Saarburg

Route via Google

Hochwasser

Saarburg vormt op de derde zondag van mei een feeërieke uitvalsbasis voor Saar-Pedal, een autovrij belevingsdag tussen Konz en Merzig. De oevers van de rivier zijn dan enkel toegankelijk voor fietsers en wandelaars. Ze vormen het perfecte decors voor de plaatselijke wijnfeesten. Kristof trok er dit voorjaar samen met een vriendin naartoe. Wij wilden daar na zijn relaas ook wel eens gaan kijken. Ik associeer de plaats met een waterval op de Leuk in de bovenstad omdat die het jaar voordien rond pinksteren spectaculair buiten haar oevers trad. Het weekend van 11 november hebben we een hele poos geleden vastgelegd – bestemming te bepalen. Ware het niet dat ik daarbij een ontbrekende brugdag over het hoofd heb gezien.

Gelukkig zijn er overuren genoeg om één snipperdag te compenseren. We spreken met onze vrienden af bij Camperpark Treviris. Daar zal wel plaats genoeg zijn, opperde Cris toen Marianne een paar dagen van te voren vroeg of wij ergens een camperplaats wisten. De meesten hebben – net als ik – waarschijnlijk geen verlengd weekend en het weer zorgt er niet voor dat er een massa volk met de motorhome onderweg gaat zijn.

Hochwasser, Mai 2024 (Saarburg)

 

Zaterdag 8 november 2025

Bertem – Trier, 235 km

Voor we vertrekken, moeten er bij onze derde vent nog een paar gaten door houten vloeren worden geboord. De dakwerken, die zouden beginnen terwijl wij met Wouter in Berlijn zaten, worden vandaag pas afgerond. Maandag komen ze zonnepanelen leggen. Kabeldoorvoeren maken over de ganse hoogte van het huis ziet de firma niet zitten. Je weet nooit wat er in oude huizen aan leidingen zit in zo een plafond en als we het zelf doen is het onze verantwoordelijkheid. Op een ontiegelijk vroeg uur zit ik bij de jongste koffie te drinken. Als de rest daar wakker is, kan ik eindelijk aan het karwij beginnen.

Gisteren besprak ik met de werfleider van het dak nog de mogelijkheid om onder de nieuwe pannen naar binnen te komen met alle kabels. Want beneden door de voorgevel is daar niet de evidente optie. De volgende ploeg moet voor de aansluiting midden in huis bij het schakelbord geraken. Het laatste gat boven op zolder mag onze troetelbeer – die ondertussen uit werken is – morgen zelf nog maken. Van onderuit boor ik wel al door de houten planken van de zoldervloer. Omdat onderwijl de laatste hand aan dak en isolatie wordt gelegd, loop ik hen boven liever niet in de weg voor  dat laatste gat in de zoldervloer.

Machine en klokboor laat ik dus maar bij onze compagnon achter wanneer ik de deur achter mij dicht trek. “Ge moet op zolder juist nog een gat van 30 mm maken waar ik erdoor ben gegaan.” Er volgt een gedetailleerd fotoverslag, dat kan hij doorsturen naar de coördinator van het installatiebedrijf. “Door de muur boren onder uw trap, moet hun elektricien maar doen. Geen idee waar ze met de kabels naar uw zekeringkast willen en zo een lange steenboor van 25 mm heb ik niet. Wij vertrekken sebiet, als er iets is dan belt ge maar he schattebol!” Duimpje terug.

Augusta Treverorum

Eerste bestemming: Trier. Genoemd naar de Treveri of Treviri – een Keltisch-Germaanse volksstam die zich in de 2e eeuw voor Christus tussen Maas en Rein op de oevers van de Moezel vestigde. Camperpark Treviris verwijst naar die Latijnse genitief. Die nederzetting van de oude Kelten werd onder Keizer Augustus door Romeinse veldheren tot een handelsknooppunt uitgebouwd. Romeinen vormen ongepland het centrale thema voor ons tweedaagse bezoek. De ganse regio bulkt van de historische relicten. De niet meer zo kleine Lewis ruilt zijn fascinatie voor Vikings – iets van hun Scandinavische vakanties – voor verhalen over slaven in de catacomben van de badhuizen en amfitheaters met gladiatoren.

Door mijn uitgelopen werkzaamheden komen Cris en ik wat later dan gepland aan. Dat het veruit de oudste stad van het huidige Duitsland is, getuigen de Basilica van Constantijn en de Porta Nigra. Ooit was de stad zelfs zo belangrijk dat haar de titel “Roma Secunda” werd toebedacht. Rond 13 uur arriveren we in de buurt van het Messepark dus stuurt mijn wederhelft in het groepje op WhatsApp dat we er zijn. Onze vrienden waren er al op de middag en het weer is er zonniger dan verwacht. Marianne heeft plaats gehouden zodat we vlak voor hen kunnen parkeren. “Aangekomen”, stuur ik naar Wouter die net in middagpauze is. Duimpje terug. Na een halve dag mis ik onze troetelbeer al en met wat lieve woorden gaat hij terug aan het werk.

Camperpark Treviris (Trier)

Alte Moselbrücke

Snel een boterham. Daarna wandelen we over de rommelmarkt die vanmorgen op de parking naast onze bivakplaats is neergestreken. De herfstzon schijnt behaaglijk warm op onze snoeten, maar de wind is ijzig koud. Met wat beter schoeisel aan onze voeten vertrekken we langs de Moezel naar het centrum, misschien kunnen we daar vanavond iets gaan eten. Zoniet hebben onze vrienden kaas en wijn, maar geen brood dat moeten we dan eerst nog kopen. Wij kochten balletjes in tomatensaus en vol-au-vent, meer dan genoeg voor iedereen. Een plan-B voor het uitzonderlijke geval dat we het ganse weekend nergens de voeten onder tafel kunnen schuiven.

Lewis mag kiezen tussen de hoge Konrad-Adenauer-Brücke en de oude Römerbrücke, maar Cris zijn stappenteller zegt dat het vandaag beter is om de kortste weg te nemen. De moderne brug nemen we dan morgen wel en de kleine kerel sputtert niet tegen wanneer we hem vertellen dat de Romeinse brug 2000 jaar geleden door werd gebouwd – of toch alleszins de grondvesten ervan. Trier is niet alleen de oudste stad van Duitsland, er staat dus ook de oudste nog in dienst zijnde brug van het ganse land.

We steken de rivier over om toevallig langs het geboortehuis van Karl Marx op de Grote Markt uit te komen. De jongste wil een ijsje en wij hebben alweer dorst. Dat wordt opgelost dankzij Christis Eis & Kaffee, volgens Google de beste ijsventer in de stad. Mariannes gsm leidt ons naar de Sternstraße: roomijs voor de kleine en glühwein voor de grote jongens. Zo komen we bij de Sint-Peters Dom met zijn gigantische doopvont, drie kerkorgels en de “Heiliger Rock” – geen scheurende gitaren, wel het naadloze onderkleed van Christus. Je kan het zo gek niet verzinnen. Toch gaan we eens kijken naar dat heilige onderhemd. Onze vrienden staan al weer buiten in het zonnetje, klaar om door de winkelstraat te kuieren naar dé trekpleister voor elke toerist. De enige nog bewaarde van de vier Romeinse stadspoorten.

Römerbrücke (Trier) Mosel (Trier) Dom (Trier) Porta Nigra (Trier)

Römische Baudenkmäler

Behalve de wereldberoemde Porta Nigra in het noordelijke deel van de Romeinse stadsmuur en de Porta Media in het zuiden heeft er ook nog de Porta Inclyta gestaan. Die gaf naar het westen uit op de Moezelbrug en in het oosten fungeerde het Amphitheater als toegangspoort. Aan het einde van de vierde eeuw bouwden ze daar de Porta Alba om de oostelijke doorgang via de arena te ontlasten. Destijds heetten ze waarschijnlijk allemaal simpelweg “porta”, want het zwarte van de nog bestaande poort kwam er na eeuwenlange vervuiling tijdens de late middeleeuwen pas bij. Genoeg gewijde geschiedenis en Romeinse keizers die door de Germaanse wildemannen uit hun paleizen zijn verdreven.

De zon zakt langzaam achter de einder en om te wachten op een vrije tafel met zicht op de Porta Nigra onder de levendige luifels van Zur Sim wordt het ons te koud. Met het reisadvies van Google in Kristof zijn hand gaan we op zoek naar profanere geneugten. Zo eindigen we in de Glockenstraße waar ze her en der traditionele gerechten serveren. Om een tafel te versieren bij Wirtshaus zur Glocke zijn we ruim een uur te vroeg. “Hierover brandt licht, iemand zin in bier en schnaps?”

Schlabbergass (Trier) Schlabbergass (Trier) Schlabbergass (Trier) Schlabbergass (Trier)

Porz Viez

Aan de toog bij Stratos Schlabbergass is er nog plaats en de keuken is doorlopend open, wat mogelijks een toeristenval verraadt. Een half uurtje later ga ik dus met onze kameraad aan de overkant nog eens kijken. De zaal is tot half negen door hotelgasten en voorzienigere toeristen gereserveerd. Na een volgend rondje lees ik ergens aan de muur onderweg naar het toilet: “In unserem Haus befand sich früher eine Glockengießerei das der Straße den Namen gab.” Met wat gezucht van moeder Schlabbergass mag de oudste zoon ons aan tafel doen plaatsnemen in het vertrek naast de gelagzaal. Geen Romeinen hier, alleen Latijn anno 1498 met de geschiedenis van de klokkengieterij in een dikke balk gebeiteld.

Zo zijn we precies toch nog in het juiste klokkenhuis beland voor Griekse tapas en Duitse specialiteiten. Alle buikjes zijn weer blij dus wandelen we langs de fel verlichte Basilica en de Barbarathermen in het donker terug naar de camperplaats. Daar kruipen we met z’n allen nog even ons rijdende clubhuis in voor een spelletje UNO en Lewis mag winnen. Of toch minstens één keer vooraleer naar bed te gaan. Morgenvroeg stappen we over zijn hoge brug terug naar de stad om er naar de archeologische sites te gaan kijken.

Basilica (Trier) Römerbrücke (Trier)

 

Zondag 9 november 2025

Lewis en Marianne zijn al vroeg uit bed, wij iets minder want we bleven gisteren nog wat wakker met de papa. Maar zelfs wij staan op een treffelijk uur paraat om de opgravingen van het eerste Romeinse badhuis te gaan bekijken. De Barbarathermen dateren uit de latere helft van de tweede eeuw na Christus. Het vrije bezoek wordt er zelfs in keurig Nederlands en op kindermaat uitgelegd met pancartes. Als een gepassioneerde lerares doceert de mama over hoe het er vroeger aan toe ging. Zo is de kleine spruit ineens met een stoomcursus oudheidkunde bijgeschoold en wij voorbereid op het bezoek aan de gerestaureerde Kaiserthermen. Daar wandelen we naartoe door het park waar ooit de oude stadsmuur heeft gestaan.

Ergens halverwege de Kaiserstraße tussen Moezel en het nooit helemaal in zijn volle glorie voltooide badhuis van keizer Constantijn staat een imposante rode toren. Bastion an der Südallee blijkt middeleeuws te zijn. Dat hebben ze hier pas lang na het vertrek van de laatste Romein neergepoot – weer een illusie armer. Waarschijnlijk luisterde ik niet zo goed naar de uitleg van Wesley, toen we hier 15 jaar geleden op de terugweg van het Zwarte Woud eens waren met onze classicus en juffrouw Stefanie.

Nadat we in de catacomben van de keizerthermen verstoppertje hebben gespeeld, gaan we ook nog het hoger gelegen Amphitheater bekijken. Als je daar in het midden van de arena een eurocent laat vallen, weergalmt het geluid – dankzij de natuurlijke glooiing versterkt – tot bovenaan de tribunes. Zelfs een boertje of protje zo ontdekt de glibberende schavuit.

Am Ufer (Trier) Bastion an der Südallee (Trier) Karl Marx (Trier) Karl Marx (Trier)

Kulturdenkmäler

Dan gaat het terug richting Konstantinbasilika – hoewel de naam een kerk laat vermoeden, is het van oorsprong een keizerlijke aula. Heden ten dage is die wel ingericht als een Evangelisch gebedshuis wat de Babylonische spraakverwarring waarschijnlijk voor de massa toeristen versterkt. In afwachting van de openingsuren voor bezoek wippen we binnen bij het Burger Haus om de hoek. We hebben Lewis gisteren een ritje met het toeristentreintje beloofd, dus wandelen we na het bewonderen van het cassetteplafond in de vorstelijke balzaal van Constantijn terug helemaal tot bij de Porta Nigra waar dat treintje vertrekt.

Hoewel er geafficheerd staat dat de rondrit ook in het Nederlands gegidst wordt, vraagt de chauffeur: “Verstehen Sie auch, Englisch oder Französisch?”. Ja, natuurlijk verstaan wij Duits, Engels en zelfs Frans. Maar kleine Lewis, niet dus waarom in hemelsnaam? Schijnbaar zit zijn tweede wagentje vol Walen en die kennen volgens de getergde machinist alleen maar Frans. Het stel Westvlamingen op het bankje achter ons hebben hun private tolk bij en malen er niet om. “Pas op hé”, zeg ik gekscherend: “Wij verstaan ook Duits, we horen of ge het juist vertaalt!” Het hobbelende treintje legt dezelfde weg af die we gisteren en vandaag hebben gewandeld. De uitleg bevestigt gelukkig het verhaal dat wij al grotendeels aan onze vrienden hebben verteld. Duimpje!

Amphitheater (Trier) Kurfürstliches Palais (Trier)

Die Welt des Weines

Na de rondrit gaan Marianne en Cris vruchteloos op zoek naar een bakker en brood voor vanavond bij de kaas. Kristof en meester Stijn houden plaats in de wijnbar bij de Porta Nigra. Ze serveren er een scala van Europese en wereldwijnen, wij houden het veiligheidshalve op een Italiaanse Primitivo. Zonder brood en met mijn wederhelft in hoge nood keert de rest van ons gezelschap terug. Moeder de vrouw probeert een witte wijn uit de omgeving en mijn vechtgenoot is na een bezoek aan het kleine kamertje ontsteld dat er voor hem nog niets werd besteld. “Ah ja, maar wij wisten toch niet wat gij wilde hebben!” Nog een rondje dus, of twee, voor we terug naar onze campers gaan.

“Met het treintje zijn we toch langs die Südallee gereden? Bij de Orlen Tankstelle was volgens mij een superette. Misschien hebben ze er op zondagavond nog wel brood.” Niet alleen is er vers gebakken baguette, ook wijn en zelfs een fles Asbach voor bij de koffie. Thuis wordt er eentje wakker op zijn enige rustdag van de week: “Goeiendag”, vraagt hij een beetje matjes “Stoor ik?” “Nee natuurlijk niet lieve schat. Wat scheelt er?” Wouter wilde dat laatste gat op zolder gaan maken, maar krijgt de klokboor niet vastgezet. Met wat hulp en het juiste machine is ook dat probleem in een wip opgelost. “Gelukt!”, stuurt hij een paar minuten later. Duimpje terug.

Weinbar (Trier)

Collegium Artificum

Het wordt weer laat op onze bivakplaats waar vandaag toch nog wat extra kampeerders zijn gearriveerd. Die hebben morgen waarschijnlijk wel een brugdag of namen zoals ik daarvoor een snipperdag. “Waar mag ik dan die overuren inschrijven?”, had de personeelsdienst mij gevraagd. Een bondig overzicht van alle extra uren sinds we uit zomervakantie kwamen, leerde mij en mijn collega dat ik op de keper beschouwd zelfs geen dag meer hoef te werken de rest van het jaar. Geen gemor en over te veel uitstaande recuperatieuren zwijgen we beiden maar. Telewerken sinds Covis-19 en beschikbaar zijn op elk uur van de dag biedt ook voordelen. De vakbonden moesten het horen, maar in de tijd van de Romeinen werkten ook alleen de slaven zich dood.

 

Maandag 10 november 2025

Trier – Igel – Saarburg, 40 km

Na het lozen bij het servicepunt rekenen we ons tweedaags verblijf af. We rijden eerst nog langs de Igeler Säule “iets” van de Romeinen dat Marianne online heeft gevonden, 7 km verderop en dus maar 10 minuten uit de richting. Google vertelt me dat het 23 meter hoge grafmonument tussen de Igeler Brunnen en het Gemeindehaus staat. Volgens mij kunnen we daar ergens parkeren, maar dat blijkt in het midden van het dorp met onze zeven meter een maat voor niets. Zelfs voor de California is het geen sinecure om in de buurt van die zuil te blijven staan. We rijden noodgedwongen het ganse dorp door om pas anderhalve kilometer verder langs de Moezel op de Trierer Straße om te kunnen keren.

“Volgende keer komen we kijken met de fiets!”, stuur ik terwijl ze op ons wachten. Het blitzbezoek aan Trier heeft ook Kristof wel bevallen, dus wie weet komen we hier samen nog wel eens terug. Net voor we naar de Konrad-Adenauer-Brücke afslaan om de rivier over te steken, gooit onze kameraad zijn auto aan de kant. Er staat een fruitkraam en daar verkopen ze Viez. Die platte, droge cider wordt uit het sap van een lokale appelvariëteit gefermenteerd. Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar ook dat wist Marianne na het zien van een plakkaat “ciderroute” op te zoeken onderweg: cultureel erfgoed en zelfs door de UNESCO erkend. Bij gasthof Schlabbergass werd die Viez in de typische Porz geserveerd – een traditionele porseleinen mok.

Wintersaison

De geneugten van het vergiste appelsap blijven voor ons voorlopig geheim, want de ambachtelijke appelwijn is uitverkocht. Ik ben ondertussen al een eind doorgereden. De logge Transit is op de bochtige wegen tussen Saar en Moezel niet zo snel als hun vinnige Volkswagen. Nog voor we de brug over zijn gestoken, heeft Kristof ons weer ingehaald. We volgen hem naar Reisemobilpark Saarburg, om daar tegen de middag bij een bijna lege camperplaats aankomen. In het seizoen kan je er in de Weinstube van de eigenaar terecht. Nu is zelfs het sanitair gesloten, de kosten om het te onderhouden zijn hoger dan de baten. Stoom en water zijn er wel en het bedrag voor de overnachting mogen we gewoon in een brievenbus droppen.

De plaatsen lijken deels verhard, dus zoek ik er eentje uit waar we beeld hebben op de satelliet en ik geen schrik om vast te rijden. De vier-maal-vier van onze vrienden doet niet zo moeilijk over een drassigere grasmat. Ze parkeren vlotjes naast de Autoroller en heffen meteen het dak omhoog. Net voor we parkeren rinkelt mijn telefoon, de man van de zonnepanelen heeft mijn nummer van Wouter gekregen voor het geval hij nog vragen had. Blijkbaar wel. Een half uur later zijn de laatste details uitgeklaard en kunnen ze in Bertem aan de installatie beginnen.

Wij eten snel een boterham en trekken onze wandelschoenen aan. Langs de Saar loopt een wandel- en fietspad naar de bovenliggende stad. “Ge moet er u niet te veel van voorstellen, buiten een café waar we toen met Saar-Pedal hebben gezeten is daar feitelijk niks.”, Kristof verschoont zich al vóór we één pas hebben gezet. Of er in Saarburg Romeinen zijn gepasseerd weet ik niet, maar er zijn wel wijngaarden én een waterval. En die wil ik zien.

Topplatz (Saarburg) Am Saar (Saarburg) Der Leuk (Saarburg) Wasserfall (Saarburg)

Schloßberg

Archeologische vondsten wijzen wel op Romeins-Frankische nederzettingen, maar de geschiedenis van de stad begint pas echt met de bouw van een kasteel. Saarburg wordt voor het eerst genoemd in een akte daterend uit het jaar 964 omtrent vestingwerken op de Churbelum heuvel door graaf Siegfried I van Luxemburg – stichter van het Groot Hertogdom. Dat kasteel zou later zelfs de residentie worden van de aartsbisschop van Trier, wat de stad in haar geschiedenis waarschijnlijk een zeker aanzien gaf. Dat er niks te zien is, is een understatement van onze kameraad. Die gaat er precies van uit dat wij geen foezel uit de Pfalz of oude dorpen, maar dure Franse wijnen en werelderfgoed op onze wenslijst hebben staan.

Nog voor we de Altstadt hebben gevonden zijn er al twee kledingwinkels en een boetiek met huisraad de revue gepasseerd. Wie dacht dat je om te shoppen in Trier moest zijn? Het is bar koud en de ijzige wind jaagt tussen de vakwerkhuizen door. We warmen ons boven bij de waterval op aan een warme choco en een Rüdesheimer Kaffee. Een stel Syriërs baat er naast de Leuk een kroeg uit op de Buttermarkt onder het motto van Merkel: Wir schaffen das. De burcht kan je bezoeken als hoogtevrees u geen parten speelt. Ik vandaag blijkbaar niet, want halverwege het wandelpad aan de rand van de 200 meter hoge Schloßberg duizelt mijn hoofd al bij het zicht op de rivier onder ons. “Gaat maar voort, ge moet naar mij niet zien!” – Wir schaffen das nicht…

Schloßberg (Saarburg)

Kulturgießerei

De zon is ondertussen doorgebroken en Cris blijft bij zijn bange vent op een bankje wachten tot onze kameraden de middeleeuwse burcht hebben bezocht. Beneden in het dorp vinden we Glockengießerei Mabilon, sinds het stopzetten van de activiteiten een museum. Marianne koopt ticketjes voor het bijzonder leerrijk bezoek. Ofschoon we al menig kerkklok hoorden luiden en naar carillons tussen kanten gevels luisterden, hebben we er geen idee van hoe klokken worden gemaakt. Kristof fotografeerde ooit de glimmende vredesbeiaard van de Heverleese Parkabdij. En wij hadden tijdens een weekje paasvakantie bijna 10 jaar geleden toevallig eens de kans om die voor de kathedraal in Rouen te bewonderen vooraleer ze de toren in werden gehesen.

Het hele proces – van ontwerp tot lemen mal en het gieten van het brons – is er in een documentaire uit de jaren 90 te zien. Die lijkt even lang te duren als het gieten zelf en Kristof krijgt het er als eerste van op zijn heupen. Ik krijg koud in de tochtige fabriekshal en hou het ook voor bekeken tot ze roepen dat het nu gaat gebeuren. Een kwartier voor sluitingstijd komt de dame van de kassa even kijken. “Wie lange dauert dieser Film?” “Zwei Stunde.” Jezus en hoelang zitten we hier al? We poetsen de plaat, tot groot jolijt van de juffrouw die naar huis wil.

Kulturgießerei (Saarburg) Kulturgießerei (Saarburg) Kulturgießerei (Saarburg) Kulturgießerei (Saarburg)

“Wat eten we vandaag: bouletten in tomatensaus of vidée?” De menukaart aan de deur van Restaurant Fährhaus beslist over dat dilemma. Er is plaats genoeg, maar de kok nog niet aan het werk dus drinken we eerst een Weizen om van de omstandige lering te bekomen. Na de traditionele Duitse gerechten en een pousse café wandelen we door het aardedonker langs de rivier naar de motorhomes. Morgenochtend nog langs Rewe filiaal voor wat Duitse proviand en misschien een paar sokken of iets straffers voor onze teddybeer. Daarna op eigen tempo naar huis om naar de bekabeling van die zonnepanelen te gaan kijken.

De laatste campertrip van dit jaar, maar misschien komen we in 2026 wel samen voor Saar-Pedal terug!