Hemelvaart staat voor de deur, maar de weergoden zijn in een grafstemming: voorjaarsbuien en een bijna winterse kou overspoelen het land. Oorspronkelijk zouden we koers zetten naar ‘Saar Pedal’ om Kristof te ontmoeten in Saarburg, maar die plannen spoelen letterlijk weg. Volgens Météo-France maakt de Opaalkust de meeste kans op zoiets als lenteweer. Met het vooruitzicht op zonnige perioden en ietwat humanere temperaturen is de knoop voor Cris snel doorgehakt: we wijken uit naar de Hauts-de-France voor een verlengd weekend vol Maroilles en Picon!
Route via Google
Woensdag 13 mei 2026
Traject: Bertem – Avion, 170 km
“Vertrekken we vandaag nog?” wil Cris weten voor ik ’s ochtends naar mijn werk vertrek. “Ja, normaal wel. Wouter vroeg vanmorgen ook al waar de reis naartoe gaat.” Hem zullen we straks eens updaten. “Ik bekijk het nog. Zoek jij ondertussen al maar uit of dat restaurant in Montreuil morgen open is.” Met dat taakje laat ik mijn telewerkende vent achter en ben weg naar mijn Don Bosco-school.
Inkopen heeft hij gisteren al gedaan en de motorhome staat vertrekkensklaar. Niets houdt ons nog tegen… behalve een concrete eerste bestemming. Omdat ik er al vroeg uit was en ik vanavond geen 300 kilometer meer wil rijden, zoek ik tussen twee shiften door naar een tactische tussenstop. Zo hoeven we morgen niet een hele dag te vullen in de Picardische vestingstad die we de afgelopen paasvakantie ook al hebben verkend.
“Wat dacht ge van Louvre-Lens? Dat is maar een uur of twee rijden.” Cris vindt alles best, maar ik vraag me af waar we voor de nacht in die oude mijnstad zouden kunnen staan. Jaren geleden parkeerden we met Jos en Brigitte eens achter het Stade Bollaert-Delelis om het toen net geopende museum te bezoeken. Dat plan passeert opnieuw de revue, tot Google me vriendelijk meldt dat de match Lens-PSG daar wordt afgetrapt exact op het moment dat daar arriveren.
Lastminute richting de Picon
Die stadionparking kunnen we vergeten. En bij de dépendance van het Parijse Louvre kunnen we er door hoogtebarrières niet op. Plan B: we navigeren naar de camperplaats in Avion, op een boogscheut van ons eigenlijke doel. Eenmaal ingepakt en vertrekkensklaar voorspelt Garmin een aankomsttijd van een paar minuten na negen ’s avonds. Hopelijk is er op dat onchristelijke uur nog een plekje vrij. Chance: in het laatste daglicht nemen we er de laatste vrije plek in..
Nooit gedacht dat het hier, in een onooglijk mijnwerkersdorp, stampvol zou staan. Wij hebben meer geluk dan de motorhomes die na ons arriverenen zich ergens tussen moeten wringen of naar elders verder rijden. Buiten weerklinkt onafgebroken gejoel en getrommel vanuit het stadion. In de dorpskroeg brengen we verslag uit aan de jongens, die zich afvragen of we überhaupt al ergens zijn geland. “We worden hooligans”, met een Picon Bière in de hand: “Allez les Lensois!”
De lokale fans hijsen Stella, Duvel en Karmeliet, maar het mag niet baten. Lens verliest thuis met 1-3 van Paris Saint-Germain. Geen hooligans hier, de Noord-Franse supporters blijven er gelatener bij dan de gemiddelde banlieu Parisien. Die steken bij de minste gelegenheid het vuur aan de lont of aan een voiture of twee. Wanneer hun ploeg weken later de beker wint is het in Parijs weer zover. Pas wanneer het rumoer rond het stadion verstomt, kruipen ook wij onder de wol.
Donderdag 14 mei 2026
Traject: Avion – Lens – Vimy – Montreuil, 99 km
De deuren van Louvre-Lens gaan pas om 9:30 uur open, dus we hebben we vanochtend absoluut geen haast. Terwijl de koffie doorloopt, check ik de opties naast de Gallerie du Temps, die sowieso gratis toegankelijk is. De vaste collectie is sinds ons laatste bezoek tien jaar geleden volledig vernieuwd. Bovendien loopt er nog tot midden juli een tijdelijke expo: “Par-delà les Mille et Une Nuits”. Met het thema ‘Achter 1001-Nacht’ en zo’n 300 objecten belooft de conservator ons tegen een schappelijke vergoeding mee te nemen op een magische reis door het Oosten, van de middeleeuwen tot nu.
Het souterrain herbergt tot het einde van het jaar ook nog de expo “Comédie-Française” – net als de galerij volledig gratis. Na wat vreemde kronkels van onze chronisch verwarde gps melden we ons bij de balie van het hypermoderne museum. De camper staat ondertussen zoals gepland bij het voetbalstadion. Van daaruit zijn we te voet door het Louvre-park gewandeld, de plek waar vroeger een kolenwasserij en de liften van de mijnschachten stonden. Of ik ook een audioguide wil? Ja, doe maar.
“Quelle langue? Français ou…” “Néerlandais.” Cris beantwoordt een onafgemaakte zin van de hostess die onmiddellijk Vlamingen aan haar comptoir herkent. “J’avais reconnu le petit accent.” glimlacht ze tonend hoe de smart-applicatie van de collectie werkt. Een stuk over de middag en cultureel verrijkt wandelen we terug naar ons rijdende buitenverblijf om naar onze volgende etappe te vertrekken.
Als de route in de buurt passeert wil ik onderweg nog naar het Mémorial Canadien. Bij onze laatste passage hebben we dat links laten liggen omdat we een halve dag verspeelden met een defecte autobatterij.
Vimy Ridge: stille getuigen
Het monument voor de duizenden Canadezen die in 1917 sneuvelden tijdens de stellingenoorlog, staat op een heuvelrug – gekend als Hill 145 – net buiten Vimy. Vanaf de snelweg zie je twee witte zuilen van 30 meter hoog die zich aan de horizon aftekenen tegen een dreigende lucht. We nemen de afslag naar de herdenkingssite om het Canadese esdoornblad en de Franse lelie te bewonderen. De “allégorie de la paix” aan de top kijkt uit over de vallei van Lens, met als gevolg dat zowat alle toeristen bij aankomst eerst de achterkant – met het treurende ouderpaar – fotograferen.
Met maar liefst 11.000 ton beton en 6.000 ton kalksteen maakt de geschiedenis hier een vuist tegen de complete waanzin van de oorlog. De heraldische beelden aan de top en de voorzijde van het imposante monument voelen, met het huidige oplaaiende oorlogsgeweld aan de grenzen van Europa, pijnlijk actueel. De sokkel van het immense kunstwerk draagt de namen van 11.285 Canadezen wiens lichamen nooit zijn teruggevonden en vandaag nog altijd ergens in de Franse aarde rusten. Een fractie van de 54.000 namen van gesneuvelden uit het Gemenebest die op onze eigen Menenpoort in Ieper staan.
Ondanks helse beschietingen met mortiergranaten wisten de Canadezen destijds stand te houden tegen het leger van de Kaiser. De bossen rond de site zijn vandaag de dag nog altijd hermetisch afgesloten. Ruim 110 jaar na de Slag bij Vimy is het hele gebied “Zone Rouge” vanwege het gigantische arsenaal aan niet-geplofte munitie in de ondergrond. In tegenstelling tot Ieper, waar het herdenkingstoerisme en de Britse bombarie het stille leed soms overstemmen, staat hier een ingetogen getuige van complete zinloosheid. Elk verloren leven in de Grote Oorlog was er één te veel, zowel aan Duitse als aan geallieerde kant.
Aperitief in de vaubanstad
Asgrauwe wolken en deemoedige buien trekken over, dus we houden het voor bekeken. Een eind in de namiddag komen we aan in Montreuil-sur-mer. De acht officiële plaatsen van de aire campingcar staan – verrassing – al vol. Daar had ik rekening mee gehouden en Cris oppert om naar een camping aan de Canche te rijden. Maar ik zit er voor één nacht niet mee in om langszij op de parking naast de camperplaats te blijven staan. Nog voor we hebben nagekeken of we een beetje waterpas staan, parkeert een Brit met een kampeerbusje zich al naast ons.
Het weer klaart gelukkig op boven het Nauw van Kales, dus we wandelen nog eens door de straten van de vestingstad. Kwestie van straks niet te laat te komen voor onze reservatie bij Le Bistronome, klokt mijn wederhelft de wandeling af op minder dan een kwartier. Een recordtempo. Ik herinner me nog dat we hier vorig jaar na een bezoek aan de Citadel van Monsterole zaten te bakken in de zon. Vandaag blijft het terras van Le Diplomate ingepakt, dus steken we de Place du Général de Gaulle over naar Le Caveau – Bar à Vins voor een vroege apéro.
Côtes Catalanes
De honger wordt meteen flink aangescherpt met een Ch’ti Ambrée tegen de grote dorst en sardientjes uit de Pays Catalans – een droge Chardonnay die perfect past bij de droge worst. Als we teruglopen naar de Autoroller om een net hemd aan te trekken, blijkt een handvol kampeerders ons voorbeeld te hebben gevolgd: zelfs de gewone parkeerplaats staat nu quasi vol. In de bistro staat er behalve onze millésime van La Cuisse ook scheermessen uit de noordzee en choucroute de la mer op het menu.
De keuken is door oosterse toetsen nog wat verfijnder en lichter dan de varkenspoot vorige keer. Maar tegen poitrine de porc met kimchi zegt mijn halve trouwboek toch niet neen. Na het feestmaal ter ere van onze lieve heer zijn trip naar god zijn almachtige vader stappen wij ook terug naar huis. Helemaal voldaan en klaar om een volgende etappe te prikken.
Als het hier al zo vol staat voor het verlengde weekend, hoeven we bij de zeehonden op Berck-Plage waarschijnlijk niet eens te gaan kijken. Cris wil trouwens nog ergens een stel nieuwe broeken kopen, want de zijne werden een paar maten te groot. Dan rijden we morgen beter ineens naar een iets grotere stad. Het meest logisch lijkt mij in dat opzicht Duinkerke of Calais.
Vrijdag 15 mei 2026
Traject: Montreuil – Calais, 71 km
Al voor dag en dauw worden we gewekt door het subtiele geluid van een bouwcontainer die pal naast ons bed wordt neergepoot. Gelukkig hebben we vandaag een vroege missie: Fromagerie Caseus – zelfs door Gault&Millau beoordeeld en goed bevonden – opent om 9:00 uur. Even later staan we weer bij de camper met een karrevracht aan Maroilles, Sablé de Wissant, Ch’ti à la bière en Pavé de Montreuil. Die stinkers gaan volgende week mee naar het familieweekend in Dourbes. Het is het soort aromatische kaas dat je alleen sous vide drie dagen in de koffer wil. Nog snel even de app van Camping-Car Park checken: er zijn ondertussen vijf vrije plekken in Calais. En route!
Een goed uur later staan we al voor de slagboom om in te checken. Maar goed ook, want voor je het weet staat het hele spelement hier weer vol en moeten laatkomers rechtsomkeer maken of clandestien op de parking aan de overkant gaan overnachten. We gespen de wandelschoenen aan, klaar om een winkel met de favoriete modemerken van Cris te plunderen. Het wandelpad langs het Canal des Pierrettes brengt ons eerst naar Fort Risban, dat al sinds de middeleeuwen de binnenhaven bewaakt. Dat fort bekijken we straks, nu eerst de prioriteiten: op zoek naar Jules en Armand Thierry.
Les Bourgeois de Calais
We slenteren de Rue Royale helemaal af tot het einde, om vervolgens rechtsomkeer te maken door die uitgeleefde winkelstraat naar Place d’Armes met Tour du Guet. Conclusie: geen deftige kledingzaak te bekennen. Van al dat vruchteloze zoeken krijgt een serieuze mens dorst. Gelukkig vertelt Google ons dat er ergens bij de Eurotunnel een gigantisch complex ligt: Cité Europe. Volgens de brochures: “Avec ses 140 commerces, un hypermarché Carrefour, 12 salles de cinéma… un des incontournables de Calais!”
Kijk, daar rijden we morgen dan wel met de camper naartoe. Om te bekomen van de mislukte strooptocht nestelen we ons eerst met een Picon Bière op het terras van Le Bounty. Vanaf onze kampplaats zagen we de imposante belforttoren van het Hôtel de Ville al boven de bomen uitsteken, dus wandelen we daar maar eens naartoe. In de lusthof voor het monumentale stadhuis pronkt een wereldberoemde beeldengroep van Auguste Rodin: De begoede burgers van Calais.
In 1347 belegerden de Engelsen de stad. Omdat Calais weigerde op te geven, dreigde koning Edward III de hele bevolking uit te hongeren. De stad werd uiteindelijk gespaard omdat zes notabelen zich blootsvoets, met een strop om de nek, overgaven en hem de stadssleutels overhandigden.
Met een omweg langs de Cité de la Dentelle aan de Quai du Commerce wandelen we naar de binnenhaven terug. Mocht het weer vandaag echt slecht zijn geweest, dan waren we hier naar het kantwerk gaan kijken. Alleen al uit nostalgie, want kloskant is een echt familie-ambacht dat mijn moeder, grootmoeder, en ja, zelfs mijn vader en ikzelf ooit hebben beoefend. Tot het midden van de twintigste eeuw was Calais het industriële centrum voor machinale kant – in niets te vergelijken met de historische kantateliers in Vlaanderen.
Au cœur de la Cité du Dragon
Cris zocht tijdens het cafébezoek op dat we langs de strandboulevard terug bij de camper raken en zo komen we voorbij Le Compagnie du Dragon. Wat de stad met draken heeft, is mij compleet ontgaan. Maar al direct na het bezoek aan de oude vesting kijkt Iguane Sentinelle vanaf de stervormige muren indringend op ons neer. Kirrende kinderen beleven pret onder het water spuwende reptiel. De namiddag is plots wel heel zomers geworden en het straattheatergezelschap animeert met hun mechanische reptielen vakantiegangers bij de roomijskramen op de dijk.
Je kunt zelfs een ritje maken op zo’n creatie, die dienstdoet als een bizarre toeristentrein. Het gevaarte wordt stapvoets gevolgd door tientallen kijklustigen en nieuwsgierigen. Het doet me onmiddellijk denken aan hoe mijn vader en ik een halve eeuw geleden op zondag achter de fanfare aan liepen in Oostduinkerke, terwijl de muzikanten alle caféterrassen aandeden. Tijden veranderen, mensen niet.
We luieren de vooravond weg met een aperitiefje in de laatste zonnestralen. Gezeten voor de Autoroller bespieden we de va-et-vient van onze medekampeerders. Het duister komt en de bewegingen rondom ons vertragen. Snel voor het slapengaan ga ik nog één keer naar het strand om de zonsondergang boven het Nauw van Calais te fotograferen. Plaatje compleet. Morgen mag Cris echt gaan shoppen voor we verder rijden naar de volgende stop van deze Vauban-roadtrip: Gravelines – of op z’n Zuid-Vlaams gezegd: Grevelingen!
Zaterdag 16 mei 2026
Traject: Calais – Cité Europe – Gravelines, 37 km
Blijkbaar mag Grevelingen zich net als enkele van onze favoriete plekken Bergues, Montreuil of Honfleur officieel bij de honderd-en-vijf schoonste omwegen rekenen – “Les Plus Beaux Détours de France”. Wanneer ik dat lijstje langs onze kaart met camperstops van 20 jaar reizen leg, valt het mij op dat er al menige “omweg” is afgevinkt. We koesteren dan ook niet alleen een voorliefde voor het Bourgondische leven, met Franse wijn en gastronomie, maar zoeken ook telkens wat cultuur, geschiedenis en als het kan een streep couleur locale.
Wanneer de eerste motorhomes beginnen te vertrekken, komt mijn reisgezel ook eindelijk uit bed. Het oudere stel Britten naast ons moest waarschijnlijk een car ferry of de Eurostar hebben. Het was nog geen zes uur ’s ochtends toen dat echtpaar hier al vertrok. Daarmee was ik ook wakker en had tijd genoeg om alle parkeeropties bij de shopping te bestuderen. Google Streetview geeft meestal wel een idee waar er hoogtebarrières staan en waar hopelijk niet. Na enkele kilometers komen we bij de Cité Europe en campers kan je er kwijt op de parkeerplaats naast de Eurotunnel Terminal.
Aux portes du tunnel sous la Manche
Een paar uur etalages kijken tot we een winkel van Armand Thierry vinden waar ze nieuwe lange broeken verkopen. Bij de Jules werd ik al naar binnengeduwd, maar de laatste jaren vind ik er nooit nog niets. Dat zal misschien voor onze grote vakantie zijn. De meeste van mijn zomerkleren gaan al heel wat seizoenen mee. Zelfs zonder Wouter op congé zal ik zelf ook eens iets nieuws moeten kopen. Na een paar dagen weg van huis, begint altijd de ontwenning op te treden. De troetelbeer zien we morgen thuis misschien al terug.
Uitgewinkeld en met nog wat extra proviand uit de Hyper Carrefour in de Cité vertrekken we naar onze laatste etappe. Als daar geen plaats vrij is, rij ik misschien naar Bergues. “Chez les Ch’tis” waren we al eens vaker te gast voor we de Frans-Vlaamse grens weer overrijden. Misschien een nog onontdekte plek in het eigen hinterland of zelfs gewoon meteen naar huis. On verra.
Rivière des Flandres
Even over de middag staat de Autoroller netjes in de rij op Parking des Islandais in Grevelingn – dialect van de oude ijslandvaarders. Zij voeren met hun houten visserssloepen over de Aa langs Klêen-fort waar ze in de Noordzee uitmondt tegenover Groot-Filipsfort op linkeroever. De ommuurde stad biedt ons vandaag helaas weinig meer dan haar vestingwallen en een toevallige trouwerij dus wandelen we langs het water naar de vuurtoren van Petit-Fort-Philippe.
De kleine badplaats ligt tussen het gekanaliseerde estuarium en de kerncentrale van Dunquerke-Gravelines. Hier vind je geen hoogbouw zoals aan onze Vlaamse kust, waar Elke en Freddie nu zijn. “Ge zijt kortbij”, stuurt ze wanneer ik iets op mijn socials post. Al was het maar opdat onze, altijd werkende, derde man zou weten waar zijn vriendjes ondertussen zijn. Het lijkt wel zomer, beschut tegen de zeewind met een Paix Dieu en een 3 Monts en demie mijmeren we over voorbije zomervakanties en wat er nog komen gaat op het terras van brasserie Face à la Mer.
Convivial et familial
Bij auberge L’Éclusier aan het einde van Quais des Islandais vlak bij de camperplaats is het voor vanavond helemaal volzet. Wij beproeven straks dan maar ons geluk in de gelagzaal van de jachtclub Au Cap Compas. Reserveren kan en is gewenst als we zeker willen zijn dat er tegen etenstijd nog een tafel is voor twee. De wandeling terug naar de camperplaats lijkt korter dan ervan weg. Het grasveld staat ondertussen vol motorhomes en straks stappen we in het avondlicht rond het Bassin Vauban op l’Aa canalisé. Gewapend met een paraplu, voor het geval dat, komen we aan bij de brasserie van de port de plaisance.
De specialiteit van chef Annick en dochter Bérénice zijn grillades au feu de bois. “Ze hebben hier andouillette, Stijn, 5A.” – Amour, Authentique, Adorable, Aimable et Amoureuse comme le mini-boss. Die laat Stijn dit keer aan zich voorbij gaan. Ik speel op veilig met de Côtes d’Agneau en een salade verte. Zelfs frieten hoef ik er niet bij en mijn halve trouwboek twijfelt aan de Travers de Porc. Hij heeft na de uitgebreide apéroplank nog apetijt en houdt het bij een Salade de l’Empéreur – een zeebonkwaardige interpretatie van de klassieke Caesar salad. Zo is er aan het eind nog plaats voor een Café Gourmand.
Met ronde buikjes stappen we in het donker langs de schemerige pontons op de rivier naar ons rijdende hotel terug en morgen trotseren we de files op de E40 naar huis.
Zondag 17 mei 2026
Traject: Gravelines – Bertem, 200 km








































