Schrobbelèr & Meursault

Paasvakantie 2026 tussen Schrobbelèr en Meursault. De hoogdagen brengen we met Marc en Mieke door in Weert. Eigenlijk wilden we samen naar Zeeland, maar daar bleken de leukste plekken aan de start van het kampeerseizoen volzet. Daarna werken we nog een dag of twee en dan wachten ons maar liefst elf dagen congé payé. De Eifel en het Zwarte Woud zijn te koud, de Opaalkust en Normandië te nat, in de Provence is het treffelijk, maar dat is zelfs voor die verlengde week te ver. Met één blik op de weerkaarten en de France Passion-gids in de hand wordt het een roadtrip met wisselend weer in Bourgondië.

Route via Google

Ad Primam

Vrijdag 3 april 2026

Bertem – Weert, 104 km

Goede Vrijdag: het laatste lesuur op school tikt zienderogen weg terwijl de meeste kinderen en de juffen in gedachten al aan hun twee weken vrijaf zijn begonnen. De ene vertrekt op sneeuwvakantie zodra de schoolbel is gegaan, de andere zoekt de zon. Eigenlijk blijven de meesten waarschijnlijk gewoon thuis, want niet niet alle ouders hebben verlof en niet iedereen leeft met dezelfde luxe. Wie meerdere reizen per jaar maakt, zoals wij, durft dat al eens te vergeten. Geen recht tot klagen dus, ook al steeg de dieselprijs aanzienlijk door een akkefietje in het Midden-Oosten.

Marc laat weten dat ze nog langs de pediater moeten met de kleinkinderen voor ze richting Weert vertrekken. Geen probleem, ik ben ook niet echt gehaast en Cris komt sowieso morgenochtend pas met de auto. Nog een voorlaatste fanfarerepetitie, want na het tweede deel van onze passvakantie speelt hij ergens een concert. Rond een uur of zes volgt het bevrijdende bericht, onze vrienden zijn vertrokken. “Dan ben ik ook weg!”, stuur ik nog terwijl mijn halve trouwboek de grote poort achter de Autoroller sluit.

Dwars door Limburg

Over de E314 naar Houthalen en via Peer langs Kleine Brogel voert Garmin mij in één rechte lijn verder naar onze bestemming aan de Zuid-Willemsvaart. Ik had verwacht zo ongeveer gelijktijdig te arriveren bij de door Marc gereserveerde camperplaats van Weert. Maar de files rond Antwerpen spelen hen parten dus sta ik al geparkeerd op de door Corrie aangewezen plek wanneer de Laïka voor het hekken staat. De gastvrouw loopt hen tegemoet. Bij de koffie met koek als in het clubhuis worden we ter gelegenheid van iemands verjaardag ook op een borrel getrakteerd. De stenen kruiken Schrobbelèr zijn hier bij de andere kampeerders nogal in trek.

Bijkletsen over de dagelijkse zorgen en leukere dingen thuis, grote werken en toekomstplannen, uiteindelijk liggen we pas tegen middernacht in bed.

Camperplek bij Corrie & Paul (Weert NL)

 

Zaterdag 4 april

Stille Zaterdag: het wordt druk bij Colruyt dus moet Wouter er weer héél vroeg uit. Zonder andere aanleiding dan die wetenschap word ik op hetzelfde ontiegelijk uur wakker. “Goedemorgen”, ping. De troetelbeer is verbaasd dat ik niet uitslaap. “Macht der gewoonte”, maar in plaats van bij hem koffie te gaan drinken draai ik me hier toch nog eens om. Een paar uur later heb ik zelf koffie gezet. Ping. “Iedereen al wakker daar?”, stuurt Cris. Hij zal er binnen anderhalf uur zijn.

Ik ga onze buren briefen en daar op hem zitten wachten, plannen makend voor de rest van de dag. Het is paasmarkt in de stad en daar willen we wel eens naartoe. Ping. Onze achterblijver komt toe. Corrie heeft me gisteren uitgelegd waar hij kan parkeren, terwijl ze me anderhalve euro terugbetaalde wegens één persoon minder voor de eerste nacht. “Niet bij de campers wegens de paasdrukte. Zet de wagen maar voor de ingang op tussen de bomen. Daar staat ie goed.”

“Waar zijt ge al?” “Ik rij langs het water.” “Ziet ge een brug voor u?” “Nee.” Ik dacht al dat ik mijn Berlingo zag wegdraaien bij het begin van de straat. “Gij had ergens moeten afslaan toen het kanaal rechts van u was.” “Dat is links van mij…”  Marc en ik draaien ons om en kijken in de andere richting de straat uit. “Zijt gij dat achter die paaltjes?” “Euh, ja.” Hij miste de handwijzer naar de camperplaats op de Suffolkweg Zuid en staat aan de verkeerde kant van een paar amsterdammertjes.

Bier en Schrobbelèr

Bibberen op het terras ( Weert) Schrobbelèr (Weert)

Er staat een schrale wind, maar soms komt er een streepje zon door de wolken en het zou droog blijven vandaag dus wandelen naar het centrum. Daar is het bakken en braden tussen de kippenkramen en de togen met verse kibbeling. Als de zon doorbreekt toch, want eens ze achter een wolk verdwijnt, bibberen we uit onze jas. We vleien ons neer op het eerste beste caféterras want van die moten gebakken vis krijg je dorst. We lopen nog wat door de straten van de Limburgse stad om in de late namiddag terug te keren naar de camperplaats. Na het avondeten keuvelen we de rest van de dag onder het UNO-spelen weg.

 

Zondag 5 april

Pasen. In de verte luiden klokken voor een hoogmis terwijl de kiezels buiten tussen de campers knarsen onder de voeten van enthousiaste kampeerders. Die worden uitgelaten begroet door een geel kuiken en een paashaas. De kleinkinderen van de Corrie en Paul zijn verkleed en delen cadeautjes uit. “Cris sta op!” De stoet verplaatst zich in onze richting. “Ze delen paaseieren uit. Moeten we die kadee geen centje geven?”

Het konijn blijft nog wat dralen alsof hij toch iets verwacht. Ik word er wat ongemakkelijk bij wanneer de jongen of het meisje in het pluche pak naar de volgende motorhome gaat. Spiedend merk ik dat niemand iets uit de geldbeugel opdiept voor die arme kinderen. Zuinigheid is een deugd, zelfs in Limburg, ook al zijn ze dat hier nu wel niet. Ik troost mezelf met de gedachte dat die attentie met een riante 19 euro per nacht ook gewoon mee is betaald.

Hochspannung

Paasvakantie 2026 (Weert) ACHTUNG (Achel) De Doodendraad (Achel) Hochspannung (Achel)

Het weer is wat wisselvalliger dus bezoeken we vandaag met de auto in de buurt wel iets. Cris komt op het internet de Doodendraad tegen: een elektrische versperring in 1915 opgetrokken langs de Belgisch-Nederlandse grens. Daarmee wilden de Duitse bezetters vluchtpogingen verhinderen. Reconstructies herinneren vandaag her en der aan die tragische gebeurtenissen en heroïsche ontsnappingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. “Langs het traject vind je talrijke informatieborden met verhalen over het leven aan de grens en de lotgevallen van zij die de draad waagden over te steken. Een beklijvende ervaring voor jong en oud.”, leest hij ons voor.

We schepen in voor een bezoek aan “d’n droad” in het duinengebied van Beverbeek. Die was ooit dan driehonderd kilometer lang en stond onder hoogspanning. Tegenwoordig staan er op verschillende locaties langsheen de grens met het destijds neutrale Nederland reconstructies bij wijze van herinneringseducatie. De uitstap voert ons van Nederlands Limburg via Noord-Brabant terug over de grens. Zo komen we langs de brouwerij en de camperplaats van Budel, misschien een ideetje voor een volgend dichtbijweekend met onze vrienden. Want een verre zomertrip zit er met hun zorg voor de kleinkinderen dit jaar niet in.

De roestige draad is snel bekeken dus rijden we verder naar de Achelse Kluis. Cris parkeert bij de kloosterpoort en terwijl de anderen nog uitstappen ga ik al foto’s maken van het oude klooster dat door de felle voorjaarszon met gouden sluiers wordt omhuld. “Allez kijk, nog een stuk draad. We hadden ineens naar hier kunnen komen!”

Fazenda da Esperança

De Kluis (Achel) Ora et Labora (Achel) Trappistenbier (Achel) Geen trappist (Achel)

De focus van het Inspiratiepunt Groote Heide, een interactief bezoekerscentrum, ligt niet zozeer op de geschiedenis van de paters en hun abdij. Wel op de toeristische troeven van het natuurgebied dat er omheen werd gecreëerd tussen Eindhoven en het Limburgse Pelt. De Kluis zou geen oud Vlaams cisterciënzerklooster zijn, moest er geen bier gebrouwen worden dus gaan we op zoek naar de abdijwinkel. Échte trappist brouwen ze hier niet meer, want de laatste pater is begin 2023 van Achel naar Westmalle verhuisd. Het recept kwam in handen van een Vlaamse ondernemer die de abdijsite kocht en gelukkig ook de plaatselijke brouwtraditie koestert.

We zoeken plaats op zijn caféterras en nog vóór Cris en Marc terugkomen van de toog, zijn Mieke en ik al mee naar binnen verkast. De weldadige zomerzon is door een grauwe regenwolk verdrongen en de eerste druppels vielen al. Een paar uur later stappen we met wat souvenirs – Achelse kazen en speciale bieren op kurk – terug in de auto. Wouter en zijn broers lusten dat ook dus krijgt hij van elk een fles, edities die hij niet zomaar bij hem in de Colruyt vindt.

De zon straalt opnieuw met alle macht, dus maken we nog een ommetje door het Urnenveld Boshoverheide. Dat 200 ha groot natuurgebied met vindplaatsen uit de oudheid kunnen we verkennen met de app van Archeo Route Limburg. Maar we doen het snel even zonder, want de grafheuveltjes uit de late bronstijd werden aan het eind van de 19de eeuw door urnenprikkers toch al leeggeroofd.

Urnenveld Boshoverheide (Weert) Bosrovers (Weert)

De overgebleven vondsten kunnen we gaan bekijken in het Weertse heemkundige museum De Tiendschuur. Dat onthouden we voor later, want straks moeten we naar Brusco, een Griek waar Marc voor het avondeten heeft gereserveerd.

 

Maandag 6 april

Weert – Schijndel – Bertem, 216 km

Na de zware maaltijd kropen we voor de goede vertering met een neut Schrobbelèr in bed. Deze ochtend vroeg schrok ik wakker door een schelle piep. We hebben drie nachten vrij gestaan, zonder stroom, met verwarming en de satelliet op standby. Normaal is er met zonnepaneel en fuel cell nooit stroom tekort. Maar het controlepaneel van de Efoy naast mijn nog slaperige hoofd, toont een rist alarmen van de afgelopen nacht. Zodoende ik ben erop beducht dat er aan dat uitgekiende systeem iets schort.

Ik herinner mij een eerdere foutcode voor een “niet aangepaste accucapaciteit” op het display – lees: vervang uw batterij. Dit keer kan ik in de 56 pagina’s tellende PDF van de Efoy-handleiding op mijn iphone het storingsnummer niet eens terugvinden. Gemini, de Google AI-tool, weet het wel: “Er is een storing opgetreden in de communicatie met het interne methanolreservoir. Een reset en opnieuw opstarten kan dat verhelpen, indien niet contacteer de servicelijn.”

Het alarm komt niet terug, maar de spanning gaat nooit hoger dan 12,5 volt en de laadstroom niet boven de 0,5 ampère. “Hebt gij die batterij een tijd geleden niet vervangen Stijn?”, vraagt Cris die door mijn bedrijvigheid ook wordt gewekt. “Die is geen drie jaar oud.”, merk ik op de factuur van die Optima Yellow Top. Marc heeft ook pas een nieuwe gestoken, die was bijna het dubbele. “Ze heeft natuurlijk wel maar 75 Ah.”, merkt de batterijspecialist van Bebat nuchter op.

Meten is weten

“De Wit in Schijndel is vandaag open. Daar staat een 100 Ah LiFePO4 van 399 euro in promotie.”, weet hij ook. Bij de koffie luistert onze campervriend aandachtig mee en weet dat de ingebouwde acculader en de regelaar van het zonnepaneel de laadcyclus van zo een lithiumbatterij moeten aankunnen. Na die wijze raad vertrekken Marc en Mieke naar huis want er moet bij de kleinkinderen nog wat worden geklust. We zwaaien hen uit: “Veilig thuis, groetjes aan Annelies en hopelijk tot binnenkort!”

Een Efoy kan ingesteld worden voor lithium, maar onze Solara-regelaar werkt alleen met loodzuur of -gel. Die kan eenvoudig vervangen worden door een Victron uit onze favoriete kampeermarkt. De netstroomlader levert een continue 13,8 volt, wat ruim volstaat voor de absorptie- en onderhoudscyclus van een lithiumbatterij. De spanning van de alternator tijdens het rijden bekijk ik als we in Schijndel aankomen en die haalt de voor bulk-lading makkelijk de gevraagde 14,4 volt met meer dan genoeg ampères. Mooi, dat is dan beslist…

Kampeermarkt De Wit (Schijndel) LiFePO4 & MPPT (Bertem)

“Die lithiums zijn de laatste maanden goed betaalbaar geworden. Hoe groot is jullie verbruik? Nou dan zit je met 100 misschien al wat krap. Bluetooth, jawel mijnheer, zo kan je het gelijk ook uitlezen in de àpp.” Na het overtuigende verkoopadvies stouwen we voor een paar euro extra toch maar een 150 Ah Mc Camping LiFePO4 in de winkelkar, met een Victron MPPT regelaar en nog wat andere spullen voor onze rijdende energiecentrale. Cris rijdt op de snelweg meteen door. Ik volg met de Autorollen en kom een kwartier later thuis om aan de installatie van mijn nieuwe speelgoed te beginnen.

Ora et Labora

Mijn koffiemaatje heb ik een paar dagen gemist, maar Cris heeft “zijn” hond al een ganse week niet gezien. Die zit dan ook op hete kolen om dag te gaan zeggen. Pas wanneer de nieuwe apparatuur aangesloten is en ook degelijk werkt, gaan we de souvenirs uit Achel afleveren bij ons adoptielief. Billy begroet zijn dikke vriend enthousiast en springt kwispelend bij hem op schoot. Met de lopende verbouwingen onder het nieuwe dak van Wouter heb ik, voor we terug vertrekken, ook nog wat werk. “Als uwe vloer deze week niet gedaan geraakt, zal ik wel verder komen schuren als we terug zijn.”, beloof ik onze troetelbeer.

Ora et Labora (Bertem) Grote werken (Bertem)

De zoldervloer krijg ik niet helemaal klaar en we vertrekken morgen al. Er is nog géén concrete planning anders dan richting Bourgogne te vertrekken om Meursault en misschien Pouilly Fuissé te gaan kopen. Eigenlijk zou ik graag volgende week vrijdag al weer thuis zijn om mijn belofte na te komen. Daar denkt Cris het zijne van: “Zaterdagmiddag arriveren is meer dan op tijd genoeg. We hebben nu eens een lange paasvakantie!” Hij suggereert Redu of Rodemack als eerste stop.

In bed valt het mij plots te binnen: Rocroi, vaak gepasseerd onderweg naar Reims of Epernay. Er is een camperplaats en Vaubanvestingen wekken altijd mijn interesse. Hoe het vandaar verder gaat, zien we wel. Troyes is een optie, met de oude vakwerkhuizen en de vele kerken, daar waren we nog nooit. Tegenwoordig is de gemeentelijke camping een aire municipale. Ondertussen ligt dat anders, maar vroeger probeerden we plekken voor sleurhutten en tenten doorgaans te vermijden. Een motorhome moest rijden!

Ad Secundam

Donderdag 9 april

Bertem – Rocroi, 143 km

Dit keer gaan de fietsen achterop. Nog dag zeggen tegen Billy en het baasje, want zonder een knuffel en wat wijze raad, vertrek ik nooit. “Mocht er iets zijn, dan horen we het wel. Als ik u te fel mis, dan bel ik effe. En als ge meer dan drie dagen niks hoort, dan verkoopt ge ons kot maar!” Wouter weet wat hem te doen staat in het voorkomende geval. Het kan nooit kwaad hem eraan te herinneren dat hij onze belangrijkste rijkdom is. Alter ipse amicus.

“Als we onderweg iets vinden, brengen we u een souvenirtje mee.” “Maar dat moet toch niet…”, zegt hij telkens weer en vindt het stiekem toch wel fijn. Puber. We zijn ermee weg, “Salut en hou u goed!” Alles ingepakt? Wat we vergeten zijn, kopen we onderweg wel. Garmin stuurt ons de E40 op richting Brusselse ring en Charleroi om daar over een Waalse route nationale naar de Franse grens te rijden – die N5 lijkt zo weggeplukt uit oorlogsgebied.

Volgens mij liggen de kapotgebombardeerde wegen rond Kharkiv en Cherson er zelfs beter bij. Pas een paar kilometer voor de grens waar die vermaledijde N5 opnieuw de E420 wordt, rijden we eindelijk over nieuw asfalt Frankrijk binnen. Zelfs het veldwegje naar de camperplaats in Rocroi ligt er vlak als een biljartlaken bij. Wallonië en het verpauperde industriebekken van Charleroi worden meer en meer een derdewereldland.

Aire Campingcar (Rocroi) Armée des Flandres (Rocroi) Rocroyens (Rocroi)

Ad utrumque paratus

De officiële naam van de Franse grensgemeente eindigt op een -i. Maar links en rechts in het straatbeeld duikt de plaatsnaam met een i-grec op. Historische teksten en oude kaarten dragen steevast de naam Rocroy. De schrijfwijze met een -i werd pas recent door de Franse overheid en het nationale statistiekbureau vastgelegd conform de moderne spellingsregels, maar de koppige Rocroyens blijven in hun vestingstad de ypsilon gebruiken.

De stadswallen in een vijfpuntig sterpatroon zijn een voorbeeld van naar Franse normen goed bewaarde militaire architectuur daterend uit de periode van de Slag bij Rocroi (1643). Ik had er nog nooit van gehoord, maar ze hebben hier zelfs een klein museum ingericht rond die historische veldslag in de Dertigjarige Oorlog. Toen versloegen de Franse troepen onder leiding van de jonge Louis II de Bourbon-Condé, Hertog van Enghien, de onoverwinnelijk geachte Spaanse infanterie.

De hertog zijn titel verwijst naar het Henegouwse Edingen, ooit een Waals-Dietse heerlijkheid en het bezit van een adellijk geslacht. In de late middeleeuwen werd de vandaag Henegouwse stad via een huwelijk bij het vorstelijke huis Bourbon gevoegd – koningen van Frankrijk en Navarra. Een vage episode in de gewijde geschiedenis der Nederlanden, maar het weer oogt zomers op de grote aire campingcar tegen de oude wallen.

De tijd heeft hier stilgestaan en ze laten met het bolwerk een mooie kans schieten om hun erfgoed toeristisch te ontwikkelen. Dat is niet alleen mijn, maar ook de scherpe analyse van een Frans-onmachtige Hollander die ’s avonds naast ons neerstrijkt op het terras van Les Remparts, het enige café-restaurant waar we iets om te eten vinden. Rocroi zit op een potentieel aan militaire architectuur, maar het dorp bleef steken in de jaren ’80 van de vorige eeuw.

Les Ramparts (Rocroi)

Ville de Garnison

Ik help onze noorderbuur en de plaatselijke deerne met het vertalen van ’s mans bestelling terwijl die gebaart dat hij iets van de tapkraan wenst: “Une bière s’il vous plait.” “Comme pression on a du Rocroy, c’est une bière ambrée artisanale qui titre 6,5% d’alcool.”, verduidelijkt de aimabele gastvrouw aan de Nederlander die het in Keulen hoort donderen. “Het bier van de tap is graadje straffer dan een pilsje.” Artisanaal gebrouwen bij Brasserie des Fagnes in Mariembourg hier net over de Belgische grens, daar hebben we twee jaar geleden met meester Joeri en Wouters familie nog gezeten.

Onze Paix-Dieu wordt fris geschonken, de planche à partager is rijk belegd en mijn burger met Rocroi smaakt – niet het bier wel een soort Maroilles. Het wordt snel fris want april is nog lang geen zomer dus stappen we zonder petit café of dessert terug naar de motorhome. Dat houden we te goed in Troyes, als we daar een plaats vinden voor de nacht…

Printemps (Rocroi)

 

Vrijdag 10 april

Rocroi – Troyes, 223 km

Mijn bioritme is nog afgestemd op dat van mijn kameraad die opstaat en uit werken gaat. 4:15 uur. Ping. Goedemorgen en dan trek ik het donsdeken over mijn oren om het gesnurk naast mij te dempen. Wouter zijn dag zit er al op wanneer hij mijn nachtelijk bericht ziet. “Weeral zo vroeg wakker” en “Hoe ist ginder?” We staan al in Troyes wanneer ik verslag uitbreng. “Zuiden van de Champagne. Mooie stad met scheef gezakte vakwerkhuizen en véél kerken.” Hij vindt het leuk. “Niet te warm, niet te koud. Morgen misschien naar Auxerre in de Bourgogne want de Meursault in Beaune kost 68 euro per fles. 5+1 gratis dus twijfelen nog.” Hij lacht. “Das nog duur he!”

Terwijl Wouter met zijn broer en schoonzus bij Atelier Noun uit eten gaat, zitten wij in een bescheidener restaurant. Dinsdag zijn wij er ook nog geweest op invitatie van Stefanie en Wesley. Wat begon als een soort huiskamerrestaurant heeft chef Bert met zijn vrouw Sandra de afgelopen jaren tot een topzaak uitgebouwd. Gault Millau staat met een 15/20 garant voor een uiterst aangename culinaire ervaring. Recent hebben ze hun oude hoeve gerenoveerd en mijn wederhelft verwacht dat de bekroning met een Michelinster nu niet meer lang op zich gaat laten wachten. Kulinarisch genießen is ook duur.

Atelier Noun (Bertem)

Générosité et convivialité

Dat exuberant culinair genot slaan we deze week over. Ik heb weet van één sterrenzaak op onze geïmproviseerde route en dat is Le Carmin in Beaune waar we – in de jaren dat hij nog met ons mee op reis ging – ooit eens met onze compagnon-de-route naartoe wilden. Na alle kerken te hebben bezocht en kaarsen aangestoken te hebben voor ons eigen zielenheil en het levensgeluk van onze jongste, is het ook voor ons etenstijd.

In tegenstelling tot het ingedommelde Rocroi speelt de toeristische dienst haar erfgoed hier wel succesvol uit en combineert dat met een moderne economie. Je kan urenlang kuieren langs etalages, kanalen en horeca in de vakwerkhuizen van het oude Troyes. Ontwaakten we vanmorgen nog in de “stille ster” van de Franse Ardennen, dan dit de “bruisende kurk” van de zuidelijke champagnestreek.

Cris heeft vóór we naar de historische binnenstad zijn vertrokken een tafel gereserveerd bij Le Bistrot du Pont. Het leek er vanmiddag razend druk toen we er voorbij liepen op zoek naar een bakker dichtbij de kampeerplaats.

Aire Campingcar (Troyes) Le Chanteur florentin (Troyes) L'église Saint-Nizier (Troyes) Bon Dieu, priez pour nous (Troyes)

Vigneron indépendant

De camping in Auxerre is permanent gesloten, daar zijn we ooit eens geweest. We hoeven er niet nog een keer naartoe, maar ik had bij Le Bourgogne nog wel een keer willen gaan eten. Morgen wordt het betrokken en zondag wisselvallig, daarna gaat het regenen over de ganse Grand Est. We blijven een tweede nacht staan. Morgen is er zaterdagmarkt en daarna misschien de outlet shopping in Pont-Sainte-Marie. Het past allemaal bij onze aangepaste planning om in Bourgondië tussen de wijngaarden te kunnen fietsen. Zondag moeten we nog een etappe prikken ergens tussenin.

Maandag wil ik in Beaune staan want daar valt bij minder weer iets te bezoeken of te doen. Daarna verplaatsen we ons een paar kilometer naar een France Passion-adres in Pommard. Domaine Virely Rougeot produceert niet alleen de wijn van het dorp waar ze zijn gesitueerd. Ze hebben twee dorpen verder ook wijngaarden en bottelen de begeerde Meursault waarvoor we komen. Alles is uitgekiend nog voor we bij Yves Brouillet aan tafel schuiven in zijn bistro bij de brug over de Seine.

Bistro du Pont (Troyes)

“We leven hier op water en droog brood… en een beetje Saint-Véran” – stuur ik naar Wouter met Nancy en Jeroen aan de feestdis in de Noun. Hun gastronomische diner excelleert zoals verwacht. Hier in onze bescheiden brasserie smaken de foie gras en de cocquilles met risotto. Het dessert is erover voor mijn op zijn calorieën passende wederhelft: “We gaan moeten stoppen met die menu’s anders weegt gij sebiet ook 120 kg.” Een nuchtere opmerking terwijl ik mijzelf de rest van de wijn uitschenk bij de rest van zijn crème au citron meringuée. Tot ik geen pap meer kan zeggen, of met de woorden van onze jongste: “Buikje veel te blij!”

 

Zaterdag 11 april

Le Cœur de (Troyes) Le cœur de 3 (Troyes) La Rue Champeaux (Troyes) Cidre du Pays d'Othe (Troyes)

De ochtend begint met een blauwe hemel en zonnig, maar al snel komt de voorspelde bewolking opzetten. We wandelen langs het grote Cœur de Troyes terug naar Marché des Halles en de marktkramen tussen Rue Général de Gaule en Rue de la République. Het lijkt wel een Arabische souk – die ene Fransman met goedkope horloges niet te na gesproken. Cris koopt er eentje om een souvenirtje over te houden aan het snuisteren tussen ingelegde citroenen en olijven en oosterse gewaden. Ik heb er dorst van gekregen dus wandelen we naar Rue Champeaux waar de toeristische horeca floreert.

Gisteren zaten we op het terras van Le Tablier vandaag kiezen we een tafeltje bij de crêperie aan de overkant. Het blijkt een bijhuis van Le Bistrot du Sommelier ernaast, ze serveren ons een grande salade met Galette de Sarrasin voor mij à l’Andouillette de Troyes en een fles plaatselijke cider uit de Pays d’Othe. Dat heeft de gemiddelde Vlaming nodig om het Franse slachtafval verteerd te krijgen.

Maisons à pans de bois (Troyes)

L’avenir, ensemble

Aangesterkt door spijs en drank slenteren we terug naar de camperplaats om onderweg een training van Suma Motoball mee te pikken. Ondertussen is het beginnen regenen terwijl jonge en iets minder jonge mannen op aangepaste brommers onversaagd achter een grote lederen bal scheuren over het natte beton. Bizarre sport, sinds 1938 en schijnaar in nog tien andere Franse steden beoefend. Daarmee zijn er clubs genoeg om een nationale competitie te organiseren. We horen de gierende motoren nog wanneer we al kilometers verderop naar de Designer Outlet klimmen.

“Ik zal in Berlijn wel kleren kopen.”, daar heb ik geen keuze – of net heel veel met drie shopgrage venten. “Ginder kosten Sketchers 100 euro of meer voor een paar, hier in afslag maar 65…”, weet mijn econoom en hij stapt met drie paar nieuwe schoenen de merkwinkel buiten. Het regent nog harder dus beproeven we ons geluk bij de lijnbus die net komt aangereden. “Bonjour, une petite question… est-ce que vous passez par les stades?” Nee, de chauffeur slaat hier bij het eerste verkeerslicht rechtsaf en rijdt naar het theater van Troyes.

Le Coeur de Troyes

Omdat we hulpeloos in de gietende regen staan, toont de man zijn goed hart. Een ticket kopen hoeft niet want er is geen halte waar hij ons zal laten afstappen en behalve een verveelde puber zit er toch niemand anders op zijn bus. De allervriendelijkste man stopt een paar kilometer verderop en wijst ons de richting die we uit moeten: “Prennez le chemin à côté du canal, passer les jardins à votre gauche. Vous comprennez?” “Oui.” “Continuez juste au bout et vous arrivez sur l’Avenue Schumann. Là vous verrez Stade de l’Aube à votre droite.” “OK compris et un grand merci!

De grote ruitenwissers jammeren gedurig tot we in de gutsende regen van de stilstaande bus zijn gestapt. De aangegeven weg eindigt bij de grote baan, vlak naast de ingang van onze bivakplaats. Het vele stappen zitten Cris al in de stramme rug en mij in de benen. Een zeurende heup en een opkomende verkoudheid jagen mij nog vroeger dan anders naar bed. Morgen wil ik tot halverwege Beaune rijden, de opties om ergens een nacht te blijven staan bestudeer ik nog voor mijn licht echt uitgaat.

Motoball (Troyes)

 

Zondag 12 april

Troyes – Les Riceys, 48 km

Dat licht ging sneller uit dan verwacht en dus word ik voor dag en dauw wakker. Onze lieverd thuis voor één keer niet, het is zondag. Het tikken op het dak verstomt terwijl de eerste vogels fluiten bij het ochtendgloren. Berenkoud in de camper. Ik glip onder de dekens uit om de verwarming een graadje hoger te zetten. Met een mok dampende koffie in de hand gaat de zoektocht naar mogelijke tussenbestemmingen verder. Ik speur naar een wijnboer of een aire municipale waarvan ik durf vermoeden dat er in de buurt ook iets te beleven is.

Dat valt wat tegen, maar iets minder ver op de route in Les Riceys zijn er zelfs twee France Passion’s én een gemeentelijke camperplaats. Het blijkt het laatste dorp voor Bourgogne waar ze nog champagne maken. Als die bevalt bespaart het ons op de terugreis een tussenstop rond Épernay. Pascal Walczak hou ik achter de hand, want in het midden van het dorp ziet de explotatie van Jean Jacques Lamoureux er op foto’s feeërieker uit. De grote grizzly wordt door de gebiedende toon van Garmin uit zijn grollende winterslaap gewekt: “Ga naar de route!”

3 églises et 3 AOC’s

“Waar gaat ge naartoe?”, vraagt Cris met een slaperige kop. Al uren wakker en al een thermos koffie verder ratel ik enthousiast over hetgeen ik allemaal heb opgezocht. Zolang zijn vent door het gemis aan de teddybeer niet humeurig wordt, is het voor hem allemaal goed. De bewegingen buiten op de camperplaats nemen toe en wanneer ook wij eindelijk ingepakt zijn is het aanschuiven bij het servicepunt. De QR-code scannen en buiten rijden, simpel, maar het lukt een stel gepensioneerde Hollanders blijkbaar niet.

De grijze Duitser die er pal achter staat, heeft het na een kwartier aanmodderen zowat gehad en wringt zich ertussen. Zijn echtgenote scant een ticket en de slagboom opent van de eerste keer. Het jonge koppel met een nummerplaat uit Engeland is ook al buiten geraakt, ik ben gerust gesteld. “Rechts afslaan!”, gebiedt de GPS wanneer ook wij eindelijk de slagboom passeren. De oude knurften die hun parkeertijd lieten verstrijken, kopen ondertussen een nieuw parkeerticket.

Het zendertje van Bip&Go blijft werkloos, geen péage vandaag wel een eindeloze route départementale. We bereiken het kasteel van Ricey-Bas en onze bestemming in Ricey-Haut ligt nog wat verderop naast het park van de Mairie. Les Riceys beslaat drie parochies en evenveel appelations: nu vooral Champagne, maar ook Coteaux Champenois en de oorspronkelijke Rosé des Riceys. De klimaatverandering kent hier een gunstiger effect dan bij de wijnboeren rond Bordeaux.

Champagne Pascal Walczak (Les Riceys) Champagne Pascal Walczak (Les Riceys) Champagne Pascal Walczak (Les Riceys) Champagne Pascal Walczak (Les Riceys)

Vins et patrimoine

Wat verder langs de kronkelende Laignes ligt Ricey-Haute-Rive en op een uithoek van de langgerekte gemeente ook nog het gehucht Le Magny, geen vierde parochie want daar hebben ze geen kerk. Terwijl ik gezapig de glooiingen van de steenweg volg, heeft Cris al opgezocht dat de cave van Lamoureux op zondag gesloten blijft. Dat geeft de doorslag en de laatste kilometers wijst zijn iphone ons de weg naar Walczak. Die hebben er voor ons en andere campingcarristen zelfs een mini-camping ingericht.

We parkeren de Autoroller bij de vijver achter een industriebouw waarvan de gevel in jaren ’80 met felle kleuren werd geschilderd. Dat uitzicht was de reden waarom ik naar het andere adres wilde, maar hier staan we waarschijnlijk even goed voor de nacht. Terwijl ik de stekker insteek, gaat Cris al eens kijken of er vandaag iets te proeven valt. Het is op de middag en alles potdicht dus telefoneert hij even naar het nummer dat op de website staat.

De baas verontschuldigt zich dat hij ons niet kan ontvangen vermits hij in Italië op een wijnbeurs staat. Net wanneer we naar het dorp vertrekken, komt er een wagen het erf opgereden. Het blijkt zijn vader die ons verwelkomt en meeneemt naar het proeflokaal. We krijgen meteen de ganse uitleg over het ontstaan van het familiebedrijf en wat geschiedenis van zijn gemeente. Behalve het meest zuidelijke terroir is het dorp per vierkante kilometer uitgedrukt met 200 onafhankelijke wijnbouwers ook de grootste cru van allemaal.

Champagne Jean Jacques Lamoureux (Les Riceys)

Table gourmande

Cris neemt het zekere voor het onzekere en reserveert voor vanavond in het restaurant van een gelijknamige Logis de France in Le Magny. Een andere keuze was er trouwens niet want tot grote telleurstelling van vader Walczak is Le Clos des Cadoles – zijn favoriete wijngaardhut – op zondagavond gesloten. Toen zijn zoon de zaak ging runnen, kocht de oude zelf een campingcar en tussendoor komt hij hier het gras van de weide voor andere kampeerders maaien. En die staan hier soms bij tientallen opgesteld. “Si j’y suis encore quand vous retournez, je vous offre un verre!

Zon en dreigende wolken wisselen elkaar aan hoog tempo af terwijl we langs de Presbyteriaanse kerk van Haute Rive wandelen. Wij blijven langer weg dan de man werk heeft, maar bij het diner serveren ze ons wel een fles. Extra Brut en helemaal niet duur, sturen we in het groepje met Wouter en Thierry. Ook al laat hij zich door de prijs van een demie-bouteille misleiden, toch wordt Walczak misschien onze nieuwe favoriet. “Breng dan maar twee dozen mee!”, antwoordt onze guitige drinkebroer enthousiast. Het mopje vertellen we hem later wel als hij zijn twee dozen krijgt.

We bestellen het menu “Plaisir” met foie gras de canard, dit keer au ratafia. Gevolgd door… net als in Troyes vruchten van de Grote Mantelschelp: “Fricassée de Saint-Jacques, riz mixte et son émulsion de persil”. Dit keer geen financier of overdadige crème au citron, maar de fromages régionaux. Ik volg mijn gastronoom met een schuchtere: “La même chose pour moi…” De garçon die de fles van Walczak brengt repliceert: “T’as pas appris à l’école qu’on peut pas copier?”  Met die kwinkslag is de toon voor een amusante avond meteen gezet. Voor de regen komt stappen we voldaan terug naar ons nieuwe wijngoed wanneer een luidruchtige groep œnophiles uit het Antwerpse nog aan hun hoofdschotel moet beginnen.

Table gourmande (Le Magny) Foie gras au ratafia (Le Magny) Marc de Champagne (Le Magny)

 

Maandag 13 april

Les Riceys – Beaune, 148 km

Wouter zal zijn twee dozen krijgen als we thuis komen en hij mag nog kiezen dewelke ook. We ontdekken een Rosé de Macérationmillésime 2023 – en dat lust hij misschien nog liever dan een Extra Brut. De speciale cuvées zijn hier beterkoop dan in Aÿ en Épernay, onze jonge oenoloog Antoine Blaise en het bedrijf van zijn ouders in Damery niet te na gesproken. Bij hem kunnen we voor een vriendenprijsje ook altijd onze gading vinden, maar daar stoppen we dit keer dus niet. Dat wordt iets voor het najaar.

Het is nog maar half tien en afgaand op de Extra Brut hoeven we de andere cépages zelfs niet eerst te proeven. Cris is even geestig als de bediening in Le Magny: “Trois cartons Extra Brut, deux Macération et un Cuvée Cyriès. C’est comme l’Apérol, 3 – 2 – 1.” De dozen passen net achterin de koffer, de Millésime 2022 gaat in de bak onder het bed. Die mag onze troetelbeer als tweede doos niet kiezen, niet omdat die te duur is wel omdat we er geen tweede kunnen laden als we morgen naar Meursault willen om nog wijn te kopen.

Champagne Pascal Walczak (Les Riceys)

Er zijn verjaardagen genoeg in juni, juli of december om met die Cuvée Cyriès te klinken en misschien krijgt hij van die witte Bourgognes ook nog wel een fles. We rijden de parking af en volgen La Presle zuidwaarts richting Montbard om de grens tussen Aube en Côte d’Or over te steken. Niet de chocolade, zoals het geëigende mopje dan in de camper wil, wel het noordelijke departement van Bourgogne. Pas een uur later op iets minder dan de helft van het traject bereiken we het comfortabele asfalt van de tolweg naar Beaune.

Enfant terrible

Ik herken een andere aanrijroute dan gewoonlijk en om één of andere reden zegt Cris zijn iPhone dat ik de weg rond het oude centrum moet blijven volgen. Terwijl ik perfect weet dat het camperpark rechtsaf is bij het eerstvolgende kruispunt. Daar komt gesakker van. Een verkeerde afslag aan een rotonde met nog meer gevloek en voor de slagboom bij de uitgang van onze vaste stek duw ik de Autoroller geërgerd in achteruit. Uiteindelijk staan we toch voor de ingang om dan in exact dezelfde vak als altijd te parkeren. De neus naar de bomenrij voor die ene plek tussen de kruinen met vrij zicht op het zuiden en beeld op de satelliet.

Nog discuterend over wie wat waar mis heeft gedaan, lopen om brood en naar de stad op zoek naar iets wat we nog niet hebben bezocht. Tijdens de wandeling heeft mijn vechtgenoot al voorgesteld: “Als ge wilt, gaan we nog eens naar die wijnkelders? Of naar we bezoeken de mostermolen van Fallot, dat hebben we nog niet gedaan Stijn…” Aan dat laatste twijfel ik, maar hij zal wel gelijk hebben zoals zijn iPhone over de juiste weg daarstraks – mon œil…

Bij de “Ancien Carmel”, een voormalig gebedshuis, staat een pancarte op het trottoir van Le Cellier de la Cabiote waar je kan inschepen voor een proeverij. De Marché aux Vins hebben we al een paar keer bezocht, dus volgen we dat plakkaat naar de middeleeuwse kelders van Emmanuel Peulson in de Rue de l’Enfant ons soort heiligdom in een straat aan het kindeke Jezus gewijd.

Le gout de la belle vie

Le Cellier de la Cabiote (Beaune) Le Cellier de la Cabiote (Beaune) Crémant de Bourgogne (Beaune)

De gepassioneerde eigenaar maakte van zijn hobby zijn levenswerk en verkoopt naar eigen zeggen liever één fles aan twee Vlamingen zonder geld dan één doos peperdure flessen aan Aziatische toeristen die ze daarna op ebay aan een tienvoud van de prijs verkopen aan miljonairs in het verre oosten. Hij voegt meteen de daad bij het woord en stuurt een jong koppel Chinezen wandelen om zijn deur te sluiten en met ons naar de imposante kelders af te dalen voor een bijzonder leerrijke degustatie.

De man vertelt ons in geuren en kleuren, met enige piëteit haast over het ambacht en de geschiedenis van de wijngaarden in Bourgondië. Men spreekt hier niet zomaar van een perceel of van het terroir, wel van een “Climat” en met een historische muur eromheen is het een “Clos”. De wijnbouw rond Beaune en Nuits-Saint-Georges is door de Unesco al een decennium tot cultureel werelderfgoed uitgeroepen en dat merkte ik vanmorgen op de snelweg al: “Climats de Bourgogne, patrimoine mondial!”

Aan ons verkoopt Emmanuel wel met graagte drie exclusieve Meursault’s aan 73 euro per fles – een gunsttarief. Met onze aankoop ploffen we neer op Place Carnot bij de TOMA bar à vin voor een ordinaire Saint-Véran. Het wordt na een tijdje daar te hebben gezeten en mensen te hebben gekeken best koud op het terras. We keren terug naar onze rijdende wijnkelder en passeren Le Cheval Noir met voor elk wat wils op het menu. “Reserveer ik hier of maken we zelf eten?” Er is plaats voor twee dus wordt het uit eten gaan, want morgen vinden we misschien niks.

Camperpark (Beaune)

 

Dinsdag 14 april

Beaune – Pommard – Meursault, 8 km

Het kwakkelweer is opgeklaard en we worden al vroeg onder een staalblauwe hemel wakker. Buiten klinkt enkel het geluid van de branders in een knalgele warme luchtballon hoog in de lucht beschenen door de felle ochtendzon. Eerst koffie, dan inpakken en bij het Flot Bleu servicepunt lozen en vers water tanken. Na het betalen van ons verblijf gaan we op zoek naar Domaine Virely Rougeot die een overnachtingsplaats aanbieden voor leden van France Passion. Maar niet vooraleer een bezoek aan de E.Leclerc om inkopen te doen voor de rest van de vakantie.

Parkeren is er niet zo evident tenzij we ergens aan het einde van een rij overlangs kunnen gaan staan, maar dat vergt met ons gevaarte een oneigenlijk manoeuvre. Achter mij wordt een bestuurder ongedurig dus maak ik mij uit de voeten. Zo eindigen we terug op de rotonde waarlangs we net bij zijn binnengereden. Pas nadat we twee keer rond zijn gereden staat de Autoroller na een heftige discussie zoals Cris een kwartier tevoren suggereerde op de uithoek van de parking dwars over de vakken heen. “Kunnen we nu inkopen gaan doen of rij ik gewoon terug naar huis?”

Clos des Arvelets

Het wordt inkopen doen. Een paar uur later is de verhitte discussie vergeten en geeft de thermometer in de camper tijdens het inladen 30 graden aan. Die temperatuur stijgt nog terwijl ik zuchtend probeer om een extra pannenset in het keukenblok te passen. Een zoenoffer want Cris is al jaren aan het zagen om die potten met afneembare steel. Ook kabeltjes om zijn telefoon op te laden en zoveel gimmicks meer. Er werd behalve het noodzakelijke proviand weer te veel rommel en ook een set nieuwe ruitenwissers gekocht. Die zet ik er deze misschien nog wel eens op.

Onze bestemming aan Place de l’Europe in het centrum van Pommard ligt een paar kilometer onder Beaune. “Si vous êtes camping-cariste, vous pourrez séjourner une nuit sur notre propriété.”, wat betekent: de kleinzoon van Louis Virely en zijn vrouw verzetten hun voiture om u achterwaarts in te laten parkeren en met uw motorhome plat tegen de gevel van hun caveau te laten staan of bij de huren tegen de zijkant van de Italiaanse taverne. We komen er rond het middaguur aan en hun boetiek blijft nog een uur of twee toe. Pas de moyen dat we hier wachten tot ze weer open zijn met de Autoroller ergens langs de kant.

“Rijden we ineens door naar die camping in Meursault?”, vraagt Cris terwijl hij op zijn iPhone al naar Huttopia navigeert. Het moest zo zijn, want daar sprak hij gisteren al van. We wachten daar tot de receptie opengaat en kiezen een hoger gelegen kampeerplaats uit met zicht over de heuvels en de wijngaarden rondom. Eens we geïnstalleerd zijn en een homp Frans brood naar binnen hebben gewerkt, wandelen we eens naar het centrum en vanavond grillen we een stuk vlees uit het warenhuis.

Camping Huttopia (Meursault)

Premier Cru Charmes

Naast de camping geeft Rue du Cromin uit op de voie verte, die nemen we morgen met de fiets naar Volnay en helemaal tot Pommard. Er tegenover leidt Rue Gratte Chien – letterlijk de weg van de krabbende hond – langs ommuurde wijngaarden naar de lager gelegen Ruisseau des Cloux. Het beekje stroomt rond de stad en bevloeit de percelen van Château de Meursault waar ze druiven telen voor hun Meursault Village.

Wij gaan op zoek naar de plaatselijke horeca die we op Google gespot hadden toen we nog dachten om bij Patrick Virely te kunnen staan. We zouden naar hier fietsen, want op de originele bestemming vonden we zo onmiddellijk niets. Nu zoeken we Café La Place ergens tussen het Hôtel de Ville en de Église Saint-Nicolas. Dat prachtige stadhuis schittert met zijn Bourgondische renaissancestijl in de felle zon. De van oorsprong versterkte burcht dateert uit de 14de eeuw. Daarmee is het stadhuis ruim 100 jaar ouder dan de kerk die in haar geschiedenis ook meermaals met werd uitgebreid, wat de bijzondere vorm verklaart.

Op de drukke Rue du 11 Novembre, die vanaf de camping naar het midden van de stad slingert, passeren we schreeuwerige reclame van Domaine Delagrange. Ze lonken met degustaties en middeleeuwse wijnkelders naar de toeristen die net als wij door de charmes van wereldvermaarde wijnen werden gelokt. Misschien een activiteit om te onthouden voor morgen, want we hebben op de camping onmiddellijk voor twee nachten geboekt. Als we hier wijn kopen, zit de koffer vol. Meer zuidelijker richting Mâcon rijden hoeft dus niet – dit jaar géén Pouilly-Fuissé.

Petite Histoire

Op het terras van het dorpscafé scrollt Cris tussen de restaurants, maar er is niets dat zijn interesse wekt. Eerder zag ik wel dat hier een wijnkasteel op reservatie te bezoeken is. Wat speurwerk tussen oude foto’s leert ons dat de flessen, ooit gekocht bij die Marché aux Vins in Beaune, uit de kelders van dat eigenste chateau kwamen. “Clos des Grand Charrons Monopole” en “Recolte du Domain 2017” prijkt er op het etiket van de Meursault die we thuis met onze gecoöpteerde vent soldaat hebben gemaakt na een laatste zomervakantie samen in Bretagne.

De herinnering aan de wijn en het gelukkige moment met Wouter vormen een overtuigend argument om voor morgen al meteen een geleid bezoek te reserveren. We drinken er nog een wijntje op en stappen we langs de kortste weg naar onze kampplaats terug. Het vlees gaat op de grill, maar om ook buiten te eten wordt het ook vandaag te fris zodra de lentezon achter de heuvels is verdwenen. Morgen wordt het normaal gezien wat warmer en blijven de wolken weg.

Hôtel de Ville (Meursault) Église St-Nicolas (Meursault) Café La Place (Meursault) La Grande Vadrouille (Meursault)

 

Woensdag 15 april

De voordelen van enkele nachten camping zijn warme douches én ’s morgens verse baguettes. Bij het krieken van de dag ga ik het bestelde brood ophalen. “Bonjour. Je viens chercher les baguettes. Emplacement 23 s.v.p.” nog een beetje schuchter in het Frans. “Ah, voilà monsieur Pa-eh-mel-aar.” Te veel opvolgende Vlaamse A’s en E’s krijgen Françaises nooit voor elkaar. Na het ontbijt fietsen we over de trage wegen naar Volnay. Gelukkig elektrisch want er zitten stevige kuitenbijters in het traject. Het volgende dorp zit dan ook tegen de berg Chaignot geprangd en wordt door glooiende wijngaarden omgeven waarvan de bekendste “Clos Elégance” naar verluid zelfs teruggaat tot de 5e eeuw.

Hauts de Meursault (Meursault) Voie Verte vers Volnay (Meursault) Voie Verte vers Volnay (Meursault) Clos Elégance (Volnay)

Behalve slenteren door stoffige straten tussen de oude gevels valt er hier boven niet veel te beleven. Het weidse uitzicht vanaf het dorpsplein is wel adembenemend. Na een pitstop dalen we noordwaarts af richting Pommard. Onze rijwielen stallen we bij de kerk en zo wandelen we terug bij onze mislopen etappe van France Passion. Nu we de tijd hebben om er eens beter rond te kijken, ben ik content dat we gisteren naar de camping zijn gereden. De parkeerplaats bij Virely Rougeot is groter dan het op het eerste zicht leek en vriendelijk aangeboden wanneer je wijn wil proeven of kopen, maar je staat er toch wel wat ongemakkelijk tussen de aangrenzende huizen.

Vignobles Prestigieux

Het loopt tegen de middag en het zomerse terras van Caveau Delagrange er tegenover nodigt ons uit voor een proeverij met een lichte lunch. Drie witte wijnen met wat kazen uit de streek of een dozijn escargots de Bourgogne. Een fles uit Pommard uiteraard, ook een witte uit Volnay en een Savigny-lès-Beaune. Die laatste bekoort mij het meest. Cris wenkt me naar binnen in het authentiek 13e-eeuws pand. De achterkamer biedt een ruime keuze aan wijnen van hun eigen domein te koop aan. Dat blijkt de fameuze kelder die we gisteren onthielden in Meursault.

Beaune Côte & Sud (Pommard) Saint-Pierre & Sainte-Agnès (Pommard) Caveau Delagrange (Pommard) Place de l'Église (Pommard)

We zijn met de fiets dus veel kan er niet mee. “Zo een doos van drie met van elke wijn die we proefden een fles?” “Eén voor ons en als hij braaf is, ook één voor Wouter.” Blij na onze schattenjacht stappen we terug naar de fietsen en rijden dezelfde route in omgekeerde richting terug. De wijn afzetten bij de camper om dan nog wat verder zuidwaarts te fietsen tot Puligny-Montrachet. Het lijkt bijna hoogzomer, zomaar in short en t-shirt op de fiets. De zon brandt en we krijgen dorst dus stappen we af bij L’Estaminet des Meix. Die zijn open, of dat denken we toch…

Terwijl we argeloos plaats nemen op het terras rondt het personeel er de middagservice af. Iets drinken kan nog net, maar de fietstoeristen na ons laten ze toch niet meer binnen. Eigenlijk waren ze al om 14 uur gesloten en het is net half drie. Wij nippen van een prestigieuze grand cru uit het dorp, die is ook helemaal niet slecht. Gelaafd aan de volgende godendrank fietsen we terug om iets deftigs aan te trekken, want over een uur worden we bij een jonkheer in het kasteel van Meursault verwacht.

Vignobles Prestigieux (Puligny-Montrachet)

Agriculture Biologique

De vriendelijke jongeheer stelt zich voor als Alex en wij zijn samen met een ouder echtpaar uit Normandië vandaag zijn enige gasten. Hij troont ons mee naar de binnenplaats van zijn kasteel en vertelt ons in het kort de 1000-jarige geschiedenis. De 18e-eeuwse op Italiaanse stijl geïnspireerde residentie heeft jarenlang leeg gestaan, de woonvertrekken werden verwaarloosd omdat alleen de kuiperij, de schuren en de kelders voor het wijnbedrijf nuttig waren. In 2024 werd het eigenlijke château piekfijn als ontvangstruimte gerestaureerd. Alex neemt ons mee naar de originele kelders waar alleen de beste jaargangen worden bewaard.

Het adellijke huis met orangerie en zijn “Clos du Château” met enkel Chardonnay wijnstokken vormen samen met het omliggende park een landgoed van ruim 10 hectare. Hun andere wijngaarden liggen in de Côte de Beaune, op de terroirs van Meursault, Pommard, Puligny-Montrachet en Corton. Die twee laatste leveren de duurste cuvées en de productie is vandaag helemaal op biologische landbouw en duurzame ontwikkeling gericht. Zo zullen de wijnen vanaf oogstjaar 2024 gebotteld worden in een véél lichtere glazen fles – de typische Bourgognefles gaat op de schop, maar het zal wel handiger zijn in de fietstassen en sparen op het laadvermogen van de motorhome. Dan is er wel nog plaats voor beterkope Pouilly-Fuissé.

Visite et Dégustation au Château (Meursault)

Prestigieuse appellation

Aan het einde laat de vriendelijke gids ons meteen zijn rode wijnen proeven en dat wringt met de logica in mijn hoofd. De opmerkzame jongen ziet de fronsen in mijn voorhoofd en vertelt er onder zijn grote kaart met de Grands Climats de Bourgogne meteen ook bij waarom: “En Bourgogne, les vins rouges sont généralement tous du Pinot Noir et plutôt légers. Ils ne peuvent être comparés aux grands vins de Bordeaux. Ici ce sont précisément nos vins blancs qui sont très minéraux et élevés en fûts de chêne. Donc je vous faits goûter après.”

Het huidige degustatielokaal werd uitgegraven in de 12e eeuw en het volledige keldercomplex onder het domein beslaat meer dan 3.500 vierkante meter. Zonder het te beseffen staan we terug onder de orangerie. Daar is behalve het “départ des visites” ook de boutique waar we de nostalgische Meursault en een paar flessen van hun “Clos des Epenots” een Premier Cru uit Pommard kunnen kopen. Erom gevraagd vertrouwt Alex ons toe dat ook het Château de Marsannay éénzelfde eigenaar toebehoren. Helaas niet aan hem, maar het ware onze kameraad gegund.

Hetzelfde geldt blijkbaar ook voor de Marché aux Vins in Beaune en plots begrijp ik waarom wij daar jaren geleden behalve die exclusieve “Clos des Grands Charrons” ook de ons aangeprezen Marsannay kochten. Een paar honderd euro lichter en met zware flessen in de fietstassen keren we naar de camping terug. Morgen na het ontbijt kramen we op en vertrekken richting Bertem. Een voorlaatste tussenstop aan de jachthaven in Nancy – als daar nog plaats is, want een plan-B hebben we daar voorlopig niet.

Ruisseau des Cloux (Meursault) Clos du Château (Meursault) Marc de Bourgogne (Meursault) Alex de Bourgogne (Meursault)

 

Donderdag 16 april

Meursault – Nancy, 261 km

’s Ochtends ben ik er als de kippen uit om koffie te zetten en de baguettes op te halen – “Zeven euro vandaag he, Stijn. Ik heb chocokoeken besteld.”, glundert er eentje onder zijn donsdenken weggedoken. Zo warm het gisteren was, zo koud wordt het hier ’s nachts. Dat legde Alex ons gisteren nog uit: “Les parcelles Premier Cru sont situées à mi-pente. Plus on monte, plus il fait frais et plus bas, le sol est plus humide.” En onze kampeerplaats ligt dus quasi bovenaan de wijnberg.

We zijn nog maar een week van huis, maar ik begin zijn koffie ’s morgens en mijn compagnon al te missen. De wetenschap dat er liever gisteren dan morgen nog een vloer geschuurd en elektriciteit aangesloten zou kunnen worden, helpt ook niet. Eigenlijk zouden we morgen al in Bertem kunnen zijn, maar daarmee ving ik bot. Om niet ineens naar Nancy te rijden en een dag te winnen, keken we gisterenavond zelfs al naar bestemmingen langs de Route Thermale des Vosges. De vergane glorie van kuuroorden als Vittel en Contrexéville zei ons helaas niets.

Ik zoek met een mok Nescafé naar een laatste etappe op de route die door Luxemburg gaat. Daar kost een volle dieseltank pakweg 40 euro minder dan in Frankrijk en in eigen land. Rodemack schiet mij te binnen. Op die parking is zeker plaats, maar we zijn er al een paar keer geweest en zo is er niets meer om ons een halve dag bezig te houden. Sierck-les-Bains ligt wat meer naar het oosten aan de Moezel, aan het drielandenpunt bij Schengen. Daar is een parking en indien nodig een camping, fietspaden en een middeleeuwse burcht om te bezoeken.

Ik hou het allemaal nog even in beraad en stel de navigatie in met het adres van de Port de Plaisance op de Meurthe. Nu eerst inpakken en snel nog onder de douche om naar Nancy te vertrekken. En avant!

Aire du Bois de Chaumont (Autoroute A31)

Bois de Chaumont

Bijna twee uur verder op de route naar het noorden, rijden we van de péage af om de benen te trekken. Ergens voorbij Beaune in de heuvels van de Côte d’Or zijn we een Ligne de partage des eaux gepasseerd. Dat blijkt een fysieke grens, zeg maar waterscheiding, tussen rivieren die naar de Middellandse dan wel de Noordzee of de Atlantische Oceaan vloeien. Iets waarover ik meer dan 30 jaar geleden waarschijnlijk in de lessen aardrijkskunde iets moet hebben geleerd, maar al lang weer was vergeten. Reizen maakt wijzer!

De snelwegparking van Bois de Chaumont ligt in de buurt van de bekende bronnen. “We kunnen ons nog bedenken, in Contrexéville was ook een camperplaats.” Dat hoeft niet zo nodig dus vervolgen we na een stuk stokbrood onze weg naar de ingestelde bestemming. De hoofdstad van Lorraine nadert en grauwe bewolking vult het firmament terwijl dikke regendruppels tegen de voorruit kletsen. We komen net op tijd aan bij de jachthaven om er een van de laatste vrije plaatsen in te nemen bij de capitainerie.

De voorjaarsbui trekt over en een plattegrondje hoeven we niet, want we zijn hier al vaker geweest. Stroom aansluiten is ook niet vandoen met een nieuwe lithiumbatterij komen we een paar dagen toe. We flaneren over Place Stanislas en genieten bij Jean Lamour van de laatste zonnestralen met een glas. Alle winkels zijn anders dan bij onze vorige bezoeken vandaag wel open dus wil Cris liever dan te blijven plakken eens gaan kijken in de winkelstraat. Ondertussen is er voor vanavond al een tafel bij La Gentilhommière gereserveerd.

Port de Plaisance (Nancy) Place Stanislas (Nancy)

Ancien Régime

Na het doorkruisen van de straat der Dominicains, Saint-Georges en Saint-Jan keren we quasi op onze stappen terug. Zo missen we Gambetta en Lafayette en de kermis op Place Carnot. Ik ben helemaal uitgewinkeld en sta voor we uit eten gaan niet meer recht. Picon Bière – en cinquante s.v.p. – loopt vlot op het terras van Grand Café Foy. Tijd om ons ter tafel te begeven bij de geboren edellieden in hun vrolijke spijshuis aan de Rue des Maréchaux.

Ooit wilden we daar al eens naartoe voor een diner, maar toen eindigden we per toeval Chez Gilles ernaast. Een opvallende gayfriendly bistro met authentieke Franse gerechten anders dan de rest van de exotische keukens in de levendige straat. Dat viel bij ons in de smaak dus dachten we daar nu opnieuw het geluk te beproeven. Maar onze vriend Gilles is vandaag niet thuis. We rekenen vooralsnog op de hospitaliteit van maître Ghislain en chef Pierre in La Gentilhommière.

Le Gentilhomme (Nancy) La Gentilhommière (Nancy) Place Stanislas (Nancy)

Het “friendly” gedeelte hebben ze hier al laten vallen. De crew van Ghilain Huon die de zaak een paar jaar geleden overnam, gaat voluit voor gay. We worden door de baas zelf breed glimlachend verwelkomd. Ongegeneerd twee getrouwde venten monsterend begeleidt hij ons naar een tafel. Onderwijl zijn jonge ober tegen de billen kletsend wanneer die pur sang efféminé door de zaal loopt. Het belooft een geanimeerde avond te worden en wij komen daarvoor alleen al zeker nog eens terug.

Vrijdag 17 april

Nancy – Sierck-les-Bains – Bertem, 353 km

Camping Bertem