kampeerplaats is besproken en dat is maar goed ook want al in Quettehou staan we aan te schuiven langs een volgende wekelijkse markt. De rook van op houtvuur gebakken kippen walmt over het ganse plein en tussen het stilstaande verkeer. Rare jongens die Normandiërs, aan fijn stof van de brandlucht uit het zuiden hebben ze hier precies niet genoeg.

Département du Calvados

Even voorbij Bayeux, bij afrit Bretteville stuurt Garmin ons al van de N13 autoweg af – ik had verwacht een afrit te nemen bij Carrefour Caen-Rots. Daar reden we alle vorige keren af om samen met of gewoon voor Wouter calvados te gaan kopen met de naam van zijn en dus ook onze hond. Cris navigeert doorgaans mee wanneer hij vermoedt dat zijn chauffeur het weer eens beter weet. Gelukkig maar, want mijn interne gps is al jarenlang kapot. Wanneer we na het snelle bezoek aan onze favoriete cidrerie weer over de snelweg richting departementshoofdstad rijden, zie ik waarom. Allen in de richting van Caen naar Bayeux zijn er op- en afritten om bij die zoning of vandaaruit bij Billy in Rots te geraken.

In de file op de périphérique van Caen stuurt Wouter “Amai, zoveel gekocht?”, met een hartje op een foto in het groepje op whatsapp. Zij gaan hun laatste avond aan zee nog één keer chique uit eten en vertrekken morgenvroeg naar Nancy en Jeroen. Of hij de was van ginder mee naar huis mag nemen, want anders moeten ze die in Oostduinkerke ergens bij een wassalon gaan doen. “Zotteke. Breng die maar mee. Ik steek dat thuis wel in ’t machien!” Dat doet mijn lieverd natuurlijk niet. Hij wast alles zelf en levert de propere was ineens aan huis wanneer hij mijn Berlingo weer afzet. Soms is onze jongste veel te braaf, soms gelukkig ook weer niet…

Estuaire de l’Orne

Pegasus Bridge (Bénouville)

Iets later dan voorzien schuiven we bij Porte d’Anglettere het klaverblad op naar Ouistreham. Zo rijden we straks ineens over de moderne replica van de Pegasusbrug, dan heeft Cris ze ook gezien en sparen we vandaag of morgen een fietstocht uit naar het memoriaal met de originele Caenkanaal- of Bénouville-brug. “Ge kunt dat online ook lezen. En hier ligt precies geen deftig fietspad naast die grote baan!” Als we niets beters vinden, zullen we het wel riskeren. Er laveren nu ook toeristen op de fiets tussen het drukke verkeer op de D514 – Route de Cabourg waar we binnen een paar kilometer onze laatste camping vinden.

Daar nemen we de toegewezen plek in bovenaan de camperzone met de neus pal naar de zee. De meest gegeerde plaatsen kijken uit over het strand, maar die hoef ik niet zo nodig. De luxekastelen met gepensioneerden die gevlucht zijn van de hitte en de branden in het zuiden, hebben er precies alles voor over om daar te mogen staan. Die mastodonten houden vanavond de klamme zeewind en nu het opstuivende zand van ons af. We steken snel iets achter de kiezen en verkennen te voet het centrum van de badplaats Franceville. Cris heeft voor vanavond bij Brasserie Le France onmiddellijk een tafel gereserveerd – daar staan voor hem een simpele casserole bouchots en voor zijn smulpaap ook riante schotels fruits de mer op de kaart!

Riva Bella

De straat met villa’s aan de rand van Franceville-Plage waar wij door wandelen, gelijkt als twee druppels water op de Cottagelaan in de Oostduinkerkse duinen. De strandboulevard heeft nog iets van de vorige eeuw – gezellig en authentiek, net zoals de Vlaamse kust toen daar in de jaren ’50 het binnenlandse toerisme aan een opmars begon. Zelfs laat op de namiddag is het nog broeierig warm en druk op het brede witte strand. Het roept jeugdherinneringen op en spontaan verlang ik naar zandkastelen bouwen, bootje varen en zwemmen in zee.

Aan de monding van de Orne tegenover het strand van “Oysterham”, dat in “The Longest Day” fel bevochten werd, liggen nog enkele “Widerstandsnesten” bij de Redoute de Merville, maar zover stappen we niet. Dan zouden we trouwens tussen de borsten en de billen een weg moeten banen op de Plage Nudiste die tussen ons en die oorlogsrelicten ligt. We keren om bij het natuurgebied en nemen na de fikse wandeling meteen onze plaats in op het Le France-terras in de laagstaande zon. Hoogtijd voor een hartversterkende aperitief.

Americano (Merville-Franceville-Plage) Le France (Merville-Franceville-Plage) Fruits de mer (Merville-Franceville-Plage)

“Kijk, een Americano!”, Wouter lustte dat een paar zomers geleden ook. Hij had wel eens moeite om het zonder vette Amerikaanse tongval in het Frans te bestellen – a.me.ri.ka.nò. Ik vandaag plots ook, waardoor mijn gedachten onwillekeurig afdwalen naar onze compagnon-de-route. Uiteindelijk serveren ze afgaande op mijn getrainde smaakpapillen geen Campari en rode vermouth met soda afgetopt, maar wel een Negroni oftewel een Americano waarin het water door pure gin is vervangen, maar daarover klaag ik niet. Rond een uur of tien, na de petit café et calva, keren we blij van zin en met de zomerse gloed van een romantische zonsondergang in de rug naar onze camping terug.

Couche soleil (Merville-Franceville-Plage) Il en manque un (Merville-Franceville-Plage)

 

Woensdag 29 juli

De ochtend start stralend en het leven rondom ons komt al vroeg op gang dus ga ik buiten maar weer koffie zetten. Wanneer de bakker luid claxonnerend over de camping rijdt, zijn zelfs de vastste slapers wakker. Wij hoeven geen brood, want we fietsen over de voie verte naar Cabourg en hopen daar vanmiddag iets te vinden. Er staat nauwelijks een zuchtje wind en badgasten liggen verspreid op de stranden te bakken in de zon hoog brandend aan het staalblauwe firmament. Als we straks terug bij de Autoroller zijn, wil ik ook het water in – wat op de onhebbelijke kiezels in Baskenland niet lukte.

Cris heeft al dorst en onze fietsen worden in de zijstraat naast het majestueuze casino gestald. De wandelboulevard bij Cabourg Plage staat vol bistroterrassen, maar om nu al iets te eten is het voor mij veel te vroeg. “Dat zijn allemaal restaurants…” “Iets kleins ook niet, een slaatje ofzo? Die mensen daar zitten toch ook gewoon te drinken.” “Ik heb geen honger en die zaten daar al voor de keuken open was.”, pruttel ik nog tegen gewoon omdat ik geen zin heb om in mijn bezwete marcel zomaar ergens aan een met gesteven linnen gedekte tafel te gaan zitten. We lopen een blokje om voorbij nog meer restaurants waar ondertussen klanten aan het lunchen zijn.

Destination festive

Casino & Grand Hotel (Cabourg) Le Hasting's (Cabourg) Classique & Authentique (Cabourg)

Aan het prachtige Grand Hotel en Le Jardin du Casino staan we voor Le Hasting’s, daar ziet het er net iets minder gesteven uit. “Hier gewoon iets drinken dan?” “Jah ’t is goed, ga maar al zitten.” Ik geef toe en grabbel snel het hemd uit mijn rugzak, dat voor dit soort eventualiteit meegenomen is. Door de eerder zwaar vallende Corsicaanse Pietra, gebrouwen met kastanjemeel in het beslag, wordt toch de appetijt gewekt. Liever dan hier een hamburger te bestellen, gaan we nog even naar iets beters op zoek. Komen we niets anders tegen, komen we gewoon terug.

Pal op de middag is het al 32 graden op het terras van O’Ptit Louis en de temperatuur neemt toe naarmate de zon hoog aan de hemel door haar zenit schuift. Wij genieten dubbel van een fles ijskoude cider uit de Pays d’Auge bij zeevruchten en voor mijn brombeer een roggevleugel. Fier als een gieter stuur hij naar onze teddybeer die ondertussen al een e-reader als verjaardagcadeau voor Cris heeft gekocht: “Kijk, ge moogt eens koken voor mijne verjaardag. Vanaf nu lust ik het ook!” Die lacht in zijn vuistje, want hij denkt dat zijn dikke vriend niets van ons gekonkelfoes vermoedt. Wij rekenen af, slenteren een eind langs etalages en rijden daarna op ons dooie gemak terug. Uit nostalgie wil ik nog één keer de zee in voor deze vakantie voorbij is.

O'Ptit Louis (Cabourg) Aile de Raie et Crustacés (Cabourg) 32° in de schaduw (Cabourg) Promenade Marcel Proust (Cabourg)

 

Donderdag 30 juli

Merville-Franceville-Plage – Bray s/Somme, 281 km

Gisteren heb ik me nog suf gezocht naar een bestemming tussen Normandië en Wichelen, waar we afgesproken hebben met Nancy. Locaties van France Passion waaronder een regionale brouwer ergens onder Amiens passeren de revue. Zelfs de al zo vaak bezochte campings in Amiens, of langs de A1 in Feullières en Péronne worden als valabele opties overwogen – maar de eerste is volzet en op de tweede hebben we tijdens onze onderbreking noodgedwongen al gestaan. Uiteindelijk valt het verdict: een aire van Camping-car Park in Bray sur Somme.

Er is omzeggens niets in het dorp, behalve een Carrefour Contact, een groezelige PMU waarvan we verwachten dat de corniche in onze nek gaat vallen – mochten we er al binnen willen gaan – en ook nog de onmisbare kebab- en pizzatent. Exact het soort plek waar je nooit bewust naartoe reist, maar waar je elke vakantie wel eens onverwacht verzeild geraakt.

Aire Camping-car Park (Bray s/Somme) Réflections (Bray s/Somme) Cimetière militaire Allemand (Bray-s/Somme)

We staan wel pal aan de rivier en er is een Duits militair kerkhof met meer dan 1.100 arme drommels die er tijdens de 100-daagse veldtocht van 1918 het leven lieten voor kiezer, god en vaderland: “Gott mit uns” en “Dieu le veut”. Als er een oneindig goede god was, had die alle zinloze oorlogen voorkomen. Ik weiger te geloven in een malin génie en huldig daarom een aloude geuzenleus: niemands meester, niemands knecht!

Een wandeling om de benen te strekken, een neut pastis en wat herinneringseducatie, meer heeft meester Stijn vandaag niet nodig. Morgen ziet Cris eindelijk zijn Billy weer en ik ook mijn baasje. Reisverhalen eindigen niet zomaar bij thuiskomt, wel bij de belangrijkste bestemming: hen die we drie weken lang en meer dan 3.700 kilometer hebben gemist…

 

Vrijdag 31 juli

Bray s/Somme – Wichelen, 201 km